maandag 26 juli 2010

Onevenwichtigheden bedreigen nog steeds de wereldeconomie

Het is alweer bijna drie jaar geleden dat de wereld zich er langzaam van bewust werd, dat er iets grondig mis dreigde te gaan in de financiële sector. Dat hebben we inderdaad geweten. De financiële sector dreigde wereldwijd kopje onder te gaan en ondertussen kregen we te maken met een recessie die haar weerga niet kende. De reactie op al dat onheil was trouwens ook ongekend. Om hun economieën draaiende te houden investeerden Westerse overheden honderden. In 2010 vertoont de wereldeconomie tekenen van herstel, maar de vraag blijft of de crisis werkelijk voorbij is.

Niets is meer bij het oude
Het is moeilijk om bovenstaande vraag positief te beantwoorden. Op het eerste gezicht lijken de dagen van business as usual weer terug te keren. Maar dat is slechts uiterlijke schijn. De wereld is in korte tijd enorm veranderd en die veranderingen treffen vooral het Westen. Langzamerhand worden de bordjes verhangen. Op allerlei terreinen is het Westen zijn alleenheerschappij kwijt. Het verlies aan macht en prestige is misschien het best te illustreren met een verwijzing naar de G20, maar er is meer aan de hand dan een verandering in het politiek en economische landschap in de wereld. De afgelopen crisis heeft diepgaande onevenwichtigheden blootgelegd in de Westerse economieën die nog steeds een serieuze bedreiging vormen voor de wereldeconomie als geheel. Dat is tenminste de mening van Raghuram Rajan, hoogleraar aan de Universiteit van Chicago Booth School of Business. Rajan is bekend geworden, omdat hij in 2005 het afscheidsfeestje van Allan Greenspan bedierf met zijn lezing: Has Financial Development made the World riskier? Rajan beantwoordde die vraag positief en dat was een klap in het gezicht van de scheidende bankpresident. Rajan werd zo goed als een outcast in het wereldje van vooraanstaande economen, maar het tij keerde en meer en meer raakte de wereld overtuigd van het gelijk van deze Indiër. Die erkenning heeft hem gestimuleerd om de wereld opnieuw te verblijden met een spraakmakend boek: Fault lines. How hidden fractures still threaten the world economy.

Stressfactoren
Voor Rajan is de belangrijkste onevenwichtigheid in de westerse wereld de alsmaar groeiende (inkomens)ongelijkheid in de VS en in minderde mate in Europa. Die groeiende ongelijkheid heeft een einde gemaakt aan de stilzwijgende maatschappelijke afspraken waar de naoorlogse Westerse wereld op is gegrondvest. In de VS was de afspraak: volledige werkgelegenheid en een hoog niveau van private consumptie. In Europa kwam de welvaartsstaat als antwoord op de crisis van de jaren dertig. Aan die periode is nu definitief een einde gekomen. In de VS groeien de inkomens van de top 1% van de maatschappij stormachtig, terwijl de inkomens van de zeer brede middenklasse al jaren stagneren. Daar komt nu nog de dreiging bij van langdurige werkloosheid voor grote groepen Amerikanen. Het sociale stelsel is hier absoluut niet op berekend. Het antwoord van de politieke elite op de gevaren van de groeiende stagnatie in de inkomensontwikkeling was de regels voor de kredietverlening te versoepelen, dus ook voor het hypothecaire krediet. De bankiers maakten ten volle gebruik van die speelruimte, temeer omdat de indruk bestond dat de overheid wel garant zou staan voor haar eigen beleid.
Het tijdperk van het ‘gratis ‘geld is met een grote knal ten einde gelopen en veel Amerikaanse middenklassers zijn vele illusies armer. Ze zijn hun huis kwijt, zien zich beladen met schuld en met een beetje pech zijn ze ook nog hun baan kwijt.
Een ongeluk komt nooit alleen. Het is ook een stilzwijgende afspraak, dat de westerse overheden hun burgers bijstaan in tijden van nood. Maar de Westerse overheden kampen juist als gevolg van de kredietcrisis met enorme tekorten. De voortschrijdende vergrijzing maakt de vrees voor verder oplopende tekorten alleen maar groter en het antwoord is niet financiële bijstand maar – in tegendeel- bezuinigingen.

De tweede stressfactor is dat een aantal vooraanstaande economieën bijna volledig afhankelijk zijn van hun export. Dat zijn landen als Duitsland, Japan en meer recent China. Deze landen zijn afhankelijk van de vraag elders en daarmee dragen ze bij aan de kredietvraag elders. De kredietbehoefte op de thuismarkt wordt zoveel mogelijk tegengegaan. Het resultaat is een groeiende onevenwichtigheid: traditionele importeurs als de VS en Spanje kampen met een sterk dalende vraag. De middenklasse poogt bijna wanhopig zijn schuldpositie af te bouwen en de exporteurs consumeren traditioneel te weinig. Ergo, wereldwijd is de vraag structureel te laag en landen strijden om een groter aandeel in een krimpende vraag. Dat vraagt om problemen.

De derde stressfactor vormen de problemen rond de wereldwijde integratie van de verschillende financiële systemen. Enerzijds is er het marktgeoriënteerde systeem en anderzijds zijn er systemen gebaseerd op politieke en persoonlijke relaties. Veel van de landen met deze systemen hebben de laatste jaren grote reserves van vreemde valuta’s opgebouwd, met name in dollars. Die appeltjes voor de dorst kunnen voor grote problemen en onevenwichtigheden zorgen als ze kriskras over de wereld gaan stromen. Het (recente) verleden geeft daar veel voorbeelden van. Nog niet zolang geleden deed de grootschalige import van westerse tegoeden veel Aziatische landen in een diepe crisis belanden.

Rajan voorziet geen simpele oplossing voor deze drie grote stressfactoren, al was het maar dat ze om een wereldwijde eensgezinde oplossing vragen. Dat is moeilijk omdat het Westen niets meer te dicteren heeft, niet meer de bron van vraag is, evenmin trouwens een bron van krediet.

woensdag 14 juli 2010

De cijferregen gaat van start

Het is alweer zover! In de loop van juli komt een regen van kwartaalcijfers over ons heen. Kwartaalcijfers mogen sowieso rekenen op de bijzondere belangstelling van de financiële wereld. De belegger wil immers graag weten wat hij mag verwachten van zijn portefeuille. Ditmaal gaat de belangstelling verder. De brandende vraag is of de kwartaalcijfers een indicatie geven van de economische ontwikkeling in de wereld. De afgelopen weken leek immers de economische groei in de Europese Unie en in de VS te stagneren. In de VS blijft de huizenmarkt onder water en lijkt het herstel op de arbeidsmarkt slechts een kort leven beschoren. In Europa flakkeren keer op keer de zorgen over de financiële stabiliteit van de zogeheten knoflooklanden op en wacht menigeen met spanning de uitkomst van de stresstest voor banken af. Ondertussen neemt in beide delen van de wereld het tempo van economische groei af. Voeg daar aan toe, dat binnen de G20 eigenlijk geen overeenstemming bestaat over hoe nu de huidige onzekerheid het best aan te pakken en het ligt voor de hand dat de vrees voor een zogeheten double-dip, een hernieuwde recessie, de afgelopen weken toenam. De enge uitzondering op de sombere regel is Duitsland dat dankzij zijn ijzersterke en hoogwaardige industriële poot amper aan de exportvraag kan voldoen. Duitsland vervult weer zijn traditionele rol als locomotief in Europa en dat is iets waar we in Nederland weer van profiteren, maar dat terzijde

Eén zwaluw maakt nog geen zomer
Traditiegetrouw is Alcoa het eerste grote bedrijf dat zijn cijfers presenteert. De verwachtingen waren niet erg hooggespannen. De aluminiumreus heeft de laatste kwartalen voortdurend teleurgesteld en het bedrijf is een achterblijver in de Dow. Het idee is geleidelijk gegroeid, dat het herstel min of meer aan het bedrijf is voorbij gegaan. Bovendien leunt het bedrijf zwaar op zijn thuismarkt de VS waar de industriële basis steeds smaller wordt.
Groot was de opluchting toen bleek dat het bedrijf de verwachtingen overtrof met een winst per aandeel van $ 0,13 in plaats van $0,11. De winstverbetering was uiteraard ten dele te danken aan immer voortschrijdende bezuinigingsinitiatieven, maar vloeide ten dele ook voort uit een herstel van de vraag. Zo verwacht Alcoa dat de automotive sector dit jaar 8% meer aluminium zal afnemen dan afgelopen jaar. Het management voorziet trouwens herstel in al zijn afzetmarkten voor aluminium. Dit jaar zal het volume groeien met 12%. Dat is goed nieuws, want dat impliceert dat het economisch herstel niet verpietert. De kanttekening is wel, dat de vraag vooral uit de zogeheten BRIC-landen komt.
We zijn er echter nog lang niet en dat maakt een simpel voorbeeld duidelijk. Alcoa heeft nog steeds een deel van zijn productiecapaciteit stil gelegd.

Meer Pc’s, meer servers
Hoewel het cijferseizoen op het moment van schrijven nog niet echt op stoom is gekomen, is er al een tweede bedrijf, dat een indicatie kan geven van de gezondheid van de economie, met cijfers gekomen. Het gaat om de technologiereus Intel. Het bedrijf kwam met zeer sterke en daarom geruststellende resultaten. Het bedrijf noteert dat bedrijven weer nieuwe Pc’s en servers gaan bestellen. Dat wijst op een herstel in het vertrouwen voor de nabije toekomst en het betekent evenzeer dat bedrijven klaar willen zijn om zoveel mogelijk te kunnen profiteren van een hernieuwde vraag uit de markt. Investeringen in state of the art technologie moeten immers het concurrerend vermogen verbeteren.
Dat wil niet zeggen, dat alles koek en ei is. De voorraden beginnen weer op te lopen en het lijkt erop, dat de vraag uit de consumentenhoek tegenviel.
As de zon schijnt voor Intel, dan mag het Nederlandse ASML zich ook in de warmte van deze zon koesteren. ASML maakt immers apparatuur waarmee bedrijven als Intel hun processors maken. Het afgelopen kwartaal was top voor ASML en het lijkt er niet op, dat de vraag in 2010 al verslapt. Volgens het bedrijf uit Veldhoven hebben chipproducenten weer uitbreidingsplannen en daarmee bevestigt ASML een rapport van onderzoeksbureau Gartner dat onlangs een verdubbeling voorzag van de investeringen in semicinductor capital equipement. Het kan dan ook niet anders of de investeringen in 2011 zien er een stuk minder florissant uit.

Technologie, een aanrader
Hoewel het nog vroeg in het seizoen is, lijken ASML en Intel de toon gezet te hebben. Beleggers mogen voorzichtig optimistisch zijn over de komende resultaten. Maar zijn meer redenen om hoopvol vooruit te kijken. De waardering voor technologie aandelen is behoorlijk gedaald in 2010. De sector is nog nooit zo goedkoop geweest sinds 1992, volgens Bloomberg. Tegelijkertijd hebben veel grote bedrijven binnen en buiten de VS hun vrije kasstromen fors weten te verbeteren en beschikken ze over een goedgevulde kas. Als we uit mogen gaan van de mededelingen van Intel, staan bedrijven op het punt die gelden te investeren in de laatste technologie. Maar de sector zelf beschikt ook over welgevulde kassen. Intel heeft bijvoorbeeld $ 11 miljard in kas. De sector zal een deel van haar kas gebruiken voor de ontwikkeling van nieuwe technologie, maar kan ook besluiten een deel aan te wenden voor het verhogen van het dividend of om eigen aandelen in te kopen.
Het zijn immers schrale jaren geweest voor de gemiddelde belegger!

maandag 5 juli 2010

Vermogende belegger blijft voorzichtig

Al meer dan een decennium is het mogelijk om jaarlijks een kijkje te nemen in de zielenroerselen van de allerrijksten onder ons. Eenmaal per jaar publiceren Cap Gemini en Merrill Lynch hun World Wealth Report. In deze publicatie zijn talloze meer en minder belangrijke wetenswaardigheden te vinden. Het is een heuse Fundgrube. Zo is het aantal miljonairs weer terug op het niveau van 2007. Hun getal groeide in 2009 met maar liefst 17% tot 10 miljoen, terwijl de beleggingsverliezen over 2008 grotendeels gecompenseerd werden. Hun gezamenlijk vermogen groeide met bijna 19% tot een bedrag van $ 39 biljoen. Binnen deze groep van vermogenden deden de superrijken het weer het best. Hun gezamenlijk vermogen groeide met maar liefst 21,5%. Daar staat tegenover dat ze in 2008 hun gezamenlijk vermogen met 24% zagen krimpen. Hoewel in aantal gering (0,9% van alle HNWI’s ) is hun totale vermogen meer 35% van het totale HNWI vermogen.

Terughoudendheid troef
De vraag die bij het samenstellen van het WWR 2010 overheerste was natuurlijk of de HNWI’s van deze wereld zich hersteld hadden van de klap van 2008 en of het weer business as usual zou zijn. Eén ding komt naar duidelijk naar voren. Het drama van 2008 heeft de HNWI zwaar getroffen, zowel financieel als psychisch. Het laatste is af te lezen aan de houding van de rijken ten opzichte van partijen op de financiële markten. Er leeft nog steeds een diep wantrouwen jegens de toezichthoudende partijen, zoals de centrale banken. Meer dan 70% van alle HNWI’s is van mening dat de toezichthouders te kort zijn geschoten in het beschermen van de belegger. Daarnaast blijven de HNWI’s erg onzeker over de richting en volatiliteit van de financiële markten. Dat wantrouwen en die onzekerheid is af te lezen aan hun keuze voor assets. De HNWI heeft in 2009 een voorkeur voor risicomijdende beleggingen met een mooi dividend. Hij is minder gemakkelijk te porren snel in te spelen op de ‘kansen’ die de markt biedt. De veranderde attitude van de HNWI jegens de markt en de daarop acterende partijen laat zich in drie thema’s samenvatten:
a. De vermogende eist gespecialiseerd en onafhankelijk advies. Hij is meer en meer geneigd het advies van zijn vermogensbeheerder te (laten) controleren. Dat kan bijvoorbeeld door het inschakelen van een derde partij, zoals bijvoorbeeld De Weygerbergen.
b. Als het om de opbouw van zijn beleggingsportefeuille gaat, dan eist de HNWI meer transparantie en vooral ook meer eenvoud. Hij wil eigenlijk alleen nog maar beleggen in producten die hij zelf begrijpt. In het verlengde daarvan eist hij een betere ‘client reporting’. Die moet kwalitatief beter en duidelijker, zodat hij een beter inzicht krijgt in bijvoorbeeld de commissiestructuur, waarderingen, risico’s en performance. Ook moet er vaker gerapporteerd worden. Een ‘trauma’ uit 2008 was, dat de HNWI te lang in het ongewisse bleef over de ontwikkeling van de waarde van zijn portefeuille.
c. Het derde thema volgt logisch uit de twee voorafgaande. De HNWI eist nu een effectief portfolio beheer gecombineerd met degelijk risicomanagement. Hij eist en verwacht voortaan een scenario analyse bij de allocatiekeuze en de keuze van producten. Er moet een duidelijke samenhang komen tussen beleggingsdoelstellingen en de mogelijke risico’s. Daarbij past ook een diepgaande analyse van de aangeboden producten. De HNWI wil dit keer begrijpen waar hij in belegt.

De dag van morgen
Het rapport constateert dat de boven beschreven mentaliteit voorlopig blijft overheersen. De vermogende belegger kiest voor cash of andere vormen van liquide beleggen. Het is aan de financiële sector de HNWI te bewegen deze liquiditeiten in beleggingen om te zetten. Dat zal niet zo gemakkelijk zijn. De HNWI wil meer dan ooit boter bij de vis en is kritisch over de prestaties van zijn vermogensbeheerder over de afgelopen periode. Dit gezonde wantrouwen heeft geculmineerd in een eisenpakket zoals dat hierboven staat beschreven in de drie thema’s. Het is aan de sector om de komende jaren het wantrouwen zeer serieus te nemen. Een terugkeer naar business as usual zit er op korte termijn niet in. Daarvoor zijn de wonden uit 2008 te diep.
De samenstellers van het rapport adviseren dan ook om voor het herstellen van de klantrelatie een beroep te doen op psychologische inzichten, meer concreet aan inzichten ontleend aan behavioral finance. Dat is een interessant gezichtspunt, maar misschien een thema voor een volgende nieuwsbrief.
Het is echter niet zo, dat het wiel helemaal opnieuw moet worden uitgevonden. Zonder op de borst te kloppen, maar De Weygerbergen doet al veel om de relatie van belegger en bank/vermogensbeheerder te verbeteren en om de vertrouwensrelatie te herstellen. Waarvan acte!

Bron:
Cap Gemini en Merrill Lynch, World Wealth Report, 2010







De Weygerbergen staat vermogende particulieren, stichtingen, corporaties, charitatieve en kerkelijke instellingen en pensioenfondsen bij in hun contacten met banken en vermogensbeheerders. Zij beschikt over een geavanceerd systeem om het rendement te toetsen aan een vooraf overeengekomen benchmark en het risico zodanig in beeld te brengen dat schadelijke gevolgen van het beleid zoveel als mogelijk zijn te vermijden.
De Weygerbergen heeft vestigingen in Arnhem, Eindhoven en Rotterdam. Meer informatie: www.weygerbergen.com