dinsdag 21 augustus 2012
Duitsland heeft de toekomst van Europa in handen
Hoe lang sleept de Europese schuldencrisis zich al voort? Wie kan zich nog herinneren dat er in het najaar van 2009 vraagtekens gezet werden bij Griekse tekortcijfers? Wat ooit begon als een probleem in een klein land in een uithoek van Europa, is in drie jaar tijd uitgegroeid tot een crisis die de hele wereldeconomie bedreigt. En de oplossing? Is er iets van een oplossing in zicht? In zekere zin wel en de oplossing is nog steeds dezelfde als drie jaar geleden en luister naar de naam Duitsland. De toekomst van de periferie van de eurozone, maar eigenlijk van heel de eurozone is afhankelijk van de beleidskeuzes die Duitsland maakt.
Ongekende bedragen
Tot dusverre heeft Duitsland gekozen voor een aanpassingsproces in de periferie op basis van grootschalige bezuinigingen en interne devaluatie. Daardoor moeten de kosten omlaag en moet het competitief vermogen van de periferie hersteld worden. De schuld kan zo omlaag naar een dragelijk niveau.
Het is een beleid dat jaren gaat duren en waarvan de kosten niet te ramen zijn, maar waarschijnlijk in de biljoenen euro’s gaat lopen. Daar waarschuwt althans Nouriel – dr. Doom – Roubini voor. Alleen al de financiële steun ter compensatie van de kapitaalvlucht uit de periferie zal jarenlang om ongekende bedragen vragen. Niet alleen het aanpassingsproces duurt jaren, maar datzelfde geldt voor het herstel van het vertrouwen van de markt in de perifere landen.
De financiering van het aanpassingsproces in de periferie en het overeind houden van economisch/financieel zwakke landen zal volgens Roubini meer en meer op het bordje komen liggen van de ECB. Daar hoort het eigenlijk niet, maar politiek onvermogen en politieke onwil verhinderen om de Noodfondsen voldoende voor hun taak toe te rusten.
Ongeloofwaardig scenario
Volgens optimisten duurt dit aanpassingsproces inderdaad lang, maar zal het de integratie van de zone en de unie op verschillende terreinen bevorderen. Er zal waarschijnlijk een fiscale unie groeien, evenals een bankenunie en wie weet eindigt het hele proces met de komst van een politieke unie. Voor Roubini is dit een onwaarschijnlijk scenario. De problemen en de beren op de weg naar dit doel in de verte zijn groot en bijna ontelbaar. Hoe lang zal het bijvoorbeeld duren en hoeveel zal het kosten aan euro’s en menselijk leed voordat de perifere landen hun competitief vermogen hersteld hebben met behulp van interne devaluatie en een deflatoir beleid, zo vraagt Roubini zich af. Hoe lang zal het nog duren voordat de bevolking in de kernlanden genoeg heeft van de hoge financiële overdrachtskosten en nee zeggen tegen verdere hulp. Hoe lang zal het nog duren voordat de grootste economische verschillen tussen de lidstaten zijn weggewerkt. Hoe diep zal de huidige recessie Europa nog kunnen gaan treffen voordat het eindelijk beter wordt?
Desintegratie
Uit bovenstaande opsomming spreekt, dat Roubini niet in de huidige Duitse aanpak gelooft. De grote problemen, de zich verscherpende tegenstellingen tussen landen maken een geleidelijke desintegratie waarschijnlijker dan een verdere integratie. De rekening hiervoor zal hoog zijn. De grootschalige overdrachten van noord naar zuid zullen het evenwicht op de balans van de centrale baken van de noordelijke lidstaten voor langere tijd verstoren. Bovendien is de kans op massieve verliezen groot, als de garanties, die afgegeven zijn, opgeëist gaan worden. Dat kan de schuldenlast van de noordelijke lidstaten scherp verhogen. Als zaken zo gaan verlopen, dat zal er zich een ‘lelijke scheiding’ voltrekken tussen de huidige lidstaten en bondgenoten. Dat zou weer het einde van de Europese Unie kunnen inluiden.
Scheiding
Roubini zou het liefst zien, dat Duitsland nu zijn knopen telt en tot de conclusie komt dat het gekozen pad wel tot meer ellende moet leiden. Het land zou in zijn ogen moeten toezien op een ordentelijke ontbinding van de eurozone en de euro. De kosten daarvan zullen zeer aanzienlijk zijn. Er is nu echter nog tijd en gelegenheid een verstandige scheiding te organiseren, waardoor de interne markt kan blijven bestaan, evenals de Europese Unie. Dit scenario is voor Brussel maar ook voor Duitsland vooralsnog onbespreekbaar, hoewel de risico’s van de huidige strategie steeds duidelijker worden.
Dat is misschien nog wel het ergste: Europa blijft onder Duitse leiding doormodderen, maar weigert over een plan B na te denken. Dat is wel handig om te hebben als de wal het schip onverhoopt gaat keren. Tot nu toe hebben de pessimisten meestal het gelijk aan hun kant gehad!
Cor Wijtvliet
Bron:
Nouriel Roubini, Early Retirement for the Eurozone? Project Syndicate, August 15 2012
U kunt elke dag een nieuwsbrief van Cor Wijtvliet lezen op: www.gevestor.nl
donderdag 2 augustus 2012
Meer volatiliteit en minder groei
Van het verwachte economische herstel in 2012 komt weinig tot niets terecht. Europa zal waarschijnlijk een lichte krimp noteren en in de VS verschrompelt de groei naar 1% tot 1,5% in de tweede helft van het jaar. Dat is zonder meer een tegenvaller, maar daar moeten we in het Westen mee leren leven. Volgens het IMF zal dit deel van de wereld tot 2017 op een groei van gemiddeld 2% mogen rekenen. Dat is zwak, zeker als men bedenkt dat dit de jaren van economisch herstel horen te zijn na een crisis. Dan hoort de groei al snel 3% en meer te bedragen.
Zwakke vraag
Als verklaring voor deze zwakke groeiprestatie in jaren van herstel wijst het IMF op een zwakke vraag en op het beperkende fiscale beleid van overheden in dit deel van de wereld. Die zwakke vraag is echter een aanvechtbaar argument. Wereldwijd is er nog steeds sprake van een gezonde economische groei. De opkomende markten doen het verhoudingsgewijs nog steeds uitstekend. Ook de inflatie wijst niet op een zwakke vraag. Die lag hier de afgelopen jaren op of iets boven 2% en dat is niet abnormaal. Ook het prijspeil van commodities is niet van dien aard, dat dat duidt op een zwakke vraag. De prijs van een vat olie blijft hardnekkig hangen rond een niveau van $ 100.
Structurele aanpassingen
Dit deel van de wereld heeft veel meer te kampen met vereiste structurele aanpassingen dan met een zwakke vraag. Tot 2007/08 dreef de westerse economie op goedkoop krediet en op laag geprijsde importen. Van beiden is geen sprake meer. De prijzen voor commodities en energie zijn sinds het midden van het vorig decennium op een structureel hoger niveau komen te liggen door ontwikkelingen in zogeheten lage lonenlanden als China en haar buurlanden. De financiële crisis van 2007/08 maakte een abrupt einde aan de overvloedige beschikbaarheid van goedkoop krediet. Sindsdien ziet het westen zich voor de taak gesteld om activiteiten af te bouwen die juist gedijden dankzij dat goedkope krediet. Mooie voorbeelden daarvan zijn de bouw en het vastgoed. Dat vereist uiteraard een aanpassingsproces. Dat gaat echter niet vanzelf, omdat de condities waarop de groei in het westen steunde, al een lange periode van kracht waren. Die groeiperiode was van start gegaan in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Ongeveer 25 jaar lang, tussen 1982 en 2007, bedroeg de groei gemiddeld 3%. Dat percentage wijkt niet af de percentages in eerdere periodes van langdurige economische expansie, zoals die van de jaren vijftig en zestig.
Die laatste expansie kwam krakend tot stilstand aan het begin van de jaren zeventig. Daarop volgde een periode van bijna 10 jaren van lage groei en hoge volatiliteit.
Overenkomsten
Het is niet moeilijk om overeenkomsten te zien met de turbulente periode aan het einde van de jaren zeventig. Het westen had te kampen met een periode van stagflatie ( lage economische groei gecombineerd met een hoge inflatie). De twee oliecrises van die jaren waren een bron van volatiliteit en stelden beleidsmakers in dit deel van de wereld voor schier onoverkoombare problemen. Vanwege de onzekere en volatiele tijden liet de private sector het in deze jaren totaal afweten.
Vandaag de dag zien we opnieuw een tegenvallend lage groei. Beleidsmakers zijn niet in staat om een coherente strategie te ontwikkelen om de (economische) problemen te lijf te gaan en opnieuw laat de private sector het helemaal afweten. Het is dan ook onrealistisch om te denken dat aan de huidige, moeilijke periode snel een einde zal komen.
Misschien zal aan het einde van dit decennium de groei weer naar ‘oude’ niveaus terug keren. Dan moet wel aan enkele voorwaarden voldaan zijn. De belangrijkste is wel, dat het westen op zoek gaat naar nieuwe pijlers voor groei. De werkelijkheid van goedkoop krediet en al even goedkope kredieten is voorgoed voorbij. Groen en duurzaam lijken nu sleutelwoorden, maar gaan we het daar echt mee winnen?
Cor Wijtvliet
U kunt elke dag een nieuwsbrief van Cor Wijtvliet lezen op: www.gevestor.nl
Abonneren op:
Posts (Atom)
