maandag 29 november 2010

BRIC’s blijven een succesverhaal

Als er één economisch succesverhaal op te diepen is uit het afgelopen decennium, dan is dat wel over de onstuitbare opkomst van de BRIC’s. Ze zijn verantwoordelijk geweest voor een derde van de groei van het wereldwijde BNP en ze maken inmiddels 25% van de wereldeconomie uit. Volgens Jim O’Neill van Goldman Sachs Global Asset Management is het gewicht van de BRIC’s in de wereldwijde economie zo groot dat termen als Opkomende Markten niet meer van toepassing zijn. De praktijk geeft hem trouwens gelijk. De financiële markten reageerden uiterst nerveus toen het nieuws naar buiten kwam dat de Chinese inflatie uit de bandbreedte 2%-4% was gebroken en was uitgekomen op 4,4%.

Aanhoudend succes
Aan alle goede dingen komt een einde en de vraag is daarmee gerechtvaardigd of het succesverhaal van de BRIC’s komende jaren de (financiële) pers blijft domineren. Er zijn goede gronden om aan te nemen dat voor pessimisme voorlopig nog geen plaats is. In 2018 zal de gezamenlijke economie van de BRIC’s groter zijn dan die van de VS. De economie van een land als India zal in 2020 groter zijn dan die van Canada of Italië.
De belangrijkste motor voor het aanhoudende succes zal de stormachtige groei zijn van de middenklasse in deze volkenrijke staten. Naar verwachting zullen er in 20210 ongeveer 1,6 miljard mensen zijn met een inkomen tussen USD 6000 – USD 30.000. Deze nieuwe koopkrachtige groep zal voor een explosie zorgen in de vraag naar goederen met een hogere toegevoegde aarde, zoals auto’s en state of the art technologie. Het karakter van de importen zal zodoende dramatisch veranderen.
Het aanhoudende succes zal ook gevolgen hebben voor de financiële markten van die landen. In het afgelopen decennium waren deze markten ondergewaardeerd, omdat het tamelijk lang duurde voordat partijen beseften wat de BRIC’s voor impact hadden. Het suces was gigantisch. In het afgelopen decennium steeg de Russische index met meer dan 880%, terwijl de BSE in India met meer dan 300% de lucht in ging. De Braziliaanse Bovespa was een trage groeier met slechts iets meer290%.
Nu is dat veranderd. De BRIC’s zijn een begrip, het verwachtingspatroon stijgt, de waarderingen zijn aangepast en dat impliceert dat het niet mee zal vallen om een outperformance te laten zien. Dat wil weer niet zeggen dat de resultaten tegenvallend zullen zijn.

Schaduwzijden
De enorme groei van de middenklasse in landen als India en China heeft ook zijn schaduwzijden. De druk om het milieu zal enorm toenemen. Beide landen kampen nu al met een tekort aan betrouwbaar drinkwater. In China is de milieuschade al zo groot dat het land van de weeromstuit druk doende is zijn economie te vergroenen en duurzamer te maken. In de tweede plaats zal deze nieuwe omvangrijke groep middenklassers de druk op de grondstoffenmarkten doen toenemen. Internationaal zal de grondstoffenrace alleen maar intensiveren. Het zal de stabiliteit in de wereld niet vergroten.

Succes is niet vanzelfsprekend
Het verhaal van de BRIC’s spreekt zeker tot de verbeelding. Het is echter beslist niet zo, dat in die landen alles als vanzelf in goud verandert. Er zijn grote problemen te overwinnen. Neem bijvoorbeeld India. Het land zal volgens Goldman Sachs dit hele decennium met gemiddeld 8% per jaar groeien. Dat percentage kan zelf omhoog gaan naar 10% als de juiste beleidsmaatregelen genomen worden. Dat klinkt versluierend eenvoudig. Er zijn nogal wat problemen die om een oplossing vragen. Het grootste probleem is misschien wel dat van de gewenste governance, de verbetering van het bestuurlijk systeem. Als dat niet lukt, dan is het bijvoorbeeld nog maar zeer de vraag of India de kwaliteit van zijn onderwijs kan verhogen. De toegankelijkheid moet beter en de kwaliteit moet omhoog van alle vormen van onderwijs. Een verbeterde governance kan ook zorg dragen voor een geloofwaardiger belastingstelsel.
India heeft een lange geschiedenis van (over)regulering. Daar moet een einde aankomen, willen bijvoorbeeld financiële markten naar behoren kunnen functioneren. De productiviteit van de landbouw laat zeer te wensen over. Dat is om meerdere redenen slecht voor het land. Ongeveer 60% van de beroepsbevolking is nog actief in de landbouw. De vraag uit industrie en dienstensector naar arbeidskrachten groeit sterk. Er is al een overloop van de landbouw naar deze sectoren op gang gekomen en die zal waarschijnlijk gaan versnellen. De productiviteit moet omhoog wil deze sector mee in de vaart der volkeren. En dan is er nog het probleem van de erbarmelijke infrastructuur. Ook daar moet wat aan veranderen wil het land ten volle kunnen profiteren van de snelle urbanisatie. En Dan is er nog het milieu. Het land zucht onder een tekort aan kwalitatief goed drinkwater en er is gebrek aan schone energie. Het is al gememoreerd
De problemen zijn te groot om in een keer op te lossen. De geïnteresseerde buitenwacht doet er wel goed aan om te controleren of er inderdaad aan gewerkt wordt, te beginnen met bestuurlijke innovatie.

maandag 22 november 2010

BRIC’s doen de Europese belegger goed

De cijfers over het derde kwartaal van 2010 zijn nagenoeg allemaal bekend en dus is het tijd voor een evaluatie. De verwachtingen voor het afgelopen kwartaal waren niet hoog gespannen. De Europese economie was op zijn best kwakkelend, de werkloosheid was en bleef hoog en de meeste bedrijven hadden al driftig gereorganiseerd en in de kosten gesneden. Waar zou de groei vandaan moeten komen?

Meevallend cijfer
Als er zoveel pessimisme heerst, dan kunnen cijfers eigenlijk al niet meer tegenvallen En dat is ook gebeurd. Volgens Plombeer vielen de Europese winstcijfers gemiddeld 2,4% hoger uit dan de consensusschattingen. Bijna de helft van de bedrijven lieten cijfers zien die minmaal 5% hoger uitvielen dan verwacht en ‘slechts’ 30% deed het 5% slechter dan gehoopt. De ‘betere’ winstcijfers waren niet alleen te danken aan margeverbeteringen, maar ook aan een sterker dan verachte omzetgroei. Die viel gemiddeld bijna 2% hoger uit dan de consensusschattingen. Regionaal gesproken deden bedrijven in de VS en in Azië het best. Europa bleef wat achter, maar dat valt deels te verklaren uit de talrijke bijstellingen van de winstverachtingen sinds juli 2010. In de VS waren in die periode opwaartse bijstellingen schaars. Het best presteerden bedrijven met grote belangen in de BRIC’s. 56% van deze bedrijven deden het beter dan de markt en met 12,7% vielen de verrassingen ook aanzienlijk hoger uit dan het marktgemiddelde van 2,4%. Als we over teleurstellingen hebben, dan moeten we naar Europa kijken en in het bijzonder naar de perifere landen. Fors minder dan 47% van de bedrijven kwam met verrassend goede cijfers en meer dan 35% kwam met teleurstellingen naar buiten.

Sectorthema’s
Niet alleen de omzet- en winstcijfers vielen mee over het derde kwartaal, ook het aantal sectoren dat bijdroeg aan de groei was geruststellend groot. Een groter economisch draagvlak stelt gerust voor de uitkomsten over het lopende kwartaal.
Goed presterende sectoren en aansprekende thema’s in het derde kwartaal waren onder meer:
• Cyclicals. Vooral bedrijven die zich richtten op Reizen en Vrije Tijd presteerden goed. Belangrijk in dezen was en is de terugkeer van de zakelijke reiziger.
• Technologie. Bedrijven die software en diensten leveren aan industriële ondernemingen, kenden een goed kwartaal. Ook producenten van telecomapparatuur hadden de wind mee.
• Industriële ondernemingen bleven goed presteren, alhoewel de groei geleidelijk afvlakte.
• De sector telecom zag de groei in lijn met de verwachtingen toenemen, waarbij bedrijven met groei in mobiele data positieve uitschieters waren.
• Banken deden het gemiddeld genomen slecht, maar de uitersten zijn hier groot. Zwak waren vooral banken in Spanje, Italië en Zwitserland, terwijl de Franse en Noordse banken aan de andere kant van het spectrum zaten.
• De Gezondheidszorg deed het op het eerste gezicht redelijk, maar in tweede instantie blijken uitkomsten volledig gebaseerd op het snijden in de kosten.
• De Oliemaatschappijen hadden zonder meer een sterk kwartaal, waarbij de uitschieters te danken waren aan het downstream bedrijf en de gasproductie.
• De verzekeraars hadden het moeilijk en dat was voor een deel te wijten aan onzekerheid over komende regelgeving. De zwakke huizenmarkt smoorde de verkoop van hypotheken.
• De Media deden het redelijk goed en dat was vooral te danken aan het herstel van de advertentiemarkt voor tv.
• De Nutsbedrijven leverden weinig opzienbarende resultaten. Het beste nieuws was, dat de sector de kosten over de kortlopende schulden goed in de hand heeft gehouden.

De eindejaarsverwachtingen
Wat zit er voor beleggers in 2010 nog in het vat? Bij Goldman Sachs hebben ze er wel vertrouwen in. Waar de markt uitgaat van een winstgroei van de Euro STOXX 600 van 34%, zie zij een groei van 38%. Ondanks de geruststellende cijfers over het derde kwartaal, is het aantal opwaartse bijstelling erg beperkt gebleven, vinden de Amerikanen. Daar zal waarschijnlijk wel verandering in komen, denken ze. Waarderingen zijn nog steeds laag met 2011 P/E voor de Euro STOXX 600 van 11X.
De twijfelende belegger raden ze aan zijn geld te steken in bedrijven die in het 3de kwartaal zowel een omzet- als winstgroei lieten zien. Die werden het best beloond door de markt. Het is misschien een open deur, maar het is ook goed om het te weten.

Goldman Sachs, Strategy matters. November 2010

maandag 15 november 2010

Innovatie globaliseert in hoog tempo

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Dat is een waarheid als een koe, maar tegelijk ook maar een halve waarheid. Veel meer geldt vandaag de dag: wie een goed opgeleide jeugd heeft, die heeft echt de toekomst. Onderwijs en Nederland, het is geen gelukkige combinatie. Hoewel alle politici niet moe worden te benadrukken hoe belangrijk onderwijs is, wordt er al 25 jaar lang op het onderwijs bezuinigd. En met succes. In het HBO onderwijs zijn we nu zo ver dat we de diploma’s gewoon weggeven. Dat is pas kosten besparen. Wat in Nederland gebeurt, geschiedt trouwens in alle westerse landen. Zijn we bezig onszelf in de voet te schieten?

De globalisering van innovatie en R&D
Het is al vaker gezegd. Het economisch evenwicht is aan het verschuiven. De zogeheten BRICs zijn de economische nieuwlichters. Hun macht danken ze vooral aan de verschuiving van veel industriële activiteiten van west naar oost. Tot voor kort maakte veel westerse overheden zich hier niet zo druk over. Dit deel van de wereld zou de hoogwaardige banen in R&D, marketing en dienstverlening behouden. Langzaam sluipt echter twijfel binnen of die veronderstelling wel ergens op berust. Die twijfel is terecht. De verschuiving van het industrieel evenwicht heeft nu ook gevolgen voor het R&D evenwicht in de wereld. Nu nog domineren Japan en vooral de VS de markt voor innovatie, maar het is nog maar de vraag hoe lang dit nog het geval is. Ook hier is China de snel stijgende ster. Dit land heeft de Europese Unie al achter zich gelaten als het gaat om investeringen in R&D en het is de verwachting dat over vijf tot tien jaar China de absolute nummer één in de wereld is .
De cijfers geven een onmiskenbaar signaal af. De afgelopen 10 jaar groeide de R&D bestedingen in China met gemiddeld 20%, in Korea met 8% en in de G7 landen met 3,2%. Het lage groeitempo in veel westerse landen is zorgelijk. De R&D intensiteit in veel westerse landen groeit niet of nauwelijks en blijft in veel gevallen steken op 2,1% van het BNP. Nederland blijft hier weer bij achter met een R&D intensiteit van 1,9%. Nederland blijft wel heel erg ver achter bij een land als Korea dat ongeveer 3,5% van het BNP besteedt aan R&D.

Bedrijfsinspanningen
Een verstandig R&D beleid is gebaseerd op een goed samenspel tussen overheid en bedrijfsleven. De eerste draagt zorg voor kwalitatief goed wetenschappelijk onderzoek en de tweede zorgt voor de omzetting van die kennis naar nieuwe producten en diensten. Nog maar weinig bedrijven doen zelf aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. IBM is zo’n bedrijf. In de VS is het bedrijfsleven goed voor 65% van de R&D bestedingen, in Europa is dat 55%. In Azië ligt het aandeel in veel gevallen al boven 70%. Het leeuwendeel van het R&D door bedrijven geschiedt door het internationaal opererend bedrijfsleven. De meest R&D intensieve sectoren zijn farmacie, IT technologie en de automobielindustrie Bijna alle bedrijven die meer dan 15% van hun omzet besteden aan R&D komen uit de VS, Europa en Japan. Maar ook hier zie je veranderingen. In 2007 sloeg al ongeveer 15% van alle R&D inspanningen van Amerikaanse bedrijven neer in landen als China en India. Een bedrijf als Microsoft heeft 1500 onderzoekers actief in China en nog eens 1500 in India. Die inspanningen hebben de afgelopen 5 jaar 270 patenten opgeleverd. In 2009 opende Applied Materials ’s-werelds grootste onderzoekcentrum naar zonne-energie in China. Van ons eigen Philips is bekend, dat het ook hard bouwt aan onderzoeksafdelingen in China. Het hebben van veel multinationals is daarmee geen geruststellende gedachte meer.

Patenten
De internationalisering van de R&D inspanningen heeft gevolgen op meerdere terreinen. Zo stijgt de wetenschappelijke productie in de Opkomende Markten razendsnel en dat is weer terug te zien in de verdeling van het aantal patenten wereldwijd. Kwam aan het beging van deze eeuw nog 70% van de toegekende patenten uit de VS of Europa, in 2009 was dat nog 62%. Een schamele 13% van de patenten kwam in 2009 uit Europa.
De groei van de R&D inspanningen vergroot nog de slagkracht van de toch al sterke industriële basis in de Opkomende Markten. Dat heeft zich vertaald in een kwalitatieve verbetering van de productie wat weer neer slaat in een verbetering van de handelsbalans. Al in 2004 passeerde China de VS als grootste exporteur van IT goederen. Het mag niet verbazen dat veel Amerikaanse en Europese bedrijven tot de exporteurs behoren.

Stand van Zaken
Het op grote schaal outsourcen van industriële activiteiten van West naar Oost heeft grote onvoorziene consequenties gehad. De overplaatsing van productiefaciliteiten heeft geleid tot het weglekken van steeds meer hoogwaardige R&D activiteiten. Dat heeft geleid tot een afnemende concurrentiekracht van het Westen in zulke uiteenlopende sectoren als farmacie, IT Technologie, elektronica en transport. Nog is het zo, dat grote westerse bedrijven op de internationale markten de eerste viool spelen, maar het is slechts een kwestie van tijd voordat ook zij een stapje terug moeten doen.
Het vreemde is wel, dat Europa en dus ook Nederland amper of niet reageren op al deze veranderingen. Ondanks de twijfel en de groeiende onzekerheid is er geen beleid. Als je niet kijkt, dan zie je het ook niet.






Goldman Sachs, the new geography of global innovation. September 2010

dinsdag 9 november 2010

Na de BRICs de Afrikaanse leeuwen

In 2000 kwam er met een luide knal een einde aan de IT-hype. De Internetbubbel spatte uiteen. Alras groeide bij investmentbankers overal ter wereld de vrees, dat het voorlopig weleens uit kon zijn met de pret op de financiële markten. Er moesten nieuwe grazige beleggersweiden gevonden worden. Het is de tijd dat Goldman Sachs met succes het begrip de BRICs introduceerde. Het is echter ook de tijd, dat beleggers zich vergisten in de mogelijkheden van landen als Vietnam, Turkije, maar ook Afrika. Financieel zeer was hun lot.

Afrika, het verloren continent
We zijn nu bijna tien jaar verder en beleggers hebben hun wonden kunnen likken. Het ergste van de wereldomspannende kredietcrisis lijkt achter ons te liggen en dus is het tijd om de balans op te maken. Evenals aan het begin van dit decennium lijkt er de komende jaren voor de belegger op de traditionele financiële markten weinig vreugde te beleven. De AEX stuitert alweer twee jaar heen en weer tussen het niveau van 320 punten en 350 punten. Het ziet er niet naar uit dat hier op korte termijn verandering in komt. Tijd voor het wenden van de steven op zoek naar nieuwe grazige weiden. Zijn die er, los van de BRICs?
Hoe staat het anno 2010 met Afrika, het verloren continent?
Laten we enkele cijfers op een rij zetten. Dit continent omvat 20% van het landoppervlak in de wereld en 15% van de bevolking. Dat is aanzienlijk, maar het continent produceert slechts 4% van het wereldwijde BNP. Dat klinkt weer niet imponerend.

Een nieuwe werkelijkheid
Het is ook slechts een deel van het verhaal. Tussen 2000 en 2008 groeide het Afrikaans BNP met gemiddeld 5,3% en in de jaren van de kredietcrisis was er een (bescheiden) groei van 2%. De economische opleving is vooral te danken aan de stijgende prijzen voor een reeks van grondstoffen, aantrekkende exporten en niet te vergeten stijgende binnenlandse koopkracht.
Dit goede nieuws verbergt aanzienlijke onevenwichtigheden op het continent. Algerije, Egypte, Marokko, Nigeria en Zuid Afrika zijn samen goed voor 60% van het Afrikaanse BNP. Sommige landen groeien niet, zoals Kongo en Ivoorkust, terwijl in een land als Angola de groei explodeert. De oorzaken voor de grote verschillen laten zich gemakkelijk benoemen: politieke instabiliteit, burgeroorlog en daarmee gepaard gaande armoede.

De Afrikaanse Leeuwen
De problemen voor het continent zijn nog steeds groot en omvangrijk, maar het is niet langer mogelijk alle landen over een kam te scheren. Er is duidelijk een economische voorhoede aan te wijzen, de Afrikaanse Leeuwen: Algerije, Botswana, Egypte, Libië, Marokko, Mauritanië, Tunesië en Zuid Afrika. Wat maakt deze landen tot Leeuwen? Eerst en vooral zijn het de omstandigheden thuis. Er heerst een redelijke politieke stabiliteit, er heerst de kracht van de wet, bezit wordt gerespecteerd. Er is toegang tot vreemd vermogen, er zijn publieke investeringen in onderwijs, gezondheidszorg en sociale voorzieningen. Het voorzieningenpeil ligt uiteraard lager dan in Europa, maar dat zou het vergelijken van appels en peren zijn. Het neemt ook niet weg, dat het BNP per hoofd van deze landen zich laat vergelijken met de BRIC landen. En datzelfde geldt voor geletterdheid, levensverwachting en niveau van onderwijs. Volgens the Economist kun je in de ‘Leeuwenlanden’ net zo gemakkelijk en veilig zaken doen als in de BRIC landen


Het Afrikaans bedrijfsleven
Het succes van de Afrikaanse Leeuwen weerspiegelt zich in het succes van het Afrikaans bedrijfsleven. In de jaren negentig van de vorige eeuw steeg de omzet van de top 500 (geen financiële instellingen) met gemiddeld 3%, maar na 2000 komt de stijging uit op 18%. Dat zijn groeicijfers die er toe doen! De slagkracht van de top 500 is zo groot, dat deze bedrijven sinds 2002 ook over de grens investeren. De omvang van die investeringen is bijvoorbeeld groter dan in Latijns Amerika.
De Afrikaanse Leeuwen kennen bedrijven die gemakkelijk op het wereldtoneel meekunnen. De top 40 bedrijven (inclusief financials) hebben een omzet die loopt van $ 80 miljard tot
$ 350 miljard. Zuid Afrika is de grootste leverancier met 18 bedrijven in de tot 40. Niet alleen de omzet mag verbazing wekken, maar een operationele marge van 20% is ook niet te versmaden

De Sleutel tot het succes
In Afrika is nog veel mis, maar het is niet langer een verloren continent. Het continent biedt veel voordelen. Het heeft veel grondstoffen, arbeid is er goedkoop en de bevolking groeit snel. Die jonge bevolking draagt niet de erfenis van gisteren met zich. Daarnaast zijn overheden de afgelopen jaren druk geweest om het economisch klimaat te verbeteren. De markt kan er nu zijn werk doen. En tenslotte ontstaat er een ondernemende klasse die niet alleen risico’s bespeurt maar eerst en vooral kansen.
Er kan veel gebeuren in tien jaar.










The Boston Consulting Group, The African Challengers. Global competitors emerge from the overlooked continent. 2010

dinsdag 2 november 2010

Nieuwe spelen, nieuwe kansen

Dat er iets verstrekkends stond te gebeuren in de wereldeconomie, wisten we al sinds 2001. In dat jaar introduceerde het roemruchte Goldman Sachs het begrip BRIC (Brazilië, Rusland, India en China). Deze landen zouden in de visie van Goldman Sachs de nieuwe economische heersers worden van de wereld. Indachtig het motto: Yes we’re greedy, but we’re longterm greedy, blijft Goldman Sachs de ontwikkelingen op de voet volgen.

De winnaars van morgen
De kredietcrisis van 2008 en de langdurige nasleep ervan zal volgens de trendwatchers van Goldman de transformatie van de wereldeconomie alleen maar versnellen. Sinds 2008 is de groei in de ontwikkelde wereld sterk vertraagd en is er weinig uitzicht op een spoedige versnelling. Na een aanvankelijke terugval is de groei in de Opkomende Markten weer in de hoogste versnelling gegaan. Die groei in deze markten begint zich te vertalen in een aantrekken van binnenlandse investeringen en de groei van een kapitaalkrachtige middenklasse. Hoe belangrijk de opkomende Markten zijn bewijst het voorbeeld van Duitsland. Dit land kent een sterk economisch herstel (2010, + 3,4%), maar dat is vooral te danken aan een sterke vraag naar goederen uit bijvoorbeeld China en in mindere mate India. Beleggers doen er daarom goed aan welke mogelijkheden deze nieuwe markten bieden en wat de interessante sectoren zijn.

BRIC’s, een bron van nieuwe consumptie
Waren de BRIC's tot voor kort importeurs van vooral commodities, het succes van Duitsland bewijst dat ook dat beeld aan correctie toe is. Het gaat nu om hoogwaardige kapitaalgoederen maar ook om consumptiegoederen. Het belang van de consumptie in de opkomende markten laat zich moeilijk onderschatten. Volgens Goldman was de stijging in de consumptieve vraag in China voldoende om de krimp in de vraag in de VS te compenseren. Bedroeg de groei in de consumptieve bestedingen in de BRIC landen in 2009 nog ‘slechts’2,8%, in 2010 zullen die bestedingen met meer dan 6% stijgen. Die bestedingen zullen de komende decennia (!) alleen maar blijven groeien. Dat is het gevolg van de groei van een kapitaalkrachtige middenklasse in genoemde landen. Tussen 2010 en 2030 zullen naar schatting twee miljard inwoners van de Opkomende Markten tot de middenklasse toetreden ofwel 30% van de wereldbevolking . De groei betekent nieuwe kansen voor zowel het lokale bedrijfsleven als voor het internationaal georiënteerde bedrijfsleven. Kansrijke sectoren zijn uiteraard luxe goederen, onroerend goed, vrijetijdsbesteding, gezondheidzorg en de automobielsector. De Chinese markt voorauto’s is sinds 2009 groter dan die in de VS.

Een nieuwe infrastructuur
De consumptieboom in de opkomende markten is nu al een van de pijlers waarop de aarzelende wereldeconomie steunt. Infrastructurele investeringen zullen naar alle waarschijnlijkheid een tweede pijler gaan vormen. Eigenlijk gaan die twee hand in hand. Het is bijna onmogelijk dat de private consumptie zal stijgen zonder dat er fors geïnvesteerd gaat worden in wegen, spoorwegen, elektriciteitsvoorzieningen, waterleidingen en sanitaire voorzieningen. Al die voorzieningen zijn nodig, omdat we hier uiteraard praten over een stedelijke middenklasse. Volgens de VN zal de stedelijke bevolking tot 2020 met ruim één miljard mensen toenemen. Slechts 10% van die groei komt op het conto van de ontwikkelde landen.
De infrastructurele investeringen in landen als China en India, waar de groei van de middenklasse in aantallen het grootst is zullen enorm zijn. Een land als India moet naar schatting de komende jaren USD 1,7 triljoen investeren om het publieke voorzieningenniveau in de pas te laten lopen met de verstedelijking .

Welbeschouwd
De wereld staat aan de vooravond van enorme economische verschuivingen, zoveel moge duidelijk zijn uit het voorafgaande. Die verschuivingen bieden internationaal opererende bedrijven nieuwe kansen. Dat is al terug te zien in de cijfers. Het aandeel in het operationele inkomen uit de Opkomende Markten van Europese bedrijven verdubbelde in 10 jaar tijd van 9% naar 19%. Kapitaalsinvesteringen laten hetzelfde beeld zien . Het beeld uit Europa zien we bevestigd in de VS. Bedrijven met veel aandacht voor de opkomende markten laten een snellere omzetgroei zien.
Dat is allemaal goed nieuws, maar een waarschuwing is op zijn plaats. Het competitief vermogen van bedrijven in de opkomende markten neemt snel toe. Lokale bedrijven investeren fors in R&D én in goede banden met lokale overheden. Nu al is het zo, dat marges van lokale bedrijven aantrekkelijker zijn dan die van internationale bedrijven. Dat is veelal nog te danken aan een betere kostenstructuur, maar het is nog maar een kwestie van tijd of het is te danken aan de kwaliteit van het product of de dienst. Ook voor de internationale belegger wordt de wereld een stuk groter en interessanter.



Dominic Wilson and Raluca Dragusanu, The Expanding Middle: The Exploding World Middle Class and Falling Global Inequality. July 7, 2008

Thushar Poddar, India Can Afford Its Massive Infrastructure Needs, September, 2009.

The Goldman Sachs Group, The BRICs Nifty Fifty: The EM & DM Winners, November 2009