maandag 24 mei 2010

Is de EU nog te redden?

Wat is eigenlijk de basis van de huidige crisis in de EU? Is de oorzaak de weinig gedisciplineerde opstelling van overheden die tekorten alleen maar laten oplopen tot ver boven de ondergrens van 3%? Het antwoord op de vraag is minder logisch dan het lijkt. Landen als Duitsland en Frankrijk hebben bij herhaling de 3%-regel geschonden. Ze hebben dat veel vaker gedaan dan landen als Spanje en Ierland die daar nu de rekening voor gepresenteerd krijgen.

Een feestje bouwen
Waarom moet het ene land wel boeten en het andere niet? Martin Wolf, de vermaarde columnist van the Financial Times, wijst in een recente column op de grote economische verschillen tussen de verschillende lidstaten. Landen als Spanje en Ierland bouwden hun economie op wat hij omschrijft als ‘asset price bubbles’ die uiteindelijk in financiële excessen uitmondden. Dankzij de aanhoudende instroom van goedkoop geld konden sommige landen hun bestaan tot een soort eeuwig durend feestje omtoveren. In diezelfde periode genereerden landen als Duitsland en Nederland overschotten. Aan alle goede dingen komt echter een einde. In Ierland en Spanje gebeurde dat toen de huizenmarkt in elkaar klapte met als resultaat dat de tekorten explodeerden.

Nieuw beleid
De Europese Unie heeft met veel moeite een financieel reddingsplan opgesteld dat moet voorkomen dat landen gedwongen worden een streep te zetten door (en deel van) hun schulden. Of dat voldoende is om de crisis te bezweren is nog maar de vraag, maar helemaal kansloos is het reddingsplan niet. Zo staat de Euro wel onder zware druk, maar de waarde is historisch gesproken nog steeds hoog en er is in ieder geval tijd gewonnen om nieuw beleid in de steigers te zetten. Het zou voor Griekenland waarschijnlijk het beste zijn de schulden te herstructureren. De debiteurenstatus van dit land is wel erg laag. Een lagere schuld kan wellicht zijn kredietwaardigheid ten goede komen.

Een belangrijk probleem is dat van de economische groei. Landen met grote tekorten moeten economisch groeien om die tekorten weg te werken. Het zou goed zijn als die groei kwam dankzij grote exporten en niet op basis van instroom van goedkoop geld. Het probleem is echter dat landen in de problemen moeite hebben om hun exporten te vergroten omdat ze zo weinig competitief zijn. De huidige daling in de waarde van de euro is te gering om werkelijk van nut te zijn. Het enige wat verblijft is dan het prijsniveau drastisch te verlagen, maar daar is nog maar amper een start mee gemaakt. Het enige land dat in dit opzicht daadwerkelijk vorderingen heeft gemaakt is Ierland. Dit proces van aanpassen om het competitief vermogen te herstellen duurt lang en is erg ingrijpend. Het heeft bovendien als vervelend neveneffect dat de reële waarde van de schuld stijgt.

Er is nog een nijpend probleem dat om nieuw beleid vraag. Er moet meer aandacht komen voor de stabiliteit in de private sector in de verschillende landen. Terwijl in sommige landen de private sector op de pof leeft, wordt in andere landen teveel gespaard. Dat werkt instabiliteit in de hand, wat nog verergerd kan worden door het eenvormige monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Beleidsmakers zouden er bovendien goed aan doen een scherp oog te houden op de mogelijk groeiende politiek spanningen tussen enerzijds landen die een grotere discipline voorstaan (Nederland en Duitsland) en landen die daar weinig voor voelen (Frankrijk) of het eenvoudig niet kunnen. Het is niet langer ondenkbaar dat een land als Duitsland de handdoek in de ring gooit als het geëiste aanpassingsproces te weinig de kant op gaat die Duitsland graag zou zien. Maar beleidsmakers moeten zich ook wapenen tegen groeiende internationale kritiek. Het huidige aanpassingsbeleid zal weinig of niets bijdragen aan het huidige wankele herstel in de wereldeconomie. Eerder zal het omgekeerde het geval zijn. Een land als de VS zal dat Europa niet in dank afnemen.
Stel dat de EU er in zal slagen zijn aanpassingsbeleid vorm te geven en er tegelijkertijd in slaagt binnenlandse en buitenlandse spanningen goed te managen, is het beleid dan automatisch een succes? Nee, jammer genoeg niet. Voor een echt succes is economische groei noodzaak. Hoe groot is de kans dat de economie daadwerkelijk gaat groeien als elk dubbeltje driemaal omgedraaid moet worden voordat het uitgegeven mag worden?

vrijdag 7 mei 2010

De Griekse steen in de Europese vijver

Zou het er dan toch van komen? Officieel is er een reddingsplan voor Griekenland ter waarde van Euro 110 miljard voor een periode van 3 jaar. Op zich zou dat voldoende moeten zijn om de obligatiemarkten gerust te stellen dat Europa daadwerkelijk de handen ineen slaat om Griekenland te behoeden voor een faillissement. Maar zal dat ook werkelijk zo zijn? Er zijn goede redenen om aan een positieve uitkomst te twijfelen.

Onwil of recessie
Het welslagen van de reddingsoperatie staat of valt met de bereidheid van de Griekse bevolking om de gevraagde offers te brengen. Voorlopig lijkt die bevolking te denken, dat staken een afdoende remedie is tegen het naderende financiële onheil. Veel zal ook afhangen van de opstelling van Griekse politici. Zullen ze bereid en in staat blijken om de druk van de straat te weerstaan. Als we afgaan op het recente verleden mogen we niet echt hoopvol zijn. Zelfs in afgelopen maanden bleken Griekse politici niet in staat om een saneringsplan op te stellen dat indruk maakte bij de internationale schuldeisers. En stel, dat het droomscenario uitkomt en Griekenland neemt zijn verantwoordelijkheid, zijn dan in 2012 alle problemen voorbij? Ook hier mag je de nodige vraagtekens bij plaatsen. Van verschillende kanten is er al op gewezen dat de gevraagde bezuinigingen Griekenland in een diepe recessie zullen storten die alle reddingsinspanningen alsnog teniet zullen doen. Internationaal aansprekende namen als Nouriel Roubini en Martin Feldstein pleiten er daarom voor, dat Griekenland maar zo snel mogelijk failliet gaat en een streep zet door zijn schuldenlast. In plaats van zich al teveel te bekommeren om Griekenland, zou Europa er goed aan doen om Spanje te steunen. Een eventueel omvallen van Spanje heeft een veel grotere en negatiever effect op Europa en de rest van de wereld dan een omvallen van Griekenland, aldus de heren. De historicus en econoom Ken Rogof is het deels eens met deze opvatting. Hij wijst erop, dat de wereld nog maar amper hersteld is van de schok van 2008. Vooral het herstel van het internationale bankwezen is nog erg fragiel. Griekenland moet daarom een omvallen zolang mogelijk uit stellen om het financieel systeem niet onnodig te belasten. Op die manier kan het systeem op krachten komen. Maar dat Griekenland niet meer te redden is, is voor al die Amerikanen een gegeven. Een wel zeer cynische Financial Times wees erop dat een faillissement juist de basis kan vormen voor nieuw beleid. Bovendien bewijst de geschiedenis dat de financiële markten steeds opnieuw bereid zijn om aan ‘zondaars’ te lenen.

Europa in crisis
Is Europa met het voorliggend reddingsplan uit de brand? Dat kan, maar er is weinig reden tot tevredenheid. Financiële markten zijn geschrokken van het Europese onvermogen om een in aanvang beperkt probleem doeltreffend aan te pakken. Sinds januari van dit jaar zijn meerdere plannen gepresenteerd, maar niet één bleek een lang leven beschoren. Dat was grotendeels het gevolg van een ontbreken van leiderschap. Vooral het stilzwijgen van Mevrouw Merkel heeft velen verbaasd. Hoewel Duitsland verreweg de grootste crediteur is binnen de EU ging er weinig inspirerend leiderschap van Berlijn uit. Het resultaat was, dat met elk nieuw reddingsplan de rekening hoger werd.
Het gevolg van het ontbreken van krachtdadig leiderschap is, dat de obligatiemarkten hun vizier zijn gaan richten op andere zwakke broeders in het Europese bestel. Hun zorgen over de schuldenlast van landen als Spanje en Portugal zijn afgelopen week bevestigd door de afwaardering van de kwaliteit van de schuld door Standard&Poor’s. Volgens dit bureau zal de groei van beide landen achter blijven bij het Europees gemiddelde. De combinatie van een wel heel trage groei en een zeer hoge werkloosheid doet twijfel groeien over de mogelijkheden van beide landen hun financiële verplichtingen na te komen en om nieuwe leningen aan te gaan. Beide landen hebben tot dusverre gepoogd de ongerustheid weg te nemen door te wijzen op de verschillende herstructureringsplannen en door te schermen met beter dan verwachte vooruitzichten voor economische groei. Het zal allemaal weinig indruk maken. Het simpele feit, dat Spanje en Portugal te kampen krijgen met een hogere rente, zet de geloofwaardigheid van beide claims onder druk. Het wordt aldus een soort self fulfilling prophecy.
Critici willen nog wel eens wijzen op het inconsequente gedrag van de obligatiemarkten. Er zijn toch wel grotere zondaars dan Spanje en Portugal. Wat te denken van landen als de VS, Japan en het Verenigd Koninkrijk. Die kritiek snijdt hout. Je moet er echter niet aan denken, dat de obligatiemarkten Griekenland, Spanje en Portugal zien als een eerste vingeroefening om daarna hun aandacht exclusief te richten op de genoemde grote zondaars. Als dat het geval wordt, dan zijn de consequenties niet te overzien voor de wereldeconomie.