maandag 29 augustus 2011

De eurobond heeft de toekomst, maar………


Het is alweer luttele weken gelden dat Standard&Poor de kredietwaardigheid van de VS afwaardeerde naar AA. De consternatie was groot en de diverse media putten zich uit in analyses van de rampen die de VS op korte termijn mochten verwachten. Nu zien de VS inderdaad grote problemen op zich afkomen, maar van een stijgende rente op schatkist papier is (voorlopig) nog geen sprake.

Omvang is van belang
Hoe kan dat? Hoe kan het dat de rente op Amerikaans schatkistpapier ondanks de afwaardering de neiging heeft eerder verder te dalen dan te stijgen? Hoe kan het dat het rendement op Japans schatkistpapier al jaren 1% bedraagt, terwijl het land een reusachtige schuld met zich mee draagt. Het antwoord op beide vragen ligt opgesloten in de omvang van de obligatiemarkt van beide landen. Die van de VS bedraagt Euro 6600 miljard en die van Japan is met Euro 7900 miljard zelfs nog groter . Beide markten zijn daarmee zo groot, dat het voor de gemiddelde institutionele belegger onmogelijk is deze markten in hun beleid te negeren en dus accepteren ze 1% rente op Japans schatkistpapier en iets van 2% op Amerikaans schatkistpapier.
Wat is de les voor Europa? Size matters! De Europese markt voor schatkistpapier is met Euro 5500 miljard groot en omvangrijk, maar deze markt is ook gefragmenteerd. Er is een markt voor Duits, Frans, Nederlands, etc, etc papier. De markt voor de Duitse Bund bedraagt ongeveer Euro 1400 miljard. Dat is een respectabel bedrag, maar het is voor een belegger toch een stuk gemakkelijker de Duitse Bund te negeren of erger nog uit de portefeuille te verwijderen. Zeker kleinere markten raken immers snel ontregeld, zoals het Griekse voorbeeld leert.

De eurobond als alternatief
Anders gezegd, de gefragmenteerde Europese markt zorgt voor hogere rente voor het gemiddelde land en zo’n gemiddelde markt is ook nog eens extra kwetsbaar voor een eventuele paniek onder beleggers. Om die angst te pareren kiezen Europese ‘slachtoffers’ anno 2011 voor draconische bezuinigingsmaatregelen, waarvan het nog maar zeer de vraag is of ze inderdaad helpen. Bezuinigingen lijden immers niet automatisch tot het zozeer begeerde herstel van economische groei. Landen als Griekenland en Portugal zinken vooralsnog steeds verder weg in een recessie en dat doet de internationale kredietwaardigheid geen goed. De omvang van de markten in de VS en in Japan voorkomt deze neerwaartse vicieuze cirkel. Sterker nog, beide landen hebben zodoende nu nog steeds de mogelijkheid hun economieën te stimuleren.
Puur economisch gesproken zou niets de introductie van de eurobond in de weg mogen staan, maar er zitten politiek gesproken nogal wat haken en ogen aan . Een wel heel belangrijke haak is dat de rente op schatkistpapier voor ‘brave’ landen als Duitsland en Nederland omhoog gaat, zij het minder hoog dan nu de gemiddelde rente in de EMU is. De rente voor ‘slordige‘ landen als Griekenland en Portugal gaat omlaag. Goed gedrag wordt afgestraft en slecht gedrag wordt beloond. Dat is bijna onaanvaardbaar. Daar komt nog bij, dat ook de introductie van de eurobond feitelijk een overdracht van belastinggelden van het ene naar het andere land is zonder dat de nationale parlementen daar iets over te zeggen hebben. No taxation without representation, riepen opstandige Amerikanen indertijd en ze joegen vervolgens de Britten het land uit.
Voorstanders van de introductie van de eurobond willen nog wel eens luchtig doen over het democratisch tekort van de EMU en denken dat problemen met behulp van internationale verdragen te regelen zijn. De recente geschiedenis leert dat dergelijke verdragen niet veel meer waard zijn dan het papier waarop ze neergeschreven zijn. De inkt van het Groei- en Stabiliteitspact was nog niet opgedroogd of de twee belangrijkste spelers binnen de EMU, Duitsland en Frankrijk, traden de afspraken met voeten. Het nationale belang woog zwaarder dan het algemene belang. Het is naïef te denken dat er in deze opstelling van nationale staten verandering is gekomen of op korte termijn zal komen.

Tenslotte
Ja, uiteindelijk zal de introductie van de eurobond de oplossing blijken voor het Europese schuldenprobleem. Als dat echter gebeurt zonder daarvoor de toestemming te vragen aan de nationale parlementen, dan kan de EMU de bijl aan de eigen wortels leggen: no taxation without respresentation.










De auteur is zelfstandig gevestigd analist. Hij schrijft over uiteenlopende onderwerpen die de beleggingswereld raken. Daarnaast geeft hij lezingen en presentaties. De auteur is als partner verbonden aan De Weygerbergen, bureau voor performancemeting en vermogensbegeleiding in Eindhoven, www.Weygerbergen.com. Reacties? cor.wijtvliet@weygerbergen.com. Hij schrijft op persoonlijke titel.




Martin Sandbu, Europe need not wait for Germany, Financial Times, 17 Augustus 2011
Otmar Issing, Slithering to the wrong kind of Union, Financial Times, 9 Augustus 2011.

maandag 15 augustus 2011

Een derde ijstijd voor beleggers

Augustus is traditioneel de maand, dat de Europese politieke elite met vakantie gaat. De ene (Sarkozy) zoekt verpozing aan een strand van de Middellandse Zee en de ander (Rutte) gaat gezellig hossen op een dansfestijn. Als de kat van huis is, dan…. En dat is inderdaad gebeurd. Wereldwijd gingen de financiële markten omlaag en omlaag terwijl de snelheid van de daling geleidelijk toe nam. Pas toen het gerucht de markt in kwam, dat de kredietwaardigheid van Frankrijk ter discussie zou komen, schrokken Europese politici wakker uit hun vakantiesluimer.

Pleisters plakken
Voor Europese politici was de vakantie blijkbaar belangrijker dan de vinger aan de pols te houden bij de derde meltdown van de financiële markten in een periode van tien jaar. Het symboliseert ook de manier waarop zij de schuldencrisis tot nu toe hebben aangepakt: een pleistertje hier en een pleistertje daar, terwijl het onderliggende rottingsproces gewoon verder woekert. Politici willen er blijkbaar niet aan, dat Europa te kampen heeft met een wel zeer hardnekkige crisis die niet een-twee-drie voorbij is. Trouwens, de Amerikaanse politieke elite verdient evenmin een schouderklopje. Men zocht een principieel conflict waar dat absoluut niet nodig was en in ieder geval zeer schadelijk uitwerkte. En de financiële markten zelf? Daar is de ratio ook zoek. In de VS begonnen invloedrijke marktpartijen als Goldman Sachs en JP Morgan te mekkeren over een nieuw stimuleringsprogramma, QE3. Dat heette goed te zijn voor de koersen, maar de stemmen op Wallstreet gingen er gemakshalve aan voorbij dat de effecten van QE 2, dat ongeveer een jaar geleden van start ging, voor de economie bijna verwaarloosbaar waren. Dat zet dan onmiddellijk vraagtekens bij het nut van een QE3, behalve dan dat het de koersen korte tijd ondersteunt. De financiële markten lijken daarmee verslaafd aan goedkoop geld en stimuleringsprogramma’s.
Bernanke, de baas van de Fed, heeft tot nu toe de lokroep van de sirenes van Wallstreet kunnen weerstaan. Hij beloofde wel, dat de rente de komende twee jaar onveranderd zou blijven, een zeer veel zeggende belofte. De bankpresident gaat er vanuit, dat het de komende jaren behelpen blijft met de Amerikaanse economie. Daar gaan de obligatiemarkten ook vanuit. Ondanks de recente downgrade van de Amerikaanse kredietwaardigheid, betaalt da Amerikaanse overheid slechts 0,9% voor schatkistpapier met een looptijd van vijf jaar. Deze niveaus doen heel erg sterk denken aan die in Japan. Al jaren gaan daar lage yields op schatkistpapier hand in hand met een zeer matig presterende economie.

Een nieuwe ijstijd
Gaan de VS, gaat Europa het Japanse voorbeeld volgen? Volgens Albert Edwards van Société Generale is dat beslist het geval. Edwards heeft naam gemaakt als ‘ beer’ toen hij in 1996 het thema ijstijd introduceerde ter verklaring van wat er in Japan aan de hand was. De Japanse economie van die dagen flirtte met deflatie en dat ging gepaard met een voortdurende lagere waardering voor aandelen. Als reactie daarop vluchtten beleggers in schatkistpapier dat zodoende zijn waardering voortdurend zag oplopen. Economisch gesproken kenmerkt de ijstijd zich door langdurige periodes van (zeer) lage economische groei afgewisseld met korte oplevingen. Een ijstijd kan in principe heel lang duren, tot wel 15 jaar.
Volgens Edwards is een Japanscenario voor de Westerse economieën bijkans onafwendbaar.

Figuur 1.


Image: Societe Generale

Volgens Edwards is de wereld sinds het ontploffen van de bubbel in 2000 in een bearmarket terecht gekomen. Bij elke recessie klappen waarderingen in. Er volgt wel weer herstel, maar het nieuwe niveau ligt zowel in 2003 als in 2009 ongeveer 50% lager dan het voorafgaande (zie Figuur 1). Edwards gaat ervan uit dat een nieuwe recessie in dit deel van de wereld onafwendbaar is, waarbij aandelenmarkten naar nieuwe ‘lows’ op zoek gaan. De trend sinds 2000 doortrekkend voorziet de strateeg van Société Generale een low die overeenkomt met

Figuur 2


een S&P van 400. Het inklappen van waarderingen zal, evenals in Japan, de vraag naar schatkistpapier omhoog jagen met als gevolg een steeds duurdere obligatiemarkt. Dankzij de aanhoudende vraag naar schatkistpapier kan de yield op 10 jaars Amerikaans schatkistpapier dalen beneden 2%, zo denkt Edwards.
De derde fase in de ijstijd voor beleggers is in de visie van Edwards aangebroken. Het einde van de ijstijd is nabij, wanneer beleggers ervan uitgaan dat er aan de bestaande malaise niets meer te veranderen. Waarderingen zijn dan op een niveau terecht gekomen die sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw niet meer gezien zijn (zie Figuur 2).
Als die niveaus werkelijkheid worden, dan is het tijd om afscheid te nemen van de obligatie en vol in aandelen te gaan. Dat kan nog wel even duren, omdat de neergang voortdurend onderbroken wordt door korte oplevingen a la Japan.

Tenslotte
De oorzaak voor de derde ijstijd is tweevoudig. In de eerste plaats zal China niet de verwachte sterke economie blijken te zijn, die voor redding zal zorgen. Het zal eerder een reus op lemen voeten blijken. In de tweede plaats zijn de schulden in het westen zo hoog, dat ze niet meer hanteerbaar zijn voor overheden en private sector. Stimuleren van de economie zal steeds meer een bot wapen blijken met als gevolg dat er op zijn best sprake zal zijn van een gezapig groeitempo.
Edward vreest voor de consequenties van zijn Japanscenario. In zijn visie droeg en draagt het Japanse volk als een collectief manhaftig de gevolgen van de economische ijstijd. Het is nog maar de vraag of zoiets in het individualistisch westen mogelijk zal zijn. Hoe zal de middenklasse in de VS en Europa reageren als zij beseft dat de economische stabiliteit onder de voeten wordt weg geslagen? De recente rellen in Londen kunnen dan wel eens een akelige voorafschaduwing blijken van wat komen gaat.


dinsdag 9 augustus 2011

Koel helder water

Water wordt een schaars goedje! Maak dat de doorsnee Nederlander maar eens wijs die de afgelopen weken zijn vakantie (letterlijk) in het water zag vallen. Nederland, waterland, maar het warme droge voorjaar liet zien dat ook dat een beperkte waarheid is. De overheid vroeg zowaar de burger zuinig aan te doen met water en niet te vermorsen door de auto te wassen of het gazon te besproeien.

Waterschaarste
Een beetje zuinigheid kan geen kwaad, maar het ligt niet voor de hand dat binnen afzienbare tijd water op de bon gaat in dit land. De wereld is echter groter dan dit land en in veel delen ervan is het allerminst zeker dat er elke dag water uit de kraan komt. Daar hoeven we niet eens zo ver voor te reizen. Volgens de Water Exploitation Index (WEI) zijn er in Europa 9 landen die aan de vooravond staan van een tekort aan water. De index bedoelt dan dat de consumptie van water te hoog is in verhouding tot de watervoorraden. Europese landen met een dreigende schaarste zijn onder meer België, Engeland en Duitsland, ofwel onze buurlanden. In delen van de VS, China, Spanje en Australië is er al een daadwerkelijk tekort. Voor een deel is het tekort toe te schrijven aan de alsmaar stijgende consumptie. In het midden van de vorige eeuw bedroeg het wereldwijde verbruik 1480 km3 per jaar tegen 4500km3 anno nu.

Vier megatrends
Water is onmisbaar voor het voortbestaan van het leven. Zonder water is er bijvoorbeeld geen voedselproductie mogelijk. En daarmee is tegelijkertijd aangegeven dat water ook een sterke economische betekenis heeft. Voor landbouw, voor de industrie, is water onmisbaar. Dat betekent dat er ook zoiets als een watermarkt bestaat, een markt waar watergerelateerde producten en diensten aangeboden worden. Die markt heeft een geschatte omvang van $ 480 miljard. Het belang van deze watermarkt zal de komende decennia alleen maar blijven groeien. Daar zijn vier belangrijke trends voor aan te wijzen. De eerste trend laat zich uiteraard gemakkelijk raden. Dat is de aanhoudende bevolkingsgroei. Maar deze megatrend wordt op haar beurt weer beïnvloed door onderliggende trends. De belangrijkste zijn de wereldwijde urbanisatie en de stijgende levensstandaard in landen als China en India. Het is een wetmatigheid dat het waterverbruik sneller omhoog gaat dan de stijgende welvaart.
De tweede trend is die van de verouderde infrastructuur in de Westerse wereld. De infrastructuur zoals die nu onder de grond ligt heeft een levensduur van 60 tot 80 jaar. Vaak is die infrastructuur al 100 jaar geleden of nog langer geleden aangelegd. Het einde van de levensduur is daarmee al lang aangebroken. De vaak belabberde kwaliteit leidt tot enorme verliezen aan water. De US Environmental Protection Agency heeft becijferd dat de VS de komende 20 jaar $ 540 miljard extra moeten uittrekken om alleen de infrastructuur in dat enorme land naar een aanvaardbaar niveau op te krikken.
De derde trend is die van de kwaliteit. Er dreigt niet alleen een tekort aan water, maar dat water is vaak ook nog van belabberde kwaliteit. In veel ontwikkelingslanden is er nog geen of een slecht functionerende riolering. Daarnaast wordt industrieel afval of agrarisch afval simpel in rivieren gedumpt. Het overdadig gebruik van pesticiden en kunstmeststoffen in de landbouw betekent een aanslag op de kwaliteit van het grondwater. Er zijn de komende decennia gigantische investeringen op dit vlak te verwachten. Er is een duidelijke correlatie tussen een stijgende welvaart en de bereidheid te investeren in de kwaliteit van het water, maar ook van het afvalwater. Landen als China en India staan nog aan het begin van een lange weg.
De vierde en laatste trend is die van de klimaatverandering. Daar is nog weinig met zekerheid over te zeggen. Er lijkt echter enige tekening in te komen. Sommige delen van de wereld zullen minder regenval krijgen, terwijl andere delen juist meer regenval kunnen verwachten. Het is vooralsnog aan overheden hier maatregelen tegen te nemen.

Kansen
Schaarste biedt kansen en dat geld ook voor de watermarkt. Voor de potentieel geïnteresseerden zijn er vier deelmarkten te onderscheiden:
a. de markt voor waterdistributie en beheer
b. de markt voor de behandeling van (afval)water
c. verbetering van de efficiency aan de vraagkant
d. hogere efficiency bij de productie van voedsel. Vooral verbeterde irrigatietechnieken kunnen hier wonderen doen.

Hoe hard de watermarkt gaat groeien? Sommigen denken met meer dan 6% op jaarbasis. Het zou zomaar kunnen, maar bezint eer ge begint.

zondag 7 augustus 2011

Geen woorden, maar daden!

Het was groot nieuws toen Standard & Poor’s de kredietwaardigheid van de VS afwaardeerde van AAA naar AA+. De belangrijkste reden voor de afwaardering was niet zozeer de astronomische schuld van de VS. Het was veel meer het idee dat de politieke tegenstellingen in dat land zo groot zijn dat er op korte termijn geen kans is op een beleid dat gericht de schuldenproblematiek te lijf gaat. Hetzelfde zien we eigenlijk ook in Europa. Na bijna anderhalf jaar zijn politici er in dit werelddeel niet in geslaagd om een relatief klein probleem als Griekenland geloofwaardig te lijf te gaan. Het lijkt erop, dat de politieke onwil of onvermogen de Westerse economieën terug werpt in de tijd, terug naar de vooravond van de crisis van 2007/08. Er is een groot verschil met toen: er zijn nu geen gemakkelijke oplossingen meer.

De VS en de ‘downgrade’
Is de afwaardering van de kredietwaardigheid van de VS een historische gebeurtenis? Het is nog maar de vraag of er op korte termijn veel verandert. Het is niet eens zeker dat de Amerikanen meer rente voor hun schuldpapier moeten gaan betalen. Zoveel alternatieven zijn er niet voor beleggers die in deze onzekere tijden op zoek zijn naar een veilige haven. Het staat wel symbool voor wat er mis is met de VS. Het komt er op neer dat de politieke kaste van Democraten en Republikeinen in Washington de economie van het land gijzelt. De heftige polarisatie maakt een breed gedragen economisch en fiscaal beleid onmogelijk juist op een moment dat de economie weer snel aan elan verliest.
Natuurlijk, het is niet allemaal kommer en kwel. Het aantal banen groeide in juli sneller dan verwacht en ook de autoverkopen lijken weer in de lift te zitten. Dat laat echter onverlet dat het huidig herstel langere periodes kent van amper of geen groei. Het is onduidelijk, wat daar de oorzaak van is. Wellicht speelt hier het uitblijven van een duurzaam herstel op woningmarkt een voorname rol. De kracht van het herstel in de industriële sector is in ieder geval onvoldoende om als aanjager van een breder herstel te fungeren.
Is het opnieuw aanjagen van de economie dan het antwoord, een derde ronde van quantitative easing zogezegd? Het probleem is echter dat de kerninflatie in de VS weer omhoog kruipt en dat kan een sta-in-de-weg zijn voor de FED om een Q3 in de strijd te werpen.
Maar wat dan? Accepteren dat de VS door de financiële innovatie van de afgelopen decennia te lang boven hun stand hebben geleefd en dat een pijnlijk proces van afbouwen van schulden het enige is wat resteert? Wie durft deze boodschap te brengen? President Obama valt vooral op door niets te doen en weinig zinnigs te zeggen.

De Europese Monetaire Unie
Er was de afgelopen week in Europa veel verbazing over de manier waarop de Amerikaanse politiek de rand van afgrond opzocht. Europese politici wachtten er echter voor kritiek te uiten. Het zou iets zijn van de ‘pot verwijt de ketel…..’. Het alsmaar dralen om het Griekse drama op te lossen gaat uitlopen op wat politici en beleidsmakers van stonde af aan hebben gepoogd te vermijden: de financiële markten gaan meer en meer vraagtekens zetten bij financiële en fiscale gezondheid van Italië. Als Berlusconi en de zijnen op zeer korte termijn niet met een geloofwaardig hervormingsprogramma komen, dan kan dat een begin van het einde van de EMU zijn. De Italiaanse economie is te groot om gered te worden.
Dat lijkt langzamerhand de centrale vraag te worden. Kan de EMU blijven bestaan en zo ja hoe?
Waarschijnlijk schuilt het antwoord in meer Europa met EMU schatkistpapier als ultiem wapen in de strijd om de Financiële Markten gerust te stellen. Maar dat is nu precies wat de Duitsers niet willen en mevrouw Merkels wil is wet in Europa.

Tenslotte
Latinisten kennen waarschijnlijk wel het gezegde: Senatu deliberante Saguntum periit. Dat betekent in goed Nederlands: terwijl de Senaat in Rome beraadslaagt, valt in Spanje de stad Saguntum in handen van Hannibal. De dieperliggende betekenis is samen te vatten als ‘ geen daden maar louter woorden’. Daar lijkt het nu in het westen ook op. Diepzwarte wolken hebben zich boven de westerse economieën samengetrokken, maar aan beide zijden van de oceaan komen politici niet veel verder dan het met een beschuldigende vinger wijzen naar de brengers van het slechte nieuws, de kredietbeoordelaars. Erger nog, je mag je afvragen of politici wel beseffen dat ze met vuur spelen door moeilijke oplossingen eindeloos voor zich uit te schuiven om zo hun herverkiezing veilig te stellen. En dat is precies wat de belangrijkste spelers in dit drama doen. President Obama en mevrouw Merkel zijn amper vooruit te branden, terwijl leiderschap gevraagd wordt om de VS en de EU door een hardnekkige crisis te loodsen. Moet dan eerst Frankrijk onder vuur komen te liggen van de Financiële Markten?

dinsdag 2 augustus 2011

Afrika heeft de toekomst

En weer staren ons ernstig vermagerde en hongerige kinderogen ons aan vanaf de tv schermen en de pagina’s van de kranten. En weer roepen NGO’s ons op om toch vooral royaal te doneren. Delen van Afrika worden alweer jaren geteisterd door droogte met hongersnood en mateloos geweld als schijnbaar onvermijdelijk gevolg. Het is dan ook niet vreemd, dat meer en meer stemmen hardop vraagtekens zetten bij het sturen van hulp in welke vorm dan ook.

Succesvolle hervormingen
De beelden van hongerende kinderen in een wereld waar ‘warlords’ blijkbaar de dienst uitmaken, bevestigen het beeld van het zogeheten ‘lost continent’. Afrika heeft weliswaar veel potentie, maar vooral economisch wanbeleid en politieke instabiliteit hebben dit rijke werelddeel van een mooie toekomst beroofd. Althans, dat is de wijsheid van vandaag en zeker die van gisteren in dit deel van de wereld.
Is dat zo? Nee zeggen ze bij de Wereldbank, dat is beslist niet waar. Sterker nog, als het een beetje wil, staat dit continent aan de vooravond van een take-off die te vergelijken is met die van China 30 jaar geleden . Ondanks alles is het continent als geheel sinds het einde van de Koude Oorlog economisch aan de beterende hand. In veel landen is de inflatie onder controle, zijn de schuldproblemen aangepakt en heeft de wet aan kracht en invloed gewonnen. Dankzij deze basis, snel stijgende prijzen voor hard and soft commodities en groeiende investeringen in de infrastructuur heeft de economie continent breed een sterke impuls gekregen. Volgens The Economist behoorden 6 Afrikaanse economieën tot de top 10 van wereldwijd sterke groeiers in de periode 2001 – 2010 . Het continent slaagde er bovendien in tamelijk ongeschonden uit de financiële crisis van 2008 te komen.

Investeringen
Hoewel de prestaties van de Afrikaanse economieën er mogen zijn en van meerdere kanten lof toegezwaaid krijgen, blijft het moeilijk om buitenlandse investeringen aan te trekken. Het continent slaagt er al jaren niet in om meer dan 5% van de wereldwijde externe investeringen aan te trekken. Dat is voor een deel te wijten aan de wereldwijde inspanningen om die externe investeerders aan te trekken, maar voor een deel heeft dat te maken met het imago van het continent. Vooral in Europa kijken potentiële investeerders op dit moment liever de kat uit de boom. Afrika heet hier economisch stagnerend, politiek instabiel en corrupt. Investeerders uit de Opkomende Markten zijn daarentegen veel optimistischer over de mogelijkheden van een goede afloop . Oké, de risico’s zijn groot, maar de winstkansen zijn nog groter. De cijfers geven de thuisblijvers vooralsnog ongelijk. Als we Afrika vergelijken met de zogeheten BRIC-landen dan is het continent inmiddels Brazilië en Rusland gepasseerd als aanlegplaats voor externe investeringen.

De Opkomende Landen investeren vooral in kapitaalintensieve sectoren als mijnbouw, gas en oliewinning en soft commodities, terwijl investeerders uit de Ontwikkelde Wereld hun investeringen meer diversifiëren naar minder kapitaalintensieve sectoren. Die belangstelling voor de minder kapitaalintensieve sectoren is weer onderdeel van zich wijzigende opvattingen over de toekomst van de Afrikaanse economie. Langzaam maar zeker is het besef gegroeid, dat louter leunen op de inkomsten van wat er onder de grond zit en van de grond is te oogsten, niet de weg is naar duurzamere economische groei. De onrust en volatiliteit in deze sectoren is gewoon te hoog. En daarom is er ook in Afrika ruimte gekomen voor een heuse industriële en dienstensector.

Korte termijn vooruitzichten
Natuurlijk kent het Afrikaanse continent grote problemen, maar dat neemt niet weg dat er zelfs op korte termijn mooie verwachtingen gekoesterd mogen worden. De gemiddelde groei van het continent bedraagt de komende jaren 5%. Die groei zal uiteraard gedragen worden door de hoge prijzen voor hard and soft commodities. Die aantrekkelijk hoge groei zal naar verwachting nieuwe externe investeringen aantrekken die tegen 2015 wel eens EUR 150 miljard kunnen bedragen. En die investeringen kunnen bijdragen aan meer diversificatie.
Voor de langere termijn zal niemand de potentie van het continent ontkennen. Voorwaarde is wel dat de economie meer gediversifieerd raakt, de bevolking beter opgeleid, waardoor er een koopkrachtige middenklasse kan groeien, zoals dat in India en China de afgelopen twintig à dertig jaar is gebeurd. Een sterke middenklasse is een absolute voorwaarde voor meer stabiliteit en minder corruptie.

Tenslotte
Westerse media en NGO’s verspreiden het beeld van Afrika als hulpbehoevend continent. Dat is maar een deel van de waarheid. Het heeft wel tot gevolg dat veel potentiële investeringen op de plank blijven liggen. Dat zou kunnen betekenen dat de economische opbloei van de Afrikaanse economie een Zuid-Zuid aangelegenheid wordt, waarbij het westen veroordeeld zal zijn om tandenknarsend aan de zijlijn toe te kijken.



De auteur is zelfstandig gevestigd analist. Hij schrijft over uiteenlopende onderwerpen die de beleggingswereld raken. Daarnaast geeft hij lezingen en presentaties. De auteur is als partner verbonden aan De Weygerbergen, bureau voor performancemeting en vermogensbegeleiding in Eindhoven, www.Weygerbergen.com. Reacties? cor.wijtvliet@weygerbergen.com. Hij schrijft op persoonlijke titel.




The World Bank, Africa’s future and the World Bank’s support to it. Maart 2011
The Economist, Africa’s impressive growth, 6 januari 2011
Ernst&Young, Its time for Africa. Africa attractiveness survey, 2011