maandag 23 januari 2012

Olie, de bordjes worden verhangen

Het afgelopen jaar is het Westen weer eens met de neus op de feiten gedrukt. Politieke onrust in het Midden Oosten zorgt voor onrust op de energiemarkten. Landen als Saoedi Arabië en Iran zijn door het bezit van grote olievoorraden, van vitaal belang voor de westerse economieën. Verstoring van de rust kan verstoring van de aanvoer van energie tot gevolg hebben en dat is geen bijzonder prettig vooruitzicht.

Beleidswijziging
Westerse overheden hebben de afgelopen decennia met slechts weinig succes gepoogd die energieafhankelijkheid van het Midden Oosten maar ook van een politiek instabiel land als Rusland te verminderen. Zo gaat er behoorlijk veel geld naar het van de grond tillen van een ‘renewable energy’ sector, maar erg succesvol is het allemaal niet. Als de tekenen echter niet bedriegen, dan is het einde van de dominantie van het Midden Oosten op energiegebied voorbij. Die voortekenen behelzen het gedrag van de grote oliemaatschappijen. Die zijn de afgelopen jaren heel wat actiever geworden op hun traditionele thuismarkten.
De grote oliemaatschappijen hadden traditioneel weinig keuzes. Ze konden kiezen tussen olie produceren tegen lage kosten in politiek instabiele landen als Venezuela en Rusland waar het gevaar van bijvoorbeeld nationalisatie altijd aanwezig was en is. Of ze waren actief in de thuislanden waar de winning moeizaam was tegen hoge financiële en technologische kosten. Stabiliteit en betrouwbaarheid zijn min of meer gegarandeerd. De grote oliemaatschappijen kozen indertijd meestal voor de eerste optie. In de afgelopen jaren hebben bedrijven als Shell en Exxon hun positie moeten afstaan aan staatsbedrijven als Gazprom en Saoedi Aramco. Er bleef weinig anders over dan op zoek te gaan naar nieuwe vindplaatsen waarvoor nieuwe technologieën ontwikkeld moesten worden. Dat is een ontwikkeling van de afgelopen twintig jaar die de komende jaren de nodige revenuen moet gaan genereren.
Het toeval wil, dat de Oliebedrijven hun nieuwe jacht- en wingronden voor een belangrijk deel hebben gevonden in hun thuismarkten. Daar hebben ze geïnvesteerd in nieuwe LNG productiefaciliteiten, daar zijn ze in steeds dieper water gaan boren, daar hebben ze nieuwe technologieën om teergronden te ontwikkelen en om schaliegas en schalieolie naar boven te halen.

Figuur 1


De cijfers zijn veelzeggend. Een bedrijf als Shell alloceert 70% van haar upstream investeringen in landen die lid zijn van de OECD. Bovenstaand Figuur 1 maakt in een oogopslag duidelijk dat dankzij deze investeringen over de afgelopen twintig jaar de bordjes in de energiewereld worden verhangen. Het zwaartepunt verhuist naar Australië, de America’s en in mindere mate Europa, waar vooral Polen en Roemenie grote voorraden aan schaliegas herbergen.

Consequenties
En zo kan het gebeuren dat als de voortekenen ons niet bedriegen, de Verenigde Staten in 2020 ’s werelds grootste producent van olie en gas zal zijn. Dat kan grote politieke en economische consequenties hebben. Naar mate de VS minder afhankelijk wordt van het Midden Oosten, zal de neiging om daar als politieman op te treden minder worden. Dat kan vervelend uitpakken voor Europa, dat tot nu toe de VS de hete kolen uit het vuur liet halen. Europa zal die rol deels moeten overnemen. In dit deel van de wereld bestaan grote milieutechnische bezwaren tegen het winnen van schalie gas en schalie olie, waardoor de afhankelijkheid van het Midden Oosten hoog blijft.
Consequenties dreigen ook voor de nog jonge sector voor renewable energy. Het is nog maar de vraag of overheden bereid zullen blijven in deze sector te investeren als conventionele energievoorraden zo groot blijken te zijn. Misschien zullen de marges van de oliemaatschappijen ook slachtoffer zijn. De prijs voor meer stabiliteit en betrouwbaarheid zijn waarschijnlijk hogere belastingen. Ach, ieder voordeel heeft ook zijn nadeel.

dinsdag 3 januari 2012

Historische parallellen

Wolfgang Münchau is een erkend en gerenommeerd columnist bij the Financial Times. In die hoedanigheid is hij een fel criticaster van de Europese politiek. Hij schuwt de stevig aangezette historische vergelijking niet om zijn opvatting duidelijk te maken. In een recente column pakt hij zelfs terug op de 30 jarige Oorlog (1618-1648) om zijn weerzin tegen de Europese politiek en politici kracht bij te zetten .

Griezelig
Voor wie het vergeten is: de Dertigjarige Oorlog was een strijd tussen katholieken en protestanten die voornamelijk op Duits grondgebied werd uitgevochten en die onvoorstelbare ellende en ravages aanrichtte. Natuurlijk gaat Münchau er niet vanuit dat de huidige crisis in de eurozone in een daadwerkelijke oorlog uitmondt. Hij wijst slechts op griezelige parallellen.

Evenals toen
Evenals toen heeft er in de eurozone een verschuiving in het machtsevenwicht plaatsgevonden. De afgelopen jaren is Duitsland tot de Europese machtsfactor bij uitstek uitgegroeid. Die dominantie roept bij een land als Frankrijk zowel ergernis op alsook dat het angst in boezemt. Even als toen is de directe aanleiding tot de crisis een tamelijk onbelangrijke gebeurtenis. Toen werden een aantal adviseurs van de koning van Bohemen vermoord. De directe aanleiding tot de huidige crisis was de fiscale ineenstorting van een perifeer land, Griekenland. Dit op zich onbelangrijke incident heeft Europa in tweeën gespleten. Een protestants Noorden stelt zich onverzoenlijk op tegen een katholiek zuiden en dit conflict lijkt steeds verder uit de hand te lopen. Evenals toen wordt de ene na de andere poging ondernomen om de crisis in te dammen, met steeds averechtse uitkomsten. Tijdens het laatste overleg in december verdiepte de crisis zich nog verder, omdat het Verenigd Koninkrijk koos voor haar historische positie in Splendid Isolation. In plaats van met één hebben de politici nu te maken met twee conflicten en is de complexiteit alleen maar toegenomen. En dat maakt een soepele oplossing steeds minder waarschijnlijk. Het alsmaar uitblijven van een oplossing zal niet uitmonden in een oorlog, maar kan de Europese economie wel bijna onherstelbare schade berokkenen.

Culturele tegenstellingen
Misschien tot zijn verbazing moet Münchau vast stellen dat de huidige crisis gedomineerd wordt door eeuwenoude tegenstellingen: protestants versus katholiek en het Verenigd Koninkrijk versus het Continent. Die aloude tegenstellingen kunnen wel eens ten grondslag liggen aan het monstrum dat we monetaire unie noemen. Het was eerst en vooral bedoeld om diepliggende Duitse gevoelens van onlust te bezweren en weg te nemen. Een andere historische parallel is de manier waarop de Europese politieke besluitvorming werkt. Het Verdrag van Westfalen maakte de facto een einde aan het Heilige Roomse Rijk en veranderde centraal Europa in een lappendeken van kleinere en grotere staatjes, waardoor delen van Europa min of meer veranderden in een permanent slagveld. Münchau vreest met grote vreze, dat het huidige gebrekkige crisis management de Europese Unie zomaar kan terugwerpen naar de situatie van ongeveer 1970. Dat kan zomaar gebeuren, als Herman van Rompuy en de rest van Brussel wel in gezwollen bewoordingen blijven spreken allesomvattende oplossing, maar geen oog willen hebben voor de onderliggende structurele problemen.
Münchau toont zich bepaald geen zonnetje in huis, als hij nog twee mogelijke oplossingen voor de huidige crisis becommentarieert. Een tweede mogelijke uitkomst is een politieke unie met een gedeeld schuldenbeleid. Hij kan er de handen niet voor op elkaar krijgen. Een politieke unie bestrijdt waarschijnlijk wel de crisis op zich, maar schiet tekort als het gaat om de democratische legitimiteit. Die oplossing draagt het zaad van de instabiliteit in zich. De derde is die van de status quo, opgelegd en gedomineerd door de Duitse wens van zuinigheid, soberheid en eeuwigdurende bezuinigingen. Een dergelijke politiek moet wel extremisme uitlokken. Ook hier liggen instabiliteit en een democratisch tekort op de loer, omdat het ene land zijn wil op legt aan het andere.
In 1648 ploeterden nijvere politici hard en lang om een noodlottig verdrag in elkaar te flansen. In die zin zijn we sindsdien weinig opgeschoten.


Wolfgang Münchau, Grim lessons from the 30 years war. The Financial Times, 29 December 2011