woensdag 21 december 2011

BRIC’s, de tweede helft gaat in

Het is alweer 10 jaar geleden dat Jim O Neill, het toenmalige hoofd Research van Goldman Sachs (GS) het begrip BRIC’s introduceerde. Twee jaar later kwam GS met een uitwerking hoe de BRIC’s de wereldeconomie fundamenteel zouden gaan beïnvloeden. De invloed zou nog diepgaander blijken dan in 2001-2003 verwacht. Hun gewicht in de economie is veel sneller gegroeid en hun bijdrage aan de wereldeconomie bleek veel groter. Figuur 1 brengt de opmars van de BRIC landen scherp in beeld.

Figuur 1



Aanscherping van het beeld
Na 10 jaar is een mooi moment om een pas op de plaats te maken, te inventariseren en om nieuwe projecties te presenteren . Dat is nodig, omdat in de slipstream van de BRIC’s de N-11 landen een grotere rol voor zich op het economisch wereldtoneel hebben opgeëist. Sowieso is het gewicht van de zogeheten opkomende landen spectaculair gegroeid.
Zal dit proces zich onverdroten voortzetten? Ja en nee, zo denken ze bij GS en de researchers voorzien vijf belangrijke thema’s voor de komende jaren.
Het eerste thema is, dat ‘de Grote Omschakeling’ sneller verlopen is dan verwacht. De BRIC’s wegen nu voor 25% mee in het wereldwijde GDP. In 2050 zal dat ongeveer 40% zijn. De Omslag is daarmee voor ongeveer 50% voltooid. De bijdrage aan de groei van de wereldeconomie is nog sneller gestegen. In het afgelopen decennium kwam de bijdrage uit op 50%. Maar de rek lijkt er nu wel uit. De bijdrage kan nog wel wat stijgen, maar niet spectaculair, zoals uit figuur 2 spreekt.

Figuur 2


Het tweede thema gaat uit van een groeiend belang van de overige Opkomende Landen, los van de BRIC’s. De grote bijdrage aan de groei van de wereldeconomie komt tot 2050 niet langer van genoemde vier landen, maar van de N-11 landen en hun navolgers zoals de Afrikaanse Leeuwen. Als deze landen hun huiswerk goed doen, dan kan hun bijdrage aan de groei oplopen van 27% anno nu naar 40% in de aanloop naar 2050.
In samenhang met deze trend, komt een derde thema tot wasdom en dat is dat van het Groeiende Midden. In veel Westerse landen mag dan de inkomensongelijkheid toenemen, maar dat gaat niet op voor de ongelijkheid tussen landen. Die neemt af in de komende decennia. Die krimpende ongelijkheid is te verklaren uit de opmars van de middenklassen in de Opkomende landen. Dat laatste is weer mogelijk dankzij het groeiend gewicht van de Opkomende Landen in de wereldeconomie. De gestage groei van inkomen buiten de Westerse landen zal van grote invloed zijn op hoe en waar wat uitgegeven wordt. Dat is een niet onbelangrijk gegeven voor bijvoorbeeld beleggers. Het alsmaar toenemend gewicht en belang van de BRIC’s, N-11 en wat er allemaal nog achteraan komt is van grote invloed op het vierde thema. Het kan zomaar zijn, dat de groei van de wereldeconomie in het lopende decennium zijn piek bereikt. Volgens GS kan de groei komende jaren op gemiddeld 4,3% uitkomen en dat is van een hoger niveau dan de decennia daarvoor (Figuur 3).

Figuur 3



Na dit decennium krijgen ook de Opkomende Landen te maken met zaken als vergrijzing, waar nu de Westerse wereld last van heeft of al spoedig krijgt. Een en ander betekent bijvoorbeeld wel dat de opwaartse druk op prijzen voor commodities voorlopig hoog blijft. Ook dit is een gegeven, waar beleggers oog voor zouden moeten hebben.

Papier is geduldig en het is gemakkelijk mooie globale vergezichten te schilderen, maar de praktijk blijkt altijd weerbarstiger. In dezen is het goed te beseffen dat globale veranderingen en ontwikkelingen mooier lijken dan ze op nationaal niveau in werkelijkheid uitpakken. Ongelijkheid tussen landen zal komende decennia allengs afnemen. Maar de ongelijkheid binnen landen, zowel in west als in oost, neemt nog steeds toe. Het beeld, dat bepaalde groepen meer of minder profiteren, is al van kracht in veel westerse landen en zal zich komende jaren verspreiden over steeds meer Opkomende Landen waar eenzelfde trend te verwachten is. Dit is het uitgangspunt voor het vijfde thema: een groeiende spanning tussen wereldwijde en nationale perspectieven. Dat kan zeker binnenlands voor veel spanningen zorgen die ook extern hun uitwerking kunnen hebben. Ontwikkelingen gaan nu eenmaal vaak met heftige schokken gepaard. Ook hiervan moeten beleggers zich bewust zijn.

Goldman Sachs, The BRICs 10 Years On: Halfway Through the Great Transformation. Global Economics Paper, no 208

maandag 12 december 2011

Hoe gaat het verder in 2012?

Sinds 2008 is de Westerse wereld in een periode beland van aanhoudende economische en financiële beroeringen terecht gekomen. Dit deel van de wereld ziet zich geconfronteerd met een aanhoudende beneden trendmatige groei die grotendeels het gevolg is van het afbouwen van schulden in de private sector en ingrijpende bezuinigingen in de publieke sector. De zwaarste klappen vallen nog steeds in Europa, waar de schuldencrisis steeds dieper ingrijpt omdat de politiek onmachtig blijkt een coherent en consistent antwoord te formuleren.

Terugblik
Als we kort terug kijken op 2011, dan moeten we vaststellen, dat na een mooi eerste kwartaal (0,8% qoq), Europa langzaam maar zeker afkoerste op een nieuwe recessie. In het tweede en derde kwartaal was er nog maar amper groei. Nederland mocht in het 3de kwartaal zelfs een kleine krimp noteren. Die wegkwijnende economische groei valt samen met het oplopen van de financiële spanningen in Spanje en Italië. Die oplopende spanningen misten op hun beurt hun uitwerking niet op de reële economie. Banken kwamen onder zware druk om hun balans sneller en deugdelijker op orde te brengen en dat ging bijvoorbeeld ten koste van de kredietverlening.
De onmacht om de crisis in deze economisch belangrijke landen te bezweren kreeg geleidelijk een negatieve invloed op heel de eurozone. In eerste instantie kwam Frankrijk onder vuur te liggen. Ook daar begon de lange rente op te lopen, maar inmiddels kunnen kernlanden als Nederland en Duitsland zich niet meer aan de malaise ontrekken. De reden is, dat beide landen ook deel uit maken van de eurozone en zo deel van het probleem zijn. Het zou overigens niemand mogen verbazen indien Nederland zich in 2012 mag verheugen in de bijzondere aandacht van de internationale obligatiemarkten. Nederland heeft immers de hoogste hypothecaire schuld per hoofd van de bevolking ter wereld en veel huiseigenaars dreigen kopje onder te gaan.

Europa in 2012
Aan de vooravond van 2012 staat Europa er aanmerkelijk slechter voor dan aan het begin van 2011. Toen leefde nog het idee dat het momentum uit 2010 door zou zetten. Het heeft niet zo mogen zijn. Europa stevent af op een recessie (-0,8%) en de groei in de rest van de wereld vertraagt. De vertraging zal het sterkst zijn in die regio’s die nauw verbonden zijn met Europa. Het is om die reden dat belangrijke landen als de VS maar ook China Europa voortdurend aansporen echte maatregelen te nemen. De recessie in 2012 zal in 2013 een opvolging krijgen van een amechtig, ondermaats herstel. Het proces van het afbouwen van schulden gaat ook in 2013 onverdroten verder.

Figuur 1


Europa van twee snelheden
Als de crisis in 2011 iets geleerd heeft, dan is het wel dat er een Europa van twee snelheden bestaat. Het waren de landen rond Merkel’s Duitsland die in de eerste helft van 2011 goed presteerden. De meer perifere landen vochten heel 2011 tevergeefs om schuldengroei en recessie te beteugelen. De malaise werd alleen maar dieper. In 2012 zal dat beeld niet veel anders zijn. Naar verwachting zullen de kernlanden economisch niet in al te zwaar weer komen. Daar zijn goede redenen voor aan te wijzen. In de eerste plaats heeft Duitsland en in de slipstream Nederland geprofiteerd van ‘de financiële vlucht naar kwaliteit’. Deze landen genieten de voordelen van een hele lage rente. Onder invloed van alle onzekerheid zijn ook in deze landen burgers en bedrijven op hun handen gaan zitten en zijn belangrijke investeringen uitgesteld. Mochten in de loop van 2012 de grootste onzekerheden wegebben, dan kunnen deze investeringen en bestedingen alsnog hun beslag krijgen en aldus bijdragen aan een behoorlijk herstel. In de derde plaats kunnen landen als Duitsland en in mindere mate Nederland nog steeds profijt trekken van gezonde fundamentals. De arbeidsmarkt functioneert naar behoren, het competitief vermogen is groot en zeker Duitsland heeft een sterke positie in de export naar de opkomende markten.

Figuur 2


Hoe anders is de nabije toekomst voor landen als Italië en Spanje. Voor de korte termijn zien zij zich gesteld voor de opdracht de overheidsschulden onder controle te krijgen. De noodzakelijke en ingrijpende bezuinigingen hebben echter het laatste splintertje groei gesmoord.
Mochten de perifere landen er al in slagen om de groei van de schulden te beteugelen en in te tomen, dan is dat slechts het eerste hoofdstuk uit hun projectplan. Het tweede hoofdstuk vergt zo nodig nog meer. De periferie zal de economie fundamenteel moeten gaan hervormen om die aan te passen aan een Europees gemiddelde om zo het competitieve vermogen te vergroten. Die modernisering geschiedt niet op een achternamiddag, maar zal langdurig zijn en om structurele ingrepen vragen. Het ligt zodoende niet voor de hand, dat de periferie in 2012 en 2013 weer een gezonde groei zal laten zien. Sterker nog, het is nog maar de vraag of de periferie het kan redden zonder langdurige financiële steun van de Noord-Europese landen. Die zullen op hun beurt moeten beseffen dat stabiliteit en groei pas dan in de eurozone zullen terugkeren, als zij hun schouders ook onder de perifere schuldenberg zetten. Dat is geen populair idee in dit deel van de wereld, maar daarmee wel onontkomelijk. Hoe eerder dat besef doorbreekt, hoe beter.

Figuur 3




Bronnen:
Goldman Sachs, Our 2012/2013 outklook: Still mirred in a post-bubble World. Global economics weekly, 30 november 2011
Idem, Europe to 2013: half way a ‘lost decade’. European weekly analyst, 2 december 2011