In 2008 zakte de Westerse wereld weg in een diepe financiële crisis. De bancaire sector dreigde ineen te klappen. Tegelijkertijd werd duidelijk dat het economisch zwaartepunt naar het Oosten aan het verschuiven was. Dat maakte de vraag urgent hoe het Westen zijn zwaar gehavende economie zou gaan herinrichten om op wereldschaal de concurrentie te kunnen aangaan met de nieuwe grootmachten. Een van de antwoorden op deze grote uitdaging heette de vergroening van de economie. President Obama maakte de groene economie zelfs tot een van zijn speerpunten van herstelbeleid voor de Amerikaanse economie.
Banenmotor
Vergroening moest niet alleen zorgen voor een vitalisering van de economie, maar zou ook moeten fungeren als een banenmotor. Nu de eerste golven van enthousiasme zijn weggeëbd, is de tijd aangebroken voor een evaluatie . Het onderzoek beperkt zich tot de Verenigde Staten, maar het is uiteraard denkbaar dat de uitkomsten deels ook opgaan voor Europa. De eerste conclusie luidt dat anno 2010 de groene economie in de VS ongeveer 2,7 miljoen banen telde.
De groene banen zijn te vinden over een breed spectrum van de economie. Er zijn groene banen bij de overheid en in de industrie. Slechts een klein deel is te vinden in nieuwe segmenten van de economie, zoals wind- en zonnetechnologie. Het onderzoek toont ook aan, dat het groeitempo van de groene economie achterblijft bij dat van de gehele economie. Vooral de crisisjaren 2007-2008 eisten een zware tol in termen van banenverlies. De uitzondering was te vinden in het segment hernieuwbare energie. Nieuwe bedrijfjes blijken wel degelijk als banenmotor te fungeren, zij het op een bescheiden schaal.
Het goede nieuws is verder, dat verhoudingsgewijs veel van de bedrijfjes in de groene economie in de industrie te vinden zijn. Dat is precies wat beleidsmakers beogen. De groene economie moet bijdragen aan de wederopbouw van de industriële ruggengraat van de VS. Daar komt nog bij dat de groene industrie erg exportintensief blijkt met een hoge toegevoegde waarde. Ook dat moet beleidsmakers als muziek in de oren klinken.
Groene bedrijfjes in de industriële sector voldoen duidelijk aan het ideaal van de beleidsmakers, maar die bedrijfjes vormen nog steeds een minderheid in het grote groene geheel. Dat betekent ook dat veel groene banen in de traditionele sectoren te vinden zijn. Het zijn vaak verhoudingsgewijs goed betaalde banen die vooral aantrekkelijk zijn voor werknemers met een gemiddelde of lage opleiding.
Groene banen zijn de tegenhanger van de traditionele blauwe boorden banen. Veel banen zijn bijvoorbeeld te vinden in het stedelijk transport of afvalwaterindustrie. Deze uitkomst van de evaluatie beantwoordt uiteraard niet aan het ideaal van Obama en de zijnen. Daar zullen de ‘groene boorden’ echter niet om malen.
Groen en stedelijk
Waar vindt de groene economie vorm en waar krijgt zij vaste vorm. Het is geen verrassing dat in de VS de staat Californië een prominente groene vertegenwoordiger is. Als we groen gaan berekenen per hoofd van de bevolking, dan presteert een staat als Alaska wel beter dan de ‘sunshine state’.
Voor het overige is groen vooral een grootstedelijke aangelegenheid. In de periode 2003-2010 kwam 75% van alle banen in de groene economie in de grootstedelijke gebieden tot stand. Dat is niet zo vreemd als het misschien lijkt. De praktijk wijst uit dat de grootstedelijke omgeving meer mogelijkheden biedt voor clustering van min of meer gelijksoortige activiteiten. Dat stimuleert eerder de groei dan min of meer geïsoleerde initiatieven.
Takeoff
Wie het onderzoek van het Brookings Institution doorbladert, kan niet aan de indruk ontkomen dat de groene economie in de VS nog niet in de ‘takeoff’ fase is beland. Er zijn weliswaar veelbelovende trends zichtbaar, maar ze zijn ook vaak nog erg bescheiden en kleinschalig. Dan doelen we vooral op de industriële start ups in de sfeer van de ‘renewable energy’.
Het is maar de vraag of zonder gerichte staatssteun dit groene segment in de VS werkelijk tot wasdom kan komen, zeker nu een land als China ‘groen’ tot een van de speerpunten van het economisch beleid heeft gemaakt. Het laatste wat het groene segment in de VS kan gebruiken, is de huidige politieke tweespalt.
De Republikeinen zien weinig in steun aan ‘groen’. Zonder steun is het echter bijkans onmogelijk om op de wereldmarkt te concurreren. Het politieke debat schrikt bovendien potentiële investeerders af en die zijn weer nodig voor de broodnodige schaalvergroting. Groen in de VS lijkt gevangen in een vicieuze cirkel met alle potentiële negatieve gevolgen van dien. Een andere vraag is natuurlijk of het in ons deel van de wereld zoveel beter is.
The Brookings Institution, Sizing the Clean Economy: A National and Regional Green Jobs Assessment, 13 juli 2011
dinsdag 27 september 2011
maandag 19 september 2011
Hoe nu verder, Europa?
Het pak donkere wolken boven Europa wordt steeds dikker en zwarter. De schuldencrisis lijkt zich met de dag te verdiepen. Niets of niemand kan er zich aan ontrekken. De econo-
mische groei is verdwenen en in Nederland ziet het kabinet Rutten zich voor de vraag gesteld of er niet nog enkele miljarden extra bezuinigd moet worden.
Verwarring ten top
De politiek in Europa lijkt in totale verwarring. Enerzijds doen premier Rutten en minister De Jager in the Financial Times de suggestie dat het onmogelijke mogelijk kan worden: Griekenland moet de euro opgeven. Anderzijds proberen mevrouw Merkel en president Sarkozy vastbeslotenheid uit te stralen: Griekenland blijft onderdeel van de eurozone. Hebben Rutten en De Jager voor hun beurt gepraat of hebben ze met stilzwijgende toestemming van de grote zus een proefballonnetje opgelaten?
Een ding lijkt duidelijk: de toekomst is in nog meer nevelen gehuld dan normaal al het geval is.
Beperkt aantal scenario’s
De politiek is daarom nog niet veel verder gekomen dan het managen van de crisis. De crisis oplossen, daar is de politiek nog lang niet aan toe. Het aantal serieuze opties is echter maar beperkt.
Het eerste en meest gevreesde scenario is dat van het opbreken van de eurozone. Dat kan wel beschouwd op twee manieren. De zwakke perifere landen treden al uit de unie of de sterke landen doen dat. Die oplossing lijkt meer en meer aan populariteit te winnen. Denk maar aan de ingezonden brief van Rutten/De Jager. Toch lijkt een dergelijke oplossing minder voor de hand te liggen. Het zou volledig in strijd zijn met de grondbeginselen van de EMU. Die was opgericht met het commitment dat de oprichting onomkeerbaar zou zijn. Als zulks niet het geval blijkt, wat is dan nog de waarde van toekomstige verdragen en toezeggingen. Een tweede vraag is hoe het nieuwe betalingsverkeer op korte termijn vorm gegeven kan worden en hoe allerlei contracten opgesteld in euro’s nageleefd gaan worden. Niemand die het weet, maar het voorbeeld van Argentinië stelt niet gerust. De chaos op de diverse markten was enorm.
Het tweede scenario is welbeschouwd het tegenovergestelde van het eerste scenario. Er komt een meer centraal beleid op financieel/economisch gebied in Europa. Er komen instellingen a la de ECB met de bevoegdheid regels dwingend op te leggen aan alle lidstaten. Een snelle ontwikkeling in deze richting lijkt eveneens niet waarschijnlijk. Het introduceren van bijvoorbeeld de veelgenoemde eurobond heeft voor veel Duitsers nog steeds het schrikbeeld van het afgeven van een blanco cheque van Duitsland aan de periferie om hun financiële problemen op te lossen. Nu niet, nooit niet denken veel Duitsers. Het toestaan dat een derde grensoverschrijdende partij ingrijpt in zulke nationale aangelegenheden als het financieel-economisch terrein is daarmee ook een brug te ver.
Eigenlijk is er op dit moment slechts een bovennationale instelling die met gezag dwingend beleid kan opleggen en dat is de ECB. De ECB is dan ook de sleutel naar een derde scenario. DE ECB kan een verbindende rol spelen tussen wat nu noodzakelijk is en in de toekomst gewenst. De bank heeft genoeg mogelijkheden om een expansief beleid te voeren. Het kan voor het ogenblik de wankele obligaties van de perifere landen opkopen en het kan ook nog zijn rol spelen van lender of last ressort voor de benauwde Europese banken sector.
Het oppompen van de bankbalans (drukpers laten draaien) van de ECB hoeft niet per se een gevaar te beteken, zolang het beleid erop gericht is de markt van voldoende liquiditeiten te voorzien. Anders wordt het, wanneer de Bank zoveel risico’s op zich laadt en vervolgens niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. In dat geval is herkapitalisatie door de lidstaten onvermijdelijk. De last daarvan zal vooral op de schouders van Duitsland terecht komen. Dat land heeft dan twee opties: of het stemt in met de herkapitalisatie of het weigert dat. Als Duitsland voor de tweede optie kiest, dan stapt het land de facto uit de eurozone met alle gevolgen van dien. In het eerste geval zal Duitsland evenmin erg gelukkig zijn. Het land gaat immers via de ECB, dus indirect, de zwakke perifere landen steunen. Dat is dan min of meer op de wijze zoals beschreven in scenario 2 en daar zijn de Duitsers allerminst gelukkig mee.
Het is misschien dan maar het beste om het Duitse gewicht in allerlei Europese gremia die er toe doen meer gewicht te geven. Op die manier kan de Duitse belastingbetaler ervan verzekerd zijn, dat er geen open einde regelingen getroffen worden. Dan komt er vanzelf ook meer tijd en ruimte om de broodnodige institutionele hervormingen op Europees niveau te ontwikkelen en door te voeren. Of de Fransen dit een goed plan vinden?
1. Goldman Sachs, Next steps for the euro area- a primer. European weekly analyst. 15 September 2011
mische groei is verdwenen en in Nederland ziet het kabinet Rutten zich voor de vraag gesteld of er niet nog enkele miljarden extra bezuinigd moet worden.
Verwarring ten top
De politiek in Europa lijkt in totale verwarring. Enerzijds doen premier Rutten en minister De Jager in the Financial Times de suggestie dat het onmogelijke mogelijk kan worden: Griekenland moet de euro opgeven. Anderzijds proberen mevrouw Merkel en president Sarkozy vastbeslotenheid uit te stralen: Griekenland blijft onderdeel van de eurozone. Hebben Rutten en De Jager voor hun beurt gepraat of hebben ze met stilzwijgende toestemming van de grote zus een proefballonnetje opgelaten?
Een ding lijkt duidelijk: de toekomst is in nog meer nevelen gehuld dan normaal al het geval is.
Beperkt aantal scenario’s
De politiek is daarom nog niet veel verder gekomen dan het managen van de crisis. De crisis oplossen, daar is de politiek nog lang niet aan toe. Het aantal serieuze opties is echter maar beperkt.
Het eerste en meest gevreesde scenario is dat van het opbreken van de eurozone. Dat kan wel beschouwd op twee manieren. De zwakke perifere landen treden al uit de unie of de sterke landen doen dat. Die oplossing lijkt meer en meer aan populariteit te winnen. Denk maar aan de ingezonden brief van Rutten/De Jager. Toch lijkt een dergelijke oplossing minder voor de hand te liggen. Het zou volledig in strijd zijn met de grondbeginselen van de EMU. Die was opgericht met het commitment dat de oprichting onomkeerbaar zou zijn. Als zulks niet het geval blijkt, wat is dan nog de waarde van toekomstige verdragen en toezeggingen. Een tweede vraag is hoe het nieuwe betalingsverkeer op korte termijn vorm gegeven kan worden en hoe allerlei contracten opgesteld in euro’s nageleefd gaan worden. Niemand die het weet, maar het voorbeeld van Argentinië stelt niet gerust. De chaos op de diverse markten was enorm.
Het tweede scenario is welbeschouwd het tegenovergestelde van het eerste scenario. Er komt een meer centraal beleid op financieel/economisch gebied in Europa. Er komen instellingen a la de ECB met de bevoegdheid regels dwingend op te leggen aan alle lidstaten. Een snelle ontwikkeling in deze richting lijkt eveneens niet waarschijnlijk. Het introduceren van bijvoorbeeld de veelgenoemde eurobond heeft voor veel Duitsers nog steeds het schrikbeeld van het afgeven van een blanco cheque van Duitsland aan de periferie om hun financiële problemen op te lossen. Nu niet, nooit niet denken veel Duitsers. Het toestaan dat een derde grensoverschrijdende partij ingrijpt in zulke nationale aangelegenheden als het financieel-economisch terrein is daarmee ook een brug te ver.
Eigenlijk is er op dit moment slechts een bovennationale instelling die met gezag dwingend beleid kan opleggen en dat is de ECB. De ECB is dan ook de sleutel naar een derde scenario. DE ECB kan een verbindende rol spelen tussen wat nu noodzakelijk is en in de toekomst gewenst. De bank heeft genoeg mogelijkheden om een expansief beleid te voeren. Het kan voor het ogenblik de wankele obligaties van de perifere landen opkopen en het kan ook nog zijn rol spelen van lender of last ressort voor de benauwde Europese banken sector.
Het oppompen van de bankbalans (drukpers laten draaien) van de ECB hoeft niet per se een gevaar te beteken, zolang het beleid erop gericht is de markt van voldoende liquiditeiten te voorzien. Anders wordt het, wanneer de Bank zoveel risico’s op zich laadt en vervolgens niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. In dat geval is herkapitalisatie door de lidstaten onvermijdelijk. De last daarvan zal vooral op de schouders van Duitsland terecht komen. Dat land heeft dan twee opties: of het stemt in met de herkapitalisatie of het weigert dat. Als Duitsland voor de tweede optie kiest, dan stapt het land de facto uit de eurozone met alle gevolgen van dien. In het eerste geval zal Duitsland evenmin erg gelukkig zijn. Het land gaat immers via de ECB, dus indirect, de zwakke perifere landen steunen. Dat is dan min of meer op de wijze zoals beschreven in scenario 2 en daar zijn de Duitsers allerminst gelukkig mee.
Het is misschien dan maar het beste om het Duitse gewicht in allerlei Europese gremia die er toe doen meer gewicht te geven. Op die manier kan de Duitse belastingbetaler ervan verzekerd zijn, dat er geen open einde regelingen getroffen worden. Dan komt er vanzelf ook meer tijd en ruimte om de broodnodige institutionele hervormingen op Europees niveau te ontwikkelen en door te voeren. Of de Fransen dit een goed plan vinden?
1. Goldman Sachs, Next steps for the euro area- a primer. European weekly analyst. 15 September 2011
maandag 12 september 2011
Geld is gratis
Geld is gratis
De afgelopen week daalde de vergoeding op tienjaars schatkist papier in de VS en in Duitsland onder 2%. Dat is sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw niet meer het geval geweest. Volgens Martin Wolf, columnist van the Financial Times is het zeer wel denkbaar dat deze rentevergoeding nog verder gaat dalen, naar niveaus die we van Japan kennen. Dat zou betekenen dat de rentevergoeding nagenoeg naar 0% kan dalen . Geld lenen zou zomaar gratis worden.
Sparen of lenen
Met die alsmaar dalende niveaus voor vergoedingen, willen de internationale obligatie- markten een boodschap afgeven. Maar de vraag is welke boodschap? Voor Wolf is het duidelijk: de markten zijn niet benauwd voor een eventueel faillissement van Griekenland, nee ze zijn bang voor een nieuwe recessie in de VS en Europa. De kans daarop neemt met de dag toe, gelet op de regen aan neerwaartse bijstellingen door gerenommeerde denktanks. In de visie van Wolf schreeuwen obligatiemarkten hun overheden toe om op grote schaal geld te gaan lenen en uit te geven. Dat uitgeven moet wel met een visie gebeuren. Neem bijvoorbeeld de situatie in de VS! De consument daar ging sparen en zijn schulden afbouwen toen de prijs van zijn huis ging dalen. Het bedrijfsleven deed hetzelfde toen de crisis van 2008/09 een feit was. Tegelijkertijd bleef het buitenland zijn zuurverdiende spaarcentjes naar de veilige haven van de VS sturen. Onder deze omstandigheden moet de overheid wel op grote schaal gaan lenen en zo tekorten scheppen. Die grote tekorten hebben als voordeel, dat ze de private sector in staat stellen hun schuldenlast af te bouwen. De crux is wel, dat de overheid dat geleende geld nuttig aanwendt. Wolf pleit ervoor het geld te gebruiken om te bouwen aan een toekomstige verhoging van de welvaart. Dat kan door bijvoorbeeld in infrastructuur te investeren en in bijvoorbeeld een verbetering van het onderwijs. Het geld kan ook gebruikt worden om bijvoorbeeld banken te herkapitaliseren. Natuurlijk er hangt een prijskaartje aan, Wolf ontkent dat geenszins. In zijn visie is het bijna ondenkbaar dat het rendement op de beoogde investeringen lager zou uitvallen dan de kosten voor het lenen van het geld. Bovendien, door de juiste investeringen kan de overheid de basis leggen voor een gezondere fiscale toekomst.
Alternatieven
Overigens is Wolf ervan overtuigd dat een dergelijk beleid van grotere overheidsschulden slechts voor enkele landen is weggelegd. De obligatiemarkten vertellen duidelijk welke dat zijn. In ieder geval behoren de VS en Duitsland tot die groep van landen. Zeker in Duitsland is daar op het ogenblik politiek gezien weinig animo voor. Daar wordt zwaar ingezet op het terug brengen van de overheidstekorten. Dat klinkt heel aantrekkelijk, het op orde brengen van ‘s lands huishoudboekje. Maar daar zitten volgens Wolf evidente nadelen aan. Het versneld afbouwen van de tekorten moet gepaard gaan met een duidelijke vertraging van het afbetalen van de schulden in de private sector en een opdrogen van de uitgaven. Het resultaat zal zijn dat bedrijfswinsten onder druk komen, dat het faillissementen gaat regenen en dat een nieuwe recessie, misschien wel depressie onvermijdelijk. Wolf maakt zich grote zorgen. De opstelling van Duitsland en Nederland maakt het bijkans onmogelijk voor tekortlanden in het zuiden van Europa om in de exportsector een surplus op te bouwen. In Griekenland is de economie in een ras tempo aan het krimpen en is een faillissement bijkans onvermijdelijk. De ECB is op dit moment de enige instelling die schuldenlanden van financiële middelen voorziet. Landen als Nederland en Duitsland zijn daar felle tegenstanders van. Wolf vraagt zich af of dat wel zo verstandig is gelet op de consequenties voor de schuldenlanden.
Consequenties
Martin Wolf is er zich van bewust dat zijn visie niet de handen van menig beleidsmaker op elkaar zal brengen. De communis opinio in Europa is, dat het afbouwen van overheidsschulden als vanzelf zal resulteren in een herstel van investeringen en daarmee in een herstel van de economische groei. Maar dat is volgens de columnist helemaal geen vanzelfsprekendheid. Hij wijst op het voorbeeld van Japan. Dat land heeft in de jaren negentig de lijn gevolgd die Europa nu graag zou inzetten. Het resultaat? Japan worstelt nu al 20 jaar tevergeefs om het niveau van investeringen te verhogen en de economische groei te laten opflakkeren. Blijkbaar hebben de obligatiemarkten niet veel vertrouwen in een Japans experiment op zeer grote schaal en misschien is het nog niet zo gek deze boodschap serieus te nemen. Voorlopig zijn er in de VS en Europa meer problemen dan oplossingen.
Martin Wolf, Why we must listen to what bond markets are telling us, Financial Times, 7 september 2011
De afgelopen week daalde de vergoeding op tienjaars schatkist papier in de VS en in Duitsland onder 2%. Dat is sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw niet meer het geval geweest. Volgens Martin Wolf, columnist van the Financial Times is het zeer wel denkbaar dat deze rentevergoeding nog verder gaat dalen, naar niveaus die we van Japan kennen. Dat zou betekenen dat de rentevergoeding nagenoeg naar 0% kan dalen . Geld lenen zou zomaar gratis worden.
Sparen of lenen
Met die alsmaar dalende niveaus voor vergoedingen, willen de internationale obligatie- markten een boodschap afgeven. Maar de vraag is welke boodschap? Voor Wolf is het duidelijk: de markten zijn niet benauwd voor een eventueel faillissement van Griekenland, nee ze zijn bang voor een nieuwe recessie in de VS en Europa. De kans daarop neemt met de dag toe, gelet op de regen aan neerwaartse bijstellingen door gerenommeerde denktanks. In de visie van Wolf schreeuwen obligatiemarkten hun overheden toe om op grote schaal geld te gaan lenen en uit te geven. Dat uitgeven moet wel met een visie gebeuren. Neem bijvoorbeeld de situatie in de VS! De consument daar ging sparen en zijn schulden afbouwen toen de prijs van zijn huis ging dalen. Het bedrijfsleven deed hetzelfde toen de crisis van 2008/09 een feit was. Tegelijkertijd bleef het buitenland zijn zuurverdiende spaarcentjes naar de veilige haven van de VS sturen. Onder deze omstandigheden moet de overheid wel op grote schaal gaan lenen en zo tekorten scheppen. Die grote tekorten hebben als voordeel, dat ze de private sector in staat stellen hun schuldenlast af te bouwen. De crux is wel, dat de overheid dat geleende geld nuttig aanwendt. Wolf pleit ervoor het geld te gebruiken om te bouwen aan een toekomstige verhoging van de welvaart. Dat kan door bijvoorbeeld in infrastructuur te investeren en in bijvoorbeeld een verbetering van het onderwijs. Het geld kan ook gebruikt worden om bijvoorbeeld banken te herkapitaliseren. Natuurlijk er hangt een prijskaartje aan, Wolf ontkent dat geenszins. In zijn visie is het bijna ondenkbaar dat het rendement op de beoogde investeringen lager zou uitvallen dan de kosten voor het lenen van het geld. Bovendien, door de juiste investeringen kan de overheid de basis leggen voor een gezondere fiscale toekomst.
Alternatieven
Overigens is Wolf ervan overtuigd dat een dergelijk beleid van grotere overheidsschulden slechts voor enkele landen is weggelegd. De obligatiemarkten vertellen duidelijk welke dat zijn. In ieder geval behoren de VS en Duitsland tot die groep van landen. Zeker in Duitsland is daar op het ogenblik politiek gezien weinig animo voor. Daar wordt zwaar ingezet op het terug brengen van de overheidstekorten. Dat klinkt heel aantrekkelijk, het op orde brengen van ‘s lands huishoudboekje. Maar daar zitten volgens Wolf evidente nadelen aan. Het versneld afbouwen van de tekorten moet gepaard gaan met een duidelijke vertraging van het afbetalen van de schulden in de private sector en een opdrogen van de uitgaven. Het resultaat zal zijn dat bedrijfswinsten onder druk komen, dat het faillissementen gaat regenen en dat een nieuwe recessie, misschien wel depressie onvermijdelijk. Wolf maakt zich grote zorgen. De opstelling van Duitsland en Nederland maakt het bijkans onmogelijk voor tekortlanden in het zuiden van Europa om in de exportsector een surplus op te bouwen. In Griekenland is de economie in een ras tempo aan het krimpen en is een faillissement bijkans onvermijdelijk. De ECB is op dit moment de enige instelling die schuldenlanden van financiële middelen voorziet. Landen als Nederland en Duitsland zijn daar felle tegenstanders van. Wolf vraagt zich af of dat wel zo verstandig is gelet op de consequenties voor de schuldenlanden.
Consequenties
Martin Wolf is er zich van bewust dat zijn visie niet de handen van menig beleidsmaker op elkaar zal brengen. De communis opinio in Europa is, dat het afbouwen van overheidsschulden als vanzelf zal resulteren in een herstel van investeringen en daarmee in een herstel van de economische groei. Maar dat is volgens de columnist helemaal geen vanzelfsprekendheid. Hij wijst op het voorbeeld van Japan. Dat land heeft in de jaren negentig de lijn gevolgd die Europa nu graag zou inzetten. Het resultaat? Japan worstelt nu al 20 jaar tevergeefs om het niveau van investeringen te verhogen en de economische groei te laten opflakkeren. Blijkbaar hebben de obligatiemarkten niet veel vertrouwen in een Japans experiment op zeer grote schaal en misschien is het nog niet zo gek deze boodschap serieus te nemen. Voorlopig zijn er in de VS en Europa meer problemen dan oplossingen.
Martin Wolf, Why we must listen to what bond markets are telling us, Financial Times, 7 september 2011
dinsdag 6 september 2011
Hel en verdoemenis
Het was met een diepe zucht van opluchting dat beleggers afscheid namen van ‘awful August’, een maand bezwangerd van louter dieptepunten. En inderdaad, heel even leek het erop, dat met het aanbreken van een nieuw maand, de zon doorbrak boven de financiële markten.
De Amerikaanse economie
De blijde verwachting was echter van korte duur. Het banenrapport van vrijdag 2 september bracht een snelle ontnuchtering. In de maand augustus kwam er bijna geen extra baan bij. De private sector liet een magere oogst zien van 17000 banen. Economen wijten het uitblijven van banengroei van enige betekenis aan de politieke impasse in het land. Democraten en Republikeinen lijken het vooral druk te hebben met elkaar te bestrijden in plaats van intensief te werken aan een aanvalsplan voor een herstel van de economie. Het is deze impasse die veel werkgevers ervan zou weerhouden nieuwe mensen aan te nemen. Dat zou kunnen, maar het lijkt er meer op dat de economie maar niet aan vitaliteit kan winnen. De industrie, die al kwartalen boven verwachting presteert, begint nu ook aan momentum te verliezen. De ISM Index voor de industrie kwam in augustus nog maar amper uit boven 50, de grens tussen groei en krimp. De consument voelt zich op zijn beurt bedreigd door werkloosheid, hoge benzineprijzen en stijgende kosten voor de dagelijkse maaltijd. Een gestaag afkalvend consumentenvertrouwen biedt ook al weinig uitzicht op enig herstel.
Wat te doen? Zou een derde, omvangrijk stimuleringsprogramma, QE3, helpen? Het lijkt erop, dat de FED verdeeld is over het nut van QE3. De effecten van QE2 waren weliswaar positief, maar van korte duur. Ben Bernanke, de baas van de FED, wekt voorlopig de indruk niet erg warm te lopen voor een nieuw stimuleringsprogramma.
Stuurloos Europa
De financiële markten zijn niet alleen ongerust over een mogelijke nieuwe recessie in de VS, de zorgen over de immer voortsudderende schuldencrisis in Europa zijn zo mogelijk nog groter. Het vijfde opeenvolgende verlies van mevrouw Merkel bij binnenlandse verkiezingen draagt niet bij aan een krachtdadig Duits leidinggeven bij het aanpakken van de schuldencrisis. De doorsnee kiezer loopt er duidelijk niet warm voor. De handelswijze van de Zuid-Europese politiek zal het enthousiasme eerder verder temperen dan aanwakkeren. De Griekse politiek spreekt wel heel druk en gewichtig over bezuinigingen en hervormingen, maar in de praktijk komt daar nog verrassend weinig van terecht. Ook het benarde Italië vertoont een gedrag, waaruit weinig daadkracht valt af te lezen. Van het plan om Euro 45 miljard te bezuinigen is weinig meer over. Blijkbaar gaan politici in beide landen ervan uit, dat ‘Europa’ hen wel te hulp snelt, als puntje bij paaltje komt. Het zou zomaar kunnen, dat het omvangrijke programma van de ECB om voor talloos veel miljarden Zuid-Europese obligaties op te kopen de basis vormt voor deze even gemakzuchtige als gevaarlijke geesteshouding.
Hel en verdoemenis
Zowel in de VS als in Europa lijkt de politiek zich niet bewust van de grote problemen waar de Westerse wereld mee kampt. Het gebrek aan leiderschap van Obama, de stuurloosheid van de Europese politieke elite, het zijn zaken die rampzalig voor dit deel van de wereld gaan uitpakken. Althans dat denken ze bij Goldman Sachs. De officiële leer van deze investmentbank is er een van gematigd optimisme. Met een beetje goede wil valt al veel te redden. Schijn bedriegt, zoals zo vaak bij Goldman. Op 16 augustus verstuurde de bank een klein, maar zeer vertrouwelijk rapport naar haar belangrijkste institutionele cliënten. In dit rapport ontvouwt de schrijver en strateeg, Alan Brazil het scenario van een komende economische ineenstorting. Volgens Brazil zullen de VS er niet in slagen hun schuldenprobleem op te lossen door nog meer schuld te scheppen zonder dat dit fnuikend gaat uitpakken voor de dollar en dat is nog steeds de centrale valuta in de wereldeconomie. De boodschap voor Europa mag er ook zijn. De schuldencrisis zal alleen maar verergeren en verdiepen. In het Goldmanscenario is alleen al Euro 1 biljoen nodig om het zwakke Europese bankwezen overeind te houden. Het heet dat menig Europese bank op de rand van de afgrond wankelt. Om de zaak nog hopelozer te maken voorziet de strateeg een ineenstorten van de Chinese economie.
De kern van de boodschap is, dat beleggers zelfs in deze wereld vervuld van hel en verdoemenis nog geld kunnen verdienen. Typisch Goldman, dat is zeker, maar het is zeker heel onverstandig dit scenario luchtigjes naar de prullenbak te verwijzen. Goldman heeft in het recente verleden bewezen een fijne neus voor ontwikkelingen en trends te hebben.
De Amerikaanse economie
De blijde verwachting was echter van korte duur. Het banenrapport van vrijdag 2 september bracht een snelle ontnuchtering. In de maand augustus kwam er bijna geen extra baan bij. De private sector liet een magere oogst zien van 17000 banen. Economen wijten het uitblijven van banengroei van enige betekenis aan de politieke impasse in het land. Democraten en Republikeinen lijken het vooral druk te hebben met elkaar te bestrijden in plaats van intensief te werken aan een aanvalsplan voor een herstel van de economie. Het is deze impasse die veel werkgevers ervan zou weerhouden nieuwe mensen aan te nemen. Dat zou kunnen, maar het lijkt er meer op dat de economie maar niet aan vitaliteit kan winnen. De industrie, die al kwartalen boven verwachting presteert, begint nu ook aan momentum te verliezen. De ISM Index voor de industrie kwam in augustus nog maar amper uit boven 50, de grens tussen groei en krimp. De consument voelt zich op zijn beurt bedreigd door werkloosheid, hoge benzineprijzen en stijgende kosten voor de dagelijkse maaltijd. Een gestaag afkalvend consumentenvertrouwen biedt ook al weinig uitzicht op enig herstel.
Wat te doen? Zou een derde, omvangrijk stimuleringsprogramma, QE3, helpen? Het lijkt erop, dat de FED verdeeld is over het nut van QE3. De effecten van QE2 waren weliswaar positief, maar van korte duur. Ben Bernanke, de baas van de FED, wekt voorlopig de indruk niet erg warm te lopen voor een nieuw stimuleringsprogramma.
Stuurloos Europa
De financiële markten zijn niet alleen ongerust over een mogelijke nieuwe recessie in de VS, de zorgen over de immer voortsudderende schuldencrisis in Europa zijn zo mogelijk nog groter. Het vijfde opeenvolgende verlies van mevrouw Merkel bij binnenlandse verkiezingen draagt niet bij aan een krachtdadig Duits leidinggeven bij het aanpakken van de schuldencrisis. De doorsnee kiezer loopt er duidelijk niet warm voor. De handelswijze van de Zuid-Europese politiek zal het enthousiasme eerder verder temperen dan aanwakkeren. De Griekse politiek spreekt wel heel druk en gewichtig over bezuinigingen en hervormingen, maar in de praktijk komt daar nog verrassend weinig van terecht. Ook het benarde Italië vertoont een gedrag, waaruit weinig daadkracht valt af te lezen. Van het plan om Euro 45 miljard te bezuinigen is weinig meer over. Blijkbaar gaan politici in beide landen ervan uit, dat ‘Europa’ hen wel te hulp snelt, als puntje bij paaltje komt. Het zou zomaar kunnen, dat het omvangrijke programma van de ECB om voor talloos veel miljarden Zuid-Europese obligaties op te kopen de basis vormt voor deze even gemakzuchtige als gevaarlijke geesteshouding.
Hel en verdoemenis
Zowel in de VS als in Europa lijkt de politiek zich niet bewust van de grote problemen waar de Westerse wereld mee kampt. Het gebrek aan leiderschap van Obama, de stuurloosheid van de Europese politieke elite, het zijn zaken die rampzalig voor dit deel van de wereld gaan uitpakken. Althans dat denken ze bij Goldman Sachs. De officiële leer van deze investmentbank is er een van gematigd optimisme. Met een beetje goede wil valt al veel te redden. Schijn bedriegt, zoals zo vaak bij Goldman. Op 16 augustus verstuurde de bank een klein, maar zeer vertrouwelijk rapport naar haar belangrijkste institutionele cliënten. In dit rapport ontvouwt de schrijver en strateeg, Alan Brazil het scenario van een komende economische ineenstorting. Volgens Brazil zullen de VS er niet in slagen hun schuldenprobleem op te lossen door nog meer schuld te scheppen zonder dat dit fnuikend gaat uitpakken voor de dollar en dat is nog steeds de centrale valuta in de wereldeconomie. De boodschap voor Europa mag er ook zijn. De schuldencrisis zal alleen maar verergeren en verdiepen. In het Goldmanscenario is alleen al Euro 1 biljoen nodig om het zwakke Europese bankwezen overeind te houden. Het heet dat menig Europese bank op de rand van de afgrond wankelt. Om de zaak nog hopelozer te maken voorziet de strateeg een ineenstorten van de Chinese economie.
De kern van de boodschap is, dat beleggers zelfs in deze wereld vervuld van hel en verdoemenis nog geld kunnen verdienen. Typisch Goldman, dat is zeker, maar het is zeker heel onverstandig dit scenario luchtigjes naar de prullenbak te verwijzen. Goldman heeft in het recente verleden bewezen een fijne neus voor ontwikkelingen en trends te hebben.
Abonneren op:
Posts (Atom)
