donderdag 27 augustus 2009

De polsslag van de IT sector

We zitten alweer midden in het 3de kwartaal van 2009 en het is tijd om de rekening op te maken over het 2de kwartaal. Bij het segment IT hardware luidt de conclusie dat dit segment in grote lijnen volgens verwachting presteerde. Misschien was het wel ietsjes boven verwachting. Onderzoeksbureaus als Gartner en IDC zien op basis van de uitkomsten over het afgelopen kwartaal reden om de verwachtingen voor heel 2009 te herzien. Er zat eerder een krimp in de volumes van 3% tot 5% in de pen, maar dat is nu naar verwachting 0% of misschien wel een kleine plus. Over het 2de kwartaal daalden de volumes met 1%-3%. De meevallende daling was vooral te danken aan de voortgaande opmars van de goedkope netbook. Er zullen in 2009 naar verwachting 30 miljoen netbooks over de toonbank gaan. De opmars spreekt ook uit een aanhoudende daling van de gemiddelde prijzen, die waarschijnlijk in 2009 uitkomt op -15%. Echter, zonder de netbook zouden volumes over heel 2009 een sterke daling laten zien.

Winnaars en verliezers
De grote winnaar in de IT hardwaresector is Hewlett Packard (HPQ). In een krimpende markt slaagde het bedrijf erin zijn volumes met meer dan 3,5% te laten groeien. Dat die betere volumes niet tot uitdrukking komt in hogere omzetten is terug te voeren op de gememoreerde prijsdruk. HP wist wereldwijd zijn marktaandeel op te voeren tot bijna 20%. Die winst ging vooral ten kostte van de grote concurrent Dell. Dat zag zijn marktaandeel met bijna 2,5% terugvallen tot onder 14% en het bedrijf moet nu de hete adem van Acer in zijn nek voelen, dat zijn marktaandeel net zo hard zag groeien als Dell het zag krimpen. Het probleem van Dell is niet van vandaag of gisteren. Het bedrijf heeft zich tot voor kort vooral gericht op de bedrijvenmarkt. Het moge bekend heten, dat deze sector wereldwijd in zwaar weer verkeert. Investeren in nieuwe Informatie Technologie is voorlopig geen punt op de agenda. Dell is er blijkbaar nog steeds niet in geslaagd om een behoorlijk functionerend retailnetwerk op te bouwen, dat de consument weet te verleiden een Dell te kopen. De nabije toekomst ziet er voor Dell daarmee niet erg aantrekkelijk uit. Krompen de aantallen in het 2de kwartaal met iets meer dan 17,1%, voor het lopende kwartaal zijn de verwachtingen onverminderd slecht met een krimp in aantallen van 17% en een omzetdaling van misschien wel 27%. Die omzetdaling is deels het gevolg van minder verkopen, maar ook van het inzetten van het prijswapen om de afkalving te bestrijden.
Als we naar regio’s kijken, dan blijft de VS verrassend sterk presteren met een groei van 1%. In de VS blijft vooral de consument zich goed weren. Zuid Oost Azië doet het ook goed met 1% groei. De groei in die regio komt voornamelijk op naam van China. West Europa laat geen groei zien. De rest van de wereld laat een krimp zien.

Voorzichtig optimisme
Maar misschien is Dell wel de uitzondering op de regel. In een ander segment van de IT hardwaresector over, die van de halfgeleiders, heerst eveneens een voorzichtig optimisme. Dat heeft veel zo niet alles te maken met de ‘mooie’ uitslag van marktleider Intel over het 2de kwartaal. Binnen dit segment overheerst het idee, dat het 3de kwartaal in ieder geval beter zal zijn dan het voorafgaande. Dat heeft alles te maken met de zogeheten Back-to-school periode. Maar dat is het niet alleen. Eerste gegevens over juli wijzen op een licht aantrekken van de PC-markt. In elke PC, notebook of netbook verdwijnen een of meer halfgeleiders. Trouwens, in heel veel apparaten, auto’s en noem maar op verdwijnen verschillende soorten halfgeleiders. Een hele belangrijke markt is die voor de mobiele telefoons. Er gaan wereldwijd pakweg een (1) miljard mobieltjes over de markt. Ondanks de recessie valt de krimp van deze markt nog wel mee en dat is vooral te danken aan de agressieve marketing van de zogeheten smartphone. De iPhone van Apple speelt hier een cruciale rol. Tenslotte is er de snelgroeiende game-industrie. Die industrie blijft het goed doen en vraagt veel ‘zware halfgeleiders’ en wie weet wordt Windows 7 tijdig gelanceerd. Ook dat kan zowel de verkoop van Pc’s bevorderen als die van halfgeleiders.

Tenslotte
De markt voor IT hardware lijkt door het dal heen. Maar dat prille herstel steunt op de consument en op het succes van het netbook, dat minder dan $500 kost. Het bedrijfsleven laat het voorlopig afweten en dat is zonder meer slecht nieuws voor Dell. Dat bedrijf zal moeten wachten tot 2010 wil het betere resultaten laten zien. Winnaars van het moment zijn Hewlett Packard met zijn sterke positie op de consumentenmarkt. Een tweede partij die van de huidige trends profiteert is Apple. Zijn Mac is erg modieus en zijn iPhone is de te kloppen partij op de markt voor smartphones.
De markt in het 2de kwartaal laat zien, dat van een opleving van de economie geen sprake was. Dell merkte daar het meest van. Die partij zal derhalve ook het meest profiteren als de opleving echt komt en gaat doorzetten.

donderdag 20 augustus 2009

Het glas is half leeg of toch half vol

Hoewel het nog onduidelijk is of de grootste economische neergang sedert “De Grote Depressie van de Jaren Dertig” nu wel of niet voorbij is, storten economen wereldwijd zich alweer op een nieuw gezelschapspel: hoe ziet het herstel eruit? Cynici onder ons zullen zich afvragen of een beroepsgroep, die niet in staat was om de huidige crisis tijdig aan te duiden, wel in staat zal zijn om met zekerheid iets te kunnen zeggen over het nakende herstel. Als we kijken naar de eerste resultaten van het nieuwe gezelschapspel, dan lijkt de beroepsgroep zich wel iets aan te trekken van de spot en de hoon die de afgelopen maanden over haar is uitgestort. Waar ze eerder elkaar trachtten te overtroeven in optimisme, heeft het er nu alle schijn van dat ze elke indruk van voorbarig optimisme willen vermijden.

‘The new normal’
Het kan ook zijn dat ze zich in tweede instantie willen aansluiten naar de ware profeten van deze recessie, onder wie Nouriel Roubini (Dr. Doom) en Mohamed El-Erian, de strateeg van de beleggingmaatschappij Pimco. De laatste heeft het al dan niet komende herstel al getypeerd als ‘the new normal’. Onder normale omstandigheden is het herstel, dat volgt op de crisis, sterk met groeicijfers van 6% en meer. Mohamed El-Erian denkt dat het herstel nu amper het etiket herstel verdient. De groei zal uitkomen op een magere 2% en dat is voor de VS onder het langjarige gemiddelde van 2,8%. De strateeg van Pimco onderbouwt zijn stelling met een verwijzing naar het te verwachten gedrag van de consument in de VS. Die heeft in deze crisis zijn bezit met USD 14 biljoen in waarde zien verminderen. Hij heeft nolens volens zijn lesje geleerd en denkt voorlopig alleen nog maar aan sparen. De consument is traditioneel wel de aanjager van het herstel, maar hij weigert dit keer die rol op zich te nemen. Het zwakke economische herstel heeft gevolgen voor de werkloosheid. Die blijft hoog en dat bevordert het consumentenvertrouwen evenmin. Nouriel Roubini ziet nog meer beren op de weg. Niet alleen het gedrag van de consument beantwoordt niet meer aan ‘wat normaal is’, ook het bedrijfsleven speelt zijn traditionele rol niet. Het investeert niet of amper. Volgens Roubini is er in een aantal sectoren sprake van een structurele overcapaciteit. Die moet verdwijnen. De veelbesproken voorraadinvesteringen zullen daarom bescheiden blijven. En dan is er nog zoiets als het ‘crowding out’ effect. De overheid haalt heel veel geld uit de markt en zijn geldhonger maakt het bijkans onmogelijk voor het bedrijfsleven om zelf leningen te plaatsen. Voor zowel Roubini als Mohamed El-Erian maakt het weinig uit of het herstel U-vormig of W-vormig zal zijn. In beide gevallen zal het herstel zwak tot zeer zwak zijn en is er voor de komende jaren weinig vreugdevols te melden aan het economisch front.

Hoezo the new normal?
Naar goed Amerikaans gebruik heeft deze krachtige, maar sombere stellingname een tegenbeweging uitgelokt. Deze groep gaat ervan uit, dat de lange duur van de huidige recessie (al meer dan 20 maanden) onder de oppervlakte een sterke vraag bij consumenten doet groeien. Daarom kan de groei de komende kwartalen en jaren wel eens hoger uitvallen dan 3% a 4%. Voorwaarde is wel, dat de huizenmarkt stabiliseert en de prijsval ten einde loopt. Als dat gebeurt dan zal de consument weer durven spenderen. De groep zet zich vooral af tegen het statische wereldbeeld van de doemdenkers. Ze verwachten daarbij, dat de overheidsinvesteringen wel degelijk een positieve uitwerking kunnen hebben op de economie. Daardoor kan de voorziene stagnatie op economisch vlak en de daarbij behorende hoge werkloosheid doorbroken worden. Waar de doemdenkers geen herstel van de productiviteit zien vanwege het uitblijven van echte innovaties en het vergrijzingproces, zetten de optimisten hier juist op in. Zij verwijzen hierbij naar de naoorlogse ontwikkelingen. In weerwil van de toen overheersende opvatting, dat de economie blijvend zou stagneren, was de werkelijkheid er een van aanhoudende groei. Pas in de jaren zestig haalden de doemdenkers bakzeil.

Half vol of half leeg
Wie heeft er gelijk? That’s the million dollar question. Leert de geschiedenis lessen? Nee, de geschiedenis leert geen lessen. Het is echter onmiskenbaar dat de jaren dertig niet alleen een periode van depressie waren, maar ook van grote technologische vernieuwingen. Het is dan wel waar, zoals de optimisten zeggen, dat de stagnatietheorieën op den duur onhoudbaar bleken, maar dat neemt niet weg dat de negatieve effecten van de depressie na-ijlden tot in de jaren vijftig.
Maar toch! Wees voorzichtig als profeten roepen dat het dit keer allemaal anders zal zijn. Ongeveer 10 jaar geleden deed het begrip ‘nieuwe economie’ opgang. Dankzij de input van ICT zou het economisch wereldbeeld fundamenteel veranderen. Deze overoptimistische stellingname leidde tot de Internetbubbel en die is zoals elke bubbel uiteindelijk uit elkaar gespat. Zoiets heet dan een lesje in nederigheid.

woensdag 12 augustus 2009

Suikerzoet
Of er nu wel of geen definitief economisch herstel aankomt, dat maakt voor de drukke activiteiten momenteel niet zo gek veel uit. Het is er een drukte van belang in sommige sectoren en segmenten van de markt. Dat geldt bijvoorbeeld voor de markt voor (soft)commodities. Hier gebeurt van alles. Zo waarschuwde de beroemde belegger Jim Rogers de Minister van Financiën, Timothy Geithner, dat hij de markt voor commodities niet teveel aan regels moest binden. Dat zou alleen maar China in de kaart spelen, de grootste partij op veel van deze markten. China telt vandaag de dag drie belangrijke beurzen voor commodities en als de VS zijn centrum voor de handel in commodities, Chicago, teveel beperkingen oplegt dan spint de Chinese concurrentie daar alleen maar garen bij.

Prijsherstel
Er is meer aan de hand. De prijzen voor softcommodites zijn weer aan het stijgen, nadat ze in de tweede helft van 2008 hard onderuit kwamen.
De economische crisis deed de vraag dalen en de financiële crisis maakte het de producenten bij de gegeven lage prijzen onmogelijk kredieten te krijgen voor broodnodige investeringen. Door gebrek aan uitbreidingsinvesteringen dreigen nu op een breed vlak weer tekorten, zoals voor koffie en suiker. Die vrees voor tekorten op de wereldmarkt is al tot uitdrukking gekomen in een stijging. In juni van dit jaar beliep de stijging van de S&P Food&Fiber Index al meer dan 8,5%. Het verlies over 2008 is nog niet goed gemaakt, maar de stijgende lijn is onmiskenbaar. De stijging van de index zal alleen maar sneller verlopen als het herstel van de wereldeconomie meer handen en voeten krijgt.

Suikerzoet
De eerder genoemde Jim Rogers is een specialist als het om commodities gaat en hij heeft bij verschillende gelegenheden (soft)commodities aangeprezen als de kans voor beleggers. Rogers is eigenaar van Diapason Commodities Management, gevestigd in Lausanne. Zijn bijzondere voorkeur gaat uit naar suiker. Al in maart 2006 wees hij in een interview met Bloomberg op de grote mogelijkheden die suiker beleggers biedt. In het eerste kwartaal van 2009 was de suikerprijs met 12% gestegen tegen 4,7% voor de S&P 500. Rogers wees er ook op, dat de prijs voor suiker rustig vier keer over de kop kon gaan en dan nog niet op het all time high niveau uitkwam. Voldoende opwaarts potentieel zou je zeggen. Het recordniveau voor suiker bedraagt $ 66 cent en stamt uit 1974. In dat jaar bleken de wereldvoorraden aan suiker spectaculair gedaald. In het eerste kwartaal van 2006 lag het niveau van prijzen op $ 16.44 cent. Waar was het optimisme van Rogers en zijn medestanders op gebaseerd? Rogers wees vooral op de toe sterk stijgende prijzen voor energie. Die hoge prijzen maakten het voor de Brazilianen, de grootste suikerproducent ter wereld om een steeds groter deel van hun suikeroogst te reserveren voor de productie van ethanol. Rogers had echter geen rekening gehouden met de financiële en economische stormen van 2008 en zijn suikerzoete beleggervisie is nog niet bewaarheid. Sterker nog aan het begin van 2009 was de prijs gedaald tot onder een niveau van $ 12 cent.

Van exporteur naar importeur
Toch heeft het er alle schijn van, dat suiker alsnog zijn belofte gaat waarmaken. Ultimo juli van dit jaar lag het prijsniveau voor ongeraffineerde suiker op $ 18,75 cent om aan het begin van augustus beland te zijn op een niveau van $19,4 cent, een stijging van 3,5%. Weer een week later lag de prijs op $22,44 cent, een stijging van bijna 20% in twee weken tijd. De oorzaak voor deze prijsstijging is, zoals zo vaak bij softcommodities te wijten aan het weer. Brazilië heeft te kampen met bijzonder zware regenval en dat maakt het onmogelijk de oogst van het land te halen. Een ongeluk komt uiteraard nooit alleen. Aan de andere kant van de wereld hebben grote suikerproducenten, zoals India, Thailand en China te kampen met een hardnekkige droogte. Ook voor de EU zijn de vooruitzichten niet goed te noemen. Als er geen onverwacht snelle veranderingen of liever gezegd verbeteringen optreden, dan zal de wereld in het oogstjaar 2009/10 kampen met tekorten van miljoenen tonnen. Niet alleen valt de oogst tegen, maar belangrijke exporteurs als Mexico maar vooral India zijn nu importeurs.

Onenigheid
Heeft Jim Rogers het gelijk aan zijn zijde en zal de prijs voor suiker alleen nog maar omhoog gaan? Daar zijn goede argumenten tegen in te brengen. De belangrijkste is misschien wel de prijsstijging tot dusverre. Die bedraagt nu bijna 90% over heel 2009 en in slechte economische tijden zal die prijsstijging vraaguitval kunnen uitlokken. Misschien hebben markten meer op sentiment en emotie gereageerd dan op werkelijke fundamentals. In deze visie zijn prijzen al doorgeschoten. Het is nog steeds niet onmogelijk dat oogsten alsnog mee gaan vallen. Meer zekerheid over de omvang van de oogst laat echter nog tot in 2010 op zich wachten.
Andere partijen wijzen er echter op, dat prijzen op regionale markten hardnekkig hoog blijven en de neiging vertonen verder te stijgen. Dat zou, volgens ingewijden, kunnen wijzen op een grotere vraag van importerende landen, wier voorraden (te) sterk zijn geslonken. Tot voor kort ging de markt er van uit dat de wereldwijde voorraden een niveau hadden van 30 tot 70 miljoen ton. Recent echter verscheen een rapport van de Czarnikow Group met als boodschap dat de wereldvoorraden niet uitstijgen boven 20 miljoen ton. Als dat waar is, dan krijgt Rogers alsnog gelijk, al was het maar omdat investeringen afgelopen tijd te wensen hebben overgelaten.

woensdag 5 augustus 2009

De rode draak als reddende engel

Ooit, aan het begin van deze eeuw, zei de president van de Nederlansche Bank, Nout Wellink, dat er een monument voor de ‘onbekende Amerikaanse consument’ opgericht moest worden. De president bedoelde toen, dat juist de ongebreidelde consumptiedrang van ‘Joe Sixpack’ de wereld uit de eerste recessie van de 21ste eeuw tilde. De lof voor ‘Joe’ was slechts een kort leven beschoren, want al snel klonken weer de klaagzangen dat de Amerikanen op de pof leefden en hiermee de gezondheid van de wereldeconomie in de waagschaal stelden. Het Europese advies in die jaren was dat de koopzieke Amerikanen meer moesten sparen en minder op de pof moesten consumeren. Toen de kredietcrisis losbarstte weerklonk aan deze zijde van de oceaan aanvankelijk het zelfgenoegzame:’ we hebben het toch gezegd’. Voor die Europese zelfgenoegzaamheid is weinig reden meer nu de VS al door het dieptepunt van de crisis heen lijken, terwijl de EU het dieptepunt nog moeten bereiken.

Reddende engel
Toch moet je er soms voor waken dat je uitgesproken wens werkelijkheid wordt. De kredietcrisis heeft als effect dat de Amerikanen daadwerkelijk zijn gaan sparen om hun schulden af te bouwen. Die spaarzaamheid heeft echter als consequentie dat de Amerikaanse consument te weinig uitgeeft om het herstel echt vaart te geven. Het herstel moet vorm krijgen door investeringen van het bedrijfsleven, naast die van de overheid. Die eerste komen er inderdaad aan, omdat veel bedrijven hun voorraden tot het absoluut minimum hebben afgebouwd. Het is nog maar de vraag of die voorraadinvesteringen voor een duurzaam herstel kunnen zorgen, als de consument het laat afweten. Bovendien lijkt er geen (technologische) innovatie voorhanden die op korte termijn bij bedrijven extra investeringen uitlokt. In de jaren negentig vormden reusachtige investeringen in ICT de basis voor de ongehoorde economische en banengroei van dat decennium.
Van de VS valt volgens insiders weinig te verwachten als het erom gaat de wereldeconomie uit het huidige moeras te trekken. Traditiegetrouw speelt de EU in dit opzicht geen rol. De consument is sinds jaar en dag spaarzaam. Er is in dit werelddeel eerder sprake van structurele onderconsumptie dan van overconsumptie. Bovendien is dit werelddeel niet echt een bakermat van innovatie. De Europeaan is voor zijn economische voorspoed eerder veroordeeld tot volgen dan initiëren. Wie of wat moet nu de motor van een wereldwijd krachtig herstel worden?

De Rode Draak
Het internationale bedrijfsleven denkt het antwoord op deze vraag te weten en dat antwoord luidt China. Deze grote economie lijkt als eerste en voorlopig als enige de crisis achter zich gelaten te hebben. Veel Internationals genereren hun winsten juist in dit land
Hoe hebben ze dat gedaan? Toen de exportsector instortte, kwam de Chinese overheid met een fors stimuleringsplan ter waarde van bijna $ 600 miljard. De resultaten laten zich nu al meten. Over het 2de kwartaal van dit jaar groeide de economie alweer met 7,9% en voor heel 2009 ligt een groei van meer dan 8% in het verschiet. Kom daar maar eens om in krimpend Europa. De ‘China Purchasing Manager Index’ voor de industrie kwam over de maand juli uit op 52,8. Die industrie groeit zodoende fors. Ter vergelijking, de Amerikaanse index ligt nog onder een niveau van 49.
De stevige groei van de Chinese economie heeft een duidelijk positief uitstralingseffect naar exporterende landen uit de regio. De groei van de industriële activiteiten pakt eveneens positief uit voor landen als Australië en New Zeeland die beide grondstoffen exporteren naar China. De prijs voor grondstoffen stijgt dankzij de Chinese expansie weer fors. Zo is de prijs voor koper is alweer met 86% gestegen sinds zijn dieptepunt. Kortom, de rode draak spuwt als vanouds weer vuur!

De bron van succes
Hoe komt het toch, dat de Chinezen zoveel meer succes hebben met hun stimuleringsplannen, dan bijvoorbeeld de VS. Vooralsnog is er nog weinig te merken van het Amerikaanse stimuleringsprogramma ter waarde van $ 787 miljard. Een vergelijking gaat echter mank. Het Chinese stimuleringsprogramma komt bovenop al bestaande plannen. De Chinese overheid was er zich al jaren van bewust, dat de export gerelateerde economische groei slechts ten goede kwam aan de bewoners van de Oostkust. De bewoners van het Chinese platteland merkt nog steeds weinig van de welvaart. Er is dan ook al enkele jaren een (stimulering)programma om de welvaart van de gemiddelde Chinese plattelander te vergroten. Met andere woorden de gelden van het laatste stimuleringsplan kwamen terecht in vruchtbare aarde.

De rode draak als reddende engel
Hebben de internationals gelijk als ze claimen dat China de motor van het economische herstel is. Dat is maar ten-dele het geval. Natuurlijk, juist deze multinationals trekken volop profijt van de Chinese groei? Echter, om de wereldeconomie uit het moeras te trekken is meer nodig. Dan gelden meer de wetten van de grote getallen. Om maar eens wat te noemen. De economie van de VS heeft een omvang van $ 14 biljoen, terwijl de Chinese teller bij $ 4,4 biljoen blijft steken. De omvang van de Amerikaanse economie bedraagt 21% van de wereldwijde economie en die van China komt nog niet verder dan 6,4%. En dan is er nog het verschil in welvaart. In de VS bedraagt het gemiddelde inkomen $ 39.000, tegen $ 33.400 in de EU. De gemiddelde Chinees mag jaarlijks $ 6.000 incasseren.
Er zal nog veel water naar de zee stromen voordat China eenzelfde rol kan spelen als de VS. Dat neemt niet weg, dat de rol van de VS minder wordt. Tijdens een toespraak voor Chinese studenten kreeg de Amerikaanse minister van Financiën een lachsalvo over zich heen toe hij verklaarde dat de VS een betrouwbare debiteur was.