dinsdag 22 juni 2010

De arbeidsmarkt op de schop

Hoewel de werkloosheid in Nederland hoog is en de crisis telkens opnieuw opflakkert, zijn al wel weer de eerste waarschuwende artikelen te lezen over een hernieuwde krapte op de arbeidsmarkt. In een enkel artikel wordt zelfs gesuggereerd dat de krapte al in 2011 terug kan zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt. Vooral in de technische sectoren kan het tekort snel weer oplopen. Dan mag er natuurlijk geen nieuwe terugval in de economische activiteiten plaatsvinden.

De Lissabonstrategie
In 2000 stelden de toenmalige 15 lidstaten van de EU zich ten doel om de de gemiddelde arbeidsparticipatie in 2010 tot boven 70% op te jagen. Die van vrouwen zo meer dan 60% moeten bedragen en van de 55 plussers zou meer dan 50% aan het werk moeten zijn. De werkloosheid zou moeten dalen naar 4%.
De crisis van 2008 heeft een dikke streep gezet door deze Europese ambities. Slechts enkele landen, waaronder Nederland, hebben een of meer van de doelstellingen gehaald. In het midden van 2009 had Nederland drie van de vier ambities waargemaakt. De beoogde 4% werkloosheid bleef uiteraard buiten bereik. Aan de vooravond van de kredietcrisis was de deze al wel tot onder 4% gedaald.
Het is echter te gemakkelijk het niet halen van de doelstellingen volledig op het conto van de crisis te schrijven. De meeste nieuwe lidstaten in het oosten, maar ook de zuidelijke lidstaten van de EU zouden sowieso de meeste doelstellingen niet gehaald hebben.

Tekorten op de arbeidsmarkt
In 2010 schommelt de werkloosheid in de Europese Unie gemiddeld rond 10%. Het is echter een kwestie van tijd, voordat dit overschot in arbeidskrachten gaat omslaan in een structureel tekort. Het lopende jaar is aan te merken als de aanloop naar het tekort. In dit jaar wordt de voorhoede van de brede babyboomgeneratie 65 jaar. Het aantal uittreders uit de arbeidsmarkt zal vanaf dit jaar het aantal toetreders structureel overtreffen. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar voor heel Europa en voor landen als de VS, Japan en China. Door de combinatie van vergrijzing en ontgroening zal het potentiële arbeidsaanbod gaan afnemen. Recente berekeningen van Eurostat laten zien, dat er tegen 2050 35 miljoen arbeidskrachten te weinig zijn. Dat is 15% van de totale vraag. In die 15% zit immigratie van arbeidskrachten van buiten de EU opgesloten. Blijft die immigratie uit dan loopt het tekort op tot 19%. Nederland doet het verhoudingsgewijs goed met een structureel tekort van 13% met immigratie. Zonder immigratie stijgt het tekort naar 16%. Het zijn vooral de Oost- en Zuid Europese landen die met ontzaglijke tekorten te maken krijgen. Koploper is Slovenië met een verwacht tekort van 22%.
Het antwoord op deze structurele tekorten is divers. Zo moet de haperende Europese productiviteit gaan verbeteren. Een tweede oplossing is het laten stijgen van de arbeidsparticipatie naar een Europees gemiddelde van 78%. Dat moet beslist haalbaar zijn. Nederland zat echter in 2008 al op een participatiegraad van 77%. Om de verwachte tekorten in dit land te compenseren zou de deelnamegraad verder moeten stijgen naar 89% en dat lijkt bijna onhaalbaar. Daarmee zou Nederland verreweg de hoogste participatiegraad in de EU hebben.
Los van een tekort aan mensen zal er ook een tekort aan kwaliteit groeien. Het Nederlandse onderwijs produceert te weinig hoogopgeleiden en slaagt er nog minder in juist gekwalificeerde mensen voor de arbeidsmarkt op te leiden. De combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve tekorten kan er toe leiden dat bepaalde economische activiteiten gaan verdwijnen. Dat zullen waarschijnlijk laagwaardige activiteiten zijn, zoals bulkproductie in de industrie. Het kunnen echter evenzeer hoogwaardige activiteiten zijn als Nederland er niet in slaagt zijn kwaliteitsprobleem op te lossen. Immigratie is niet automatisch hier de oplossing.

De oudere werknemer
De combinatie van vergrijzing en ontgroening dwingt overheden de positie van de oudere werknemer te herzien. Hij/zij moet langer blijven werken. De beste manier om iemand te dwingen langer door te werken is het inbouwen van financiële prikkels.
Pikkels werken. De vutregelingen, de vertrekregelingen met een gouden randje, goudgerande pensioenregelingen, waarmee sinds de jaren tachtig is geëxperimenteerd, bleken een doorslaand succes. De meeste 55 plussers waren maar wat bereid plaats te maken voor de jongeren van toen. Wil je de 55 plusser ontmoedigen vervroegd uit te treden dan schuilt de oplossing in het driftig snoeien in al deze mooie regelingen van gisteren. Dat gebeurt nu dan ook en geleidelijk stijgt de deelnamegraad. Er is eigenlijk maar een kink in de kabel en dat is de opstelling van de Europese werkgever. Weliswaar belijdt hij met de mond het belang van de oudere werknemer, maar in de praktijk betekent het ouderenbeleid simpelweg ontslag. Ook al willen meer en meer hoogopgeleiden langer doorwerken, het is nog maar zeer de vraag of er op de korte termijn werk voor deze groep zal zijn. Hier botsen werkelijkheid en papieren beleid.
Een mogelijke oplossing voor deze groep zou het zelfstandig ondernemerschap kunnen zijn. Het is echter een gegeven dat zelfstandig ondernemerschap niet erg populair is. Het schommelt al sinds jaar en dag rond 10% van de beroepsbevolking met een neiging tot dalen. Volgens veel Europese beleidsmakers is het stimuleren van zelfstandig ondernemerschap amper een optie om de participatiegraad te bevorderen. Vooralsnog overheersen de reserves en dus wordt er geen beleid voor ontwikkeld.

Bronnen:

Randstad/SEO : Bridging the gap. Amsterdam 2010
Randstad/SEO: Minding the gap. Amsterdam 2007

maandag 14 juni 2010

Wordt het inflatie of toch deflatie?

De verkiezingen liggen alweer achter ons. De VVD gaat proberen een nieuwe regering te vormen. Dat zal niet meevallen, zoveel is duidelijk. Welke formatie er ook komt, zeker is dat forse bezuinigingen centraal in het nieuwe regeringsbeleid komen te staan. Bezuinigen is plotsklaps populair in Europa. Er lijkt wel een wedstrijd losgebarsten tussen de EU-lidstaten welk land het meest kan bezuinigen in de kortste tijd. Koploper is tot nu toe het Duitsland van mevrouw Merkel, dat EUR 80 miljard wil bezuinigen in vier jaar.

Obsessief bezuinigen
Europese politici verdedigen hun bezuinigingsdrift door te bezweren dat ze ‘Griekse toestanden’ willen voorkomen. Onze Amerikaanse vrienden kijken met stijgende verbazing naar de Europese bezuinigingsdrift en spreken al over een obsessieve wens tot bezuinigen, die het wankele economische herstel in de wereld en dus ook in de VS in de waagschaal stelt. De Europeanen denken echter dat het op orde brengen van de staatsfinanciën gunstig zal uitwerken op het vertrouwen van de private sector en van de consument. Als de overheid haar huishoudboekje weer in evenwicht heeft, dan zal dat bedrijven aanzetten tot meer investeren en de consument aanmoedigen meer te gaan consumeren.
In een recente column zet Martin Wolf van the Financial Times vraagtekens bij deze stelling. Natuurlijk, het is verstandig ‘Griekse toestanden’ te voorkomen, maar het ongebreideld bezuinigen kan wel ‘Japanse toestanden’ tot gevolg hebben. Volgens Wolf was de Japanse mix van forse bezuinigingen, bancaire problemen en een te strikt monetair beleid er de oorzaak van dat Japan in 1997 in een deflatoire omgeving terecht kwam waar het zich nog steeds niet aan heeft weten te ontworstelen. De VS maakten in de jaren Dertig van de vorige eeuw dezelfde fout. Feitelijk maakte het uitbreken van WOII een einde aan de deflatie in de VS.

Van inflatie naar deflatie
Moet er eigenlijk wel zo fors bezuinigd worden, zo vraagt de columnist zich af? Hij wijst er op dat de kerninflatie in bijvoorbeeld een land als Duitsland met 0,3% bijzonder laag is. Een nieuwe, forse economische terugval zou inflatie zomaar in deflatie kunnen doen omslaan. Deflatie zal het probleem om een juist monetair beleid te formuleren in een wereld die druk doende is zijn schuldenlast te verminderen alleen maar vergroten.
Menigeen verwijst ter rechtvaardiging van de omvangrijke bezuinigingen naar de stroom van liquiditeiten die de afgelopen jaren door centrale bankiers wereldwijd de economie zijn ingepompt. Die overvloedige instroom van liquiditeiten moet wel tot een opleven van de inflatie leiden. Volgens Wolf valt dat nog te bezien en hij verwijst daarvoor naar de wel zeer gematigde groei van de geldhoeveelheid in de VS en in de Eurozone. Die groeide over de afgelopen twaalf maanden met 1,6%.
Inflatie is derhalve voorlopig geen probleem. Het echte probleem is nu een haperend systeem voor kredietverlening. Hoe kunnen bedrijven en consumenten dan op dit moment de rol van een bezuinigende overheid overnemen? Hadden overheden niet hun tekorten laten oplopen ter bestrijding van juist de terughoudendheid en zuinigheid bij burgers en bedrijven!
Er zijn nog meer aanwijzingen dat inflatie voorlopig geen probleem is. In veel, economisch belangrijke landen heeft de lange rente al weer een tijdje de neiging om te dalen. In Duitsland bedraagt de tienjaars rente 2,6% en dat is even hoog als de Japanse rente in het voorjaar van 1997. De Japanse rente is in 1997 verder gezakt richting 0% en schommelt anno 2010 rond 1%.
Het heeft er alle schijn van, dat financiële markten voor het westers deel van de inflatieverwachting op ongeveer 2% inschatten. Dat is tenminste af te lezen aan de spread tussen gewone obligaties en de zogeheten index-linked obligaties. Dat is op zijn minst geruststellend, evenals trouwens het idee dat de financiële markten de kans op een ‘default risk’ voor landen als de VS en het Verenigd Koninkrijk op ongeveer 0% inschalen. Dat geven tenminste diezelfde index-linked obligaties aan.

Een kwestie van timen
Kan de wereldeconomie het eigenlijk wel verdagen dat de EU en de VS opnieuw in een dip terecht komen? Welke economie in de wereld is sterk genoeg en groot genoeg om de gevolgen van een hernieuwde terugval van de westerse economieën op te vangen en te absorberen? De vraag stellen is hem tegelijkertijd beantwoorden. Het gevaar is reëel dat in dat geval de wereldeconomie terecht komt in een neerwaartse vicieuze cirkel met alle deflatoire gevaren van dien. Een bijkomend effect zou wel eens kunnen zijn, dat de economisch zwakke broeders gedwongen worden tijdelijk hun tekorten te laten oplopen. Op die manier komt er van structureel bezuinigen weinig terecht. De beste oplossing om dit scenario te voorkomen is het herstel van de economische groei. Dat kan alleen als er naast het bezuinigingsbeleid een flankerend soepel monetair beleid komt. Hoe er dat dan uit moet zien is voor Europa op dit moment niet echt duidelijk, aldus Wolf. Het sleutelwoord is op dit moment timing. Wanneer gaan we bezuinigen? Het mag niet te vroeg, maar ook niet te laat. Voor Europa blijft het voorlopig balanceren op een slap koord. Wordt het inflatie of toch deflatie?

dinsdag 8 juni 2010

Groen investeren?......Misschien

De afgelopen maand hadden Nederlandse politici er weer eens de mond vol van. Er moet meer, veel meer geïnvesteerd worden in groene technologie. Deze investeringen zullen niet alleen de wereld redden, maar ze zullen ook de basis vormen voor een nieuwe industriële revolutie die ons en vooral onze kinderen meer welvaart zal bezorgen.

Op zoek naar geld
Niet alleen in Nederland horen we deze geluiden. Wereldleiders als mevrouw Merkel en president Obama worden niet moe de zegeningen van de nieuwe groene revolutie te prediken. Trouwens, niet alleen politici hebben de mond vol van ‘groen’, ook prominente zakenlieden willen nog wel eens de groene bühne zoeken.
En nu de realiteit. PA Consulting Group deed onderzoek naar de groene agenda van grote organisaties. De uitkomst was ronduit bedroevend. Bedrijven investeerden de afgelopen twee jaren amper in ‘groen’ en ze zijnn niet van plan daar de komende twee jaren veel verandering in te brengen.
Doet de politiek het in dat opzicht beter? Overheden wereldwijd zagen groene investeringen als een belangrijk speerpunt om de economie te stimuleren en om zo de crisis te bestrijden. Volgens HSBC Bank zegden overheden USD 521 miljard toe voor groen investeringen. Aan het einde van het eerste kwartaal 2010 was van al die toegezegde dollars iets meer dan $ 80 miljard daadwerkelijk ‘groen’ geïnvesteerd. Het is nog maar zeer de vraag of het resterend bedrag ooit nog ‘groen’ besteed zal worden. Het zou meer dan jammer zijn als dat niet gebeurde. Het Internationale Energie Agentschap heeft becijferd, dat alleen al in de energiesector de komende 20 jaar een bedrag van $ 10,000 miljard aan (groene) investeringen nodig is.
Overheden, noch bedrijfsleven staan op dit moment echt te dringen om hun mooie woorden in daden om te zetten.

De wet van de remmende voorsprong
Deze talmende houding zou het westen nog wel eens duur kunnen komen te staan. Het is beslist niet ondenkbaar, dat de Opkomende Markten in de ontwikkeling van groende technologie de gezichtsbepalers zullen zijn. Als het om de toepassing gaat van nieuwe technologieën hebben ze een duidelijke pre op het Westen. In de meeste gevallen moet er nog een nieuwe infrastructuur opgebouwd worden. Dan is het gemakkelijk om maar meteen met de nieuwste technologieën aan de slag te gaan. Het westen kent die luxe niet. Die moet heel vaak schipperen met het aanpassen van bestaande infrastructuur aan de nieuwe eisen. Het is een mooi voorbeeld van de wet van de remmende voorsprong.
En zo kan het gebeuren, dat in het westen de discussie woedt over de rechtvaardigheid van technologietransfer naar ontwikkelingslanden, terwijl sommige van deze landen zich tot marktleiders aan het ontwikkelen zijn. In Brazilië kunnen vandaag de dag alle auto’s wisselen tussen benzine en ethanol. General Electric en Petrobras hebben in dat land ook ‘s-werelds eerste elektriciteitscentrale gebouwd die op ethanol draait.

Intellectueel eigendom
Een van de geschilpunten in de aanloop naar Kopenhagen was het thema van de technologie transfer. Ontwikkelingslanden eisten toegang tot technologie in ruil voor de bereidheid iets aan bijvoorbeeld de CO2 uitstoot te doen. Westerse pressiegroepen wilden deze eis nog al eens onderschrijven uit een oogpunt van rechtvaardigheid. Maar is dat wel zo verstandig?
De Amerikaanse Kamer van Koophandel denkt van niet. Veel nieuwe groene technologieën komen tot stand dankzij veel inzet van R&D. Derhalve is het aandeel ‘intellectueel eigendom’ (IP) in deze nieuwe technologieën hoog, zo weet de Kamer. Dat heeft als prettig effect dat IP- technologieën veel hoogwaardige nieuwe banen creëren, zowel voor de witte boord als voor de blauwe boord. Je moet wel heel nobel zijn om dit alles om niet weg te geven.
Daar komt nog iets bij. Hoeveel investeerders en ondernemers zijn bereid veel tijd en geld te investeren in een product of dienst waar ze amper de revenuen van zullen genieten? Dat zou toch wel heel erg veel gevraagd zijn. Trouwens, gelet op het huidige getalm kan het huidige debat over technologie transfer wel eens een heel academische worden
We sluiten af met een quizvraag. Welke sector heeft de meeste patenten clean energy? Misschien verrassend, maar wel waar: het is de autosector met als koplopers Honda, Nissan, Toyota en General Motors.

dinsdag 1 juni 2010

DE GESCHIEDENIS LEERT GEEN LESSEN

De afgelopen maand mei is een slechte maand geweest voor beleggers. Wereldwijd gingen koersen fors onderuit. In Amsterdam noteerde de AEX aan het begin van de maand nog koersen rondom een niveau van 350 punten. In de laatste volle week van mei leek de index door het niveau van 300 punten heen te zakken, maar op het moment suprême schoot de index weer omhoog tot boven een niveau van 320 punten.

Schatbewaarder China
De oorzaken voor de val zijn duidelijk: het aanhoudende internationale wantrouwen tegen de zogeheten PIGS en het onvermogen van het Europese politieke establishment om een eensgezind en vertrouwenwekkend beleid te formuleren. Een derde belangrijke factor voor de aanhoudende onrust op de financiële markten is China. Dat land heeft zich de laatste jaren ontwikkeld tot de internationale schatbewaarder bij uitstek. De scherpe daling in de laatst volle week van mei was te wijten aan geruchten in de markt als zou de Chinese overheid een deel van haar bezit van PIGS obligaties van de hand te doen. Dat gerucht hoefde niet per se zonder basis zijn. In december 2008 maakte de FED wereldkundig dat het voor miljarden aan ‘waardeloze’ mortgage-backed securities zou gaan opkopen. In mei 2009 was er al voor meer dan USD 1 biljoen van de markt gehaald. De Chinezen wilden verkopen, er was geen markt voor en dus moest de FED wel.
De waarde van PIGS schatkistpapier in handen van de Chinese overheid bedraagt naar schatting EUR 450 miljard. Als de Chinezen zouden besluiten hun aandeel in dit Europees schatkistpapier op de markt te zetten, dan zou dit desastreus kunnen uitpakken voor Europa. Welke marktpartij zou in het Europese schatkistpapier geïnteresseerd zijn? De meeste Europese banken hebben al veel meer PIGS schuldpapier in hun boeken dan hen op dit moment lief is. De Europese Centrale Bank kan statutair niet wat de FED wel kan. De opluchting was derhalve groot op de internationale financiële markten toen China berichtte niet van zins te zijn het Europese papier van de hand te doen. De koersen schoten wereldwijd omhoog.

Nieuwe sterke man
Wat maakt de maand mei duidelijk? In de eerste plaats dat China (voorlopig) de nieuwe sterke man is in de internationale financiële wereld. In de tweede plaats is ook duidelijk dat het land bereid is de daarbij behorende verantwoordelijkheid te nemen. De kans, dat de wereld de huidige crisis snel achter zich kan laten, is daarmee alleen maar groter geworden. Een beetje rust op de financiële markten zou geen kwaad kunnen. Hoewel het IMF en de OESO hun ramingen voor de wereldwijde economische groei voorzichtig opwaarts bijstellen, dan nog blijft dat herstel fragiel, zeker als we de gigantische steunoperaties van overheden in ogenschouw nemen. De Europese groeiverwachting voor 2010 is met 1,2% uiterst kwetsbaar. Enkele dagen extra tegenwind en deze magere groei is verdwenen.

Historische lessen
Zijn er nog meer lessen te trekken de gebeurtenissen van mei 2010? Ja, de les hoort te zijn dat er de snelle dalingen in mei 2010 niet uniek zijn. Bijna 50 jaar geleden, op 28 mei 1962, deed zich ook een zogeheten ‘flash crash’ voor. Op die dag daalde de Dow Jones Index met 5,7%, de op twee grootste daling in de toenmalige geschiedenis. De koersval van 1962 volgde op een forse koersstijging van 27% in 1961. Technologieaandelen zoals Texas Instruments hadden een K/W van 115. Niemand die er zich zorgen over maakte. Ondanks een sterk herstel in 2009 geloofden een groeiend aantal partijen dat de koersstijgingen in 2010 onverminderd zouden doorgaan.
Een andere parallel is, dat in beide jaren orders uiteindelijk tegen hele andere prijzen uitgevoerd werden dan waarvoor ze ingelegd waren. Dat had toen en nu te maken met het grote aantal ingelegde orders, maar dat was niet de enige. Partijen die verantwoordelijk waren voor het onderhouden van de liquiditeit van de markt, gingen op hun handen zitten en keken slechts lijdzaam toe. En dan is er het gedrag van de belegger zelf. Door paniek gegrepen probeerde iedereen tegelijk door de draaideur naar buiten te komen, waardoor de daling uiteindelijk forser uitviel dan feitelijk nodig was.
Het resultaat van de flash crash van 1962 was, dat vooral particuliere beleggers het voor gezien hielden en met hun voeten stemden. Het zou enkele jaren duren voordat ze terugkeerden. In de tweede plaats was er de roep om meer regelgeving en meer en transparantere procedures. De wetgever was niet doof voor die roep, maar wat was uiteindelijk het resultaat. In 1968 ging het opnieuw mis. Miljarden verdampten en wederom klonk de roep om meer en betere regelgeving.
Wat is de moraal van het verhaal? De geschiedenis leert wel lessen, echter de mensheid weigert de juiste lessen te leren.