Wat kan er in een jaar tijd veel veranderen! Aan het begin van het nu aflopende jaar leek het alsof de wereld op instorten stond. In de VS leefde grote vrees voor het voortbestaan van zulke giganten als Citigroup, Bank of America, General Motors en Chrysler. In Nederland moest minister van Financiën, Wouter Bos, de nationale grootbanken met vele miljarden te hulp schieten. De EU maakte bekend EUR 500 miljard achter de hand te houden om te verhoeden dat Europabreed het financiële bestel zou imploderen en de rest van de economie in zijn neergang zou meesleuren.
Boetepredikers
Het kan ook niet anders dan dat in zulke tijden van schijnbaar eindeloze tegenslag het juist de boetepredikers zijn die met hun boodschap vervuld van aanhoudende en groeiende kommer en kwel de show stelen. In de VS waren de immer sombere Stephen Roach en ‘Dr Doom’ Roubini niet van de buis weg te slaan. In Nederland genoot Willem Middelkoop aanzien als aanzegger van crisis en depressie. Mohammed El-Erian, chief strategist van Pimco, sprak zelfs van een ‘new normalcy’. De economische groei zou structureel omlaag gaan, de werkloosheid zou hoog blijven en de welvaart van brede bevolkingsgroepen in het Westen zou ernstig aangevreten worden.
Herstel?! Wat voor herstel?!
De rode draad in al die beschouwingen was dat het nooit meer goed zou komen met de VS en in mindere mate gold dezelfde boodschap voor de EU. ‘Nooit’ is een rekbaar begrip, dat blijkt maar weer eens. Al in de tweede helft van 2009 is het beeld enigszins gaan kantelen. Dat was terug te zien aan de letters die gebruikt werden om het eventuele economische herstel te duiden. Die liepen van L naar U naar W naar √ naar tenslotte V en dat laatste mag toch een verrassing heten. Want dat wijst op een ouderwets sterk herstel!
Neem het Nederlandse voorbeeld: een jaar geleden ging het Centraal Planbureau uit van een 0-groei of minder voor 2010 met een sterk stijgende werkloosheid richting 900 000. Inmiddels ziet het scenario er een stuk rooskleuriger uit. In het komende jaar mogen we in dit land op een groei rekenen van om en nabij 1,5% terwijl de werkloosheid niet uitstijgt boven 600 000. De echte optimisten hebben het alweer over een dreigende krapte op de arbeidsmarkt hier te lande. Met een dergelijk optimisme loop je toch wel erg ver voor de muziek uit.
……..En waar komt het vandaan?
Waar komt het herstel vandaan? Het lijkt aannemelijk dat de vele honderden miljarden dollars en euro’s die in de loop van 2009 in de wereldeconomie zijn gepompt hun uitwerking niet hebben gemist. Echter, vooral veel Amerikaanse economen zijn minder gecharmeerd van deze omvangrijke injecties en betwisten de heilzame uitwerking ervan.
Zoals gebruikelijk komt het herstel van de economie in de landen van de Europese Unie van buitenaf. Dit keer komt het herstel niet vanuit de VS, maar vanuit het Oosten en dan valt meestal de naam China. Dit land kende over 2008 een economische groei van 9,6% en heeft voor 2009 al een groeicijfer gecalculeerd van 8%. Dankzij deze groeicijfers passeert China in 2009 Japan als tweede economie van de wereld, na de VS. Terzijde, wie nu denkt dat China over een of twee jaar ook de VS heeft ingehaald, die heeft het goed mis. De economie van de VS is ongeveer $ 14 triljoen groot tegen die van China $ 4,75 triljoen.
Dat neemt niet weg dat de sterke groei van China en eigenlijk van de hele regio daar Europa de kans geeft zich uit de crisis te exporteren.
Meer goed nieuws
Er is een redelijke kans, dat voor Europa 2010 een beter dan verwacht jaar kan worden. Dan moet de locomotief van de wereldeconomie, de VS, in 2010 op stoom komen. Volgens menigeen is dat niet langer uitgesloten. Dean Maki, de beste voorspeller van het economisch weer in 2009, ziet de VS in 2010 met 3,5% groeien. De groei is te danken aan het herstel op de financiële markten, waardoor veel Amerikanen weer wat ruimer in hun jasje zijn komen zitten. Dat geeft in de loop van 2010 een impuls aan de consumentenbestedingen en dan zullen bedrijven wel moeten investeren, aldus Maki. Veel bedrijven hebben in 2009 hun voorraden tot een absoluut minimum afgebouwd.
De chief economist van Barclays Capital is het dan ook grondig oneens met de eerder genoemde Mohammed El-Erian. In zijn visie is er weinig reden om een ‘new normalcy’ te veronderstellen. Barton Biggs en Marc Faber, die al in maart van dit jaar hun cliënten aanrieden om de staatsobligaties de deur uit te doen ten faveure van aandelen, onderschrijven het optimisme van Dean Maki. Ze voorzien een stijging van de dollar ten opzichte van Euro en Yen met 5% à 10%. Voor de aandelenmarkten voorzien ze een groei van minimaal 10%, zowel in 2010 als 2011.
De grote verrassing van 2010 kan wel eens de Amerikaanse huizenmarkt worden. Brian Wesbury, een econoom uit Chicago, wijst erop dat er in 2009 slechts 550 000 woningen in aanbouw zijn genomen, maar dat alleen al de toename van de bevolking jaarlijks om 1,5 miljoen nieuwe huizen vraagt. Wesbury gewaagt zelfs van een dreigende woningnood. De bijnaam van Wesbury is Mr Sunshine.
Een decennium om snel te vergeten
De wereld zal zonder een traan te laten afscheid nemen van het eerste decennium van de 21ste eeuw. Dit decennium begon met het leeglopen van de Internetbubbel en eindigde met de bijna implosie van de financiële markten. In de tussenliggende jaren kocht menigeen een veel te duur huis, dat nu in de meeste gevallen sterk in waarde is gedaald. En om de puntjes op de i te zetten: beleggingen hebben in het afgelopen decennium niets opgeleverd. In 2000 bereikte de AEX een hoogste stand van 701 punten. Sedertdien is de beurs nagenoeg gehalveerd. Je zou je spaarcentjes maar in beleggingsfondsen of in lijfrentes hebben gestopt!
Iedereen een zonnig 2010 toegewenst, maar laten we met beide benen op de grond blijven staan.
dinsdag 29 december 2009
maandag 14 december 2009
Het einde van het olietijdperk
Afgelopen weekeinde is een speciale trein vanuit Utrecht naar Kopenhagen vertrokken. Meer dan 200 goedbedoelende activisten, journalisten en veelsoortige politici willen in Kopenhagen de aanwezige politici onder druk zetten om ‘de juiste’ beslissingen te nemen en tot een opvolger van het verdrag van Kyoto te komen. Kopenhagen is verworden tot een kermis, waar activisten van de meest uiteenlopende pluimage hun winkeltje onder de aandacht willen brengen van een al even gretige pers. In Nederland proberen de diverse media elkaar te overtroeven in het schilderen van de meest bloedstollende scenario‘s mocht Kopenhagen onverhoopt mislukken. In het Verenigd Koninkrijk heeft een rechter milieuovertuigingen gelijk gesteld aan religie. Kopenhagen begint meer trekken van hysterie te krijgen.
Stenen tijdperk
In een klimaat, waar wetenschappers, journalisten, politici en activisten tegen elkaar opbieden om het naderend milieu-onheil te schilderen, is het altijd weer prettig enkele relativerende artikelen of rapporten te lezen. En relativeren doet de Deutsche Bank in een rapport getiteld ‘the Peak Oil Market’. De auteurs van het rapport constateren dat het olietijdperk ten einde loopt. Anders dan menigeen denkt is dat niet vanwege een achterblijvende productie. Integendeel. In hun visie is er vandaag en morgen voldoende olie om aan de vraag te voldoen. Waarom dan wel? De analisten denken dat het economisch herstel de komende jaren zwak zal blijven. Een zwakke economie heeft sowieso minder olie nodig. Bovendien beginnen allerlei efficiencymaatregelen hun vruchten af te werpen. Het is dan ook goed mogelijk dat de prijs voor een vat olie in 2010 en 2011 kan gaan dalen. Dat is prettig nieuws voor de modale automobilist.
Dat is echter maar een deel van het verhaal. Met enig gevoel voor understatement stellen de auteurs vast, dat het Stenen Tijdperk niet eindigde omdat er geen stenen meer waren. Een voortschrijdende technische ontwikkeling maakte het mogelijk afscheid te nemen van het Stenen Tijdperk. En dat is nu precies de reden dat het Olie Tijdperk ten einde loopt. Niet omdat de olie opraakt, maar omdat het belang van olie de komende decennia gaat afnemen voor de economie.
Energie intensiteit.
Hoe kan dat, dat teruglopen van het belang van olie. Volgens de Deutsche Bank is het sleutelwoord hier energie-intensiteit, ofwel de hoeveelheid gebruikte olie in relatie tot de omvang van de economie. Die intensiteit neemt af, ook bij een grootverbruiker als de VS. Daar neemt trouwens de energie-intensiteit sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw af met gemiddeld 2% per jaar. Dat percentage kan de komende jaren wel eens stijgen naar 3% als de economie blijft kwakkelen. Maar de Deutsche Bank gaat nog een stapje verder en voorziet dat de vraag naar olie in de VS daadwerkelijk gaat afnemen. Bedroeg de oliedorst in de VS in 2005 nog 21 miljoen vaten per dag, anno nu is dorst 19 miljoen vaten groot, aldus het Internationaal Energie Agentschap(IEA). Dat is de grootste daling sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw en het decennium van de twee oliecrises. Datzelfde Agentschap verwacht trouwens dat de VS pas weer in 2029! een niveau van 21 miljoen vaten per dag bereiken. Die lagere energie intensiteit is vooral terug te zien bij de auto. Die wordt komende jaren dankzij de opmars van de hybride en elektrische varianten een stuk zuiniger. In 2020 zal het verbruik van benzine met meer dan 50% gedaald zijn in vergelijking met 2009. De Deutsche gaat ervan uit dat de omvang van de Amerikaanse benzinemarkt, de grootste ter wereld, in 2030 bijna 50% kleiner zal zijn dan vandaag de dag.
Onderinvesteringen
De vraag naar olie zal ook dalen, omdat dit zwarte goud de komende jaren en decennia scherpe concurrentie mag verwachten van gas. Dat is goedkoper, gemakkelijker te winnen en niet alle belangrijke voorraden zijn in handen van OPEC. Deze organisatie mag misschien wel een sleutelrol spelen bij de huidige relatieve schaarste, het kan eveneens een sleutelrol spelen bij de oplossing ervan. OPEC landen vertonen zowel politiek als energietechnisch een steeds wispelturiger gedrag. Dat zal ertoe leiden dat investeringen van buitenaf gaan teruglopen. Die trend wordt nog sterker door het optreden van overheden, bijvoorbeeld in het Westen. Het is nog steeds de vraag hoe milieuwetgeving er komende jaren gaat uitzien. Problemen in het Midden Oosten in combinatie met onzekerheid op het thuisfront zal de grote oliemaatschappijen ertoe bewegen hun investeringen in de oliemarkt terug te schroeven. Juist vanwege die onderinvesteringen gen zal de olieproductie in 2016 zijn hoogtepunt bereiken met een productie van 90 miljoen vaten per dag en dat is maar 5% hoger dan de productie nu is. Die piek in de productie valt samen met een piek in de prijs van $ 175 per vat. Dat is nodig, aldus de Deutsche, om het karakter van de Amerikaanse olieconsumptie definitief te veranderen en op het spoor van steeds grotere efficiency te zetten. Als de Amerikaanse olieverslaving gebroken kan worden, dan zal de prijs van olie na 2016 geleidelijk gaan dalen.
Consequenties
Zo zou het zomaar kunnen dat in 2030 de prijs van een vat olie op hetzelfde niveau ligt als in 2009 of misschien zelfs lager. Dat heeft grote gevolgen voor de sector zelf. Wat zal nog de waarde zijn van de Canadese teerzanden of allerlei voorraden die heel diep onder de zeespiegel liggen? Die waarde kan wel eens dramatisch afnemen.
Ook raffinaderijen zullen zich moeten aanpassen als de vraag naar olie structureel daalt en de prijs onder druk blijft. Het kan weleens zijn dat de locatie van de raffinaderij belangrijker wordt dan de complexiteit en state of the art ervan. Het zou zomaar kunnen dat raffinaderijen en masse gaan verhuizen naar het Midden Oosten. Het resultaat zal zijn dat internationale handel in ruwe olie fors gaat verminderen, maar dat de handel in olieproducten daarentegen fors gaat groeien. Olieproducten zullen altijd gevraagd blijven.
Let wel, 2016 is morgen en 2020 is overmorgen!
Bronnen:
CNNfn, Why cheap oil is here to stay, 3 december 2009`
The Deutsche Bank, the Peak Oil Market, oktober 2009
The financial times, Deutche: the end is nigh for the Age of Oil, 6 oktober 2009
Stenen tijdperk
In een klimaat, waar wetenschappers, journalisten, politici en activisten tegen elkaar opbieden om het naderend milieu-onheil te schilderen, is het altijd weer prettig enkele relativerende artikelen of rapporten te lezen. En relativeren doet de Deutsche Bank in een rapport getiteld ‘the Peak Oil Market’. De auteurs van het rapport constateren dat het olietijdperk ten einde loopt. Anders dan menigeen denkt is dat niet vanwege een achterblijvende productie. Integendeel. In hun visie is er vandaag en morgen voldoende olie om aan de vraag te voldoen. Waarom dan wel? De analisten denken dat het economisch herstel de komende jaren zwak zal blijven. Een zwakke economie heeft sowieso minder olie nodig. Bovendien beginnen allerlei efficiencymaatregelen hun vruchten af te werpen. Het is dan ook goed mogelijk dat de prijs voor een vat olie in 2010 en 2011 kan gaan dalen. Dat is prettig nieuws voor de modale automobilist.
Dat is echter maar een deel van het verhaal. Met enig gevoel voor understatement stellen de auteurs vast, dat het Stenen Tijdperk niet eindigde omdat er geen stenen meer waren. Een voortschrijdende technische ontwikkeling maakte het mogelijk afscheid te nemen van het Stenen Tijdperk. En dat is nu precies de reden dat het Olie Tijdperk ten einde loopt. Niet omdat de olie opraakt, maar omdat het belang van olie de komende decennia gaat afnemen voor de economie.
Energie intensiteit.
Hoe kan dat, dat teruglopen van het belang van olie. Volgens de Deutsche Bank is het sleutelwoord hier energie-intensiteit, ofwel de hoeveelheid gebruikte olie in relatie tot de omvang van de economie. Die intensiteit neemt af, ook bij een grootverbruiker als de VS. Daar neemt trouwens de energie-intensiteit sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw af met gemiddeld 2% per jaar. Dat percentage kan de komende jaren wel eens stijgen naar 3% als de economie blijft kwakkelen. Maar de Deutsche Bank gaat nog een stapje verder en voorziet dat de vraag naar olie in de VS daadwerkelijk gaat afnemen. Bedroeg de oliedorst in de VS in 2005 nog 21 miljoen vaten per dag, anno nu is dorst 19 miljoen vaten groot, aldus het Internationaal Energie Agentschap(IEA). Dat is de grootste daling sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw en het decennium van de twee oliecrises. Datzelfde Agentschap verwacht trouwens dat de VS pas weer in 2029! een niveau van 21 miljoen vaten per dag bereiken. Die lagere energie intensiteit is vooral terug te zien bij de auto. Die wordt komende jaren dankzij de opmars van de hybride en elektrische varianten een stuk zuiniger. In 2020 zal het verbruik van benzine met meer dan 50% gedaald zijn in vergelijking met 2009. De Deutsche gaat ervan uit dat de omvang van de Amerikaanse benzinemarkt, de grootste ter wereld, in 2030 bijna 50% kleiner zal zijn dan vandaag de dag.
Onderinvesteringen
De vraag naar olie zal ook dalen, omdat dit zwarte goud de komende jaren en decennia scherpe concurrentie mag verwachten van gas. Dat is goedkoper, gemakkelijker te winnen en niet alle belangrijke voorraden zijn in handen van OPEC. Deze organisatie mag misschien wel een sleutelrol spelen bij de huidige relatieve schaarste, het kan eveneens een sleutelrol spelen bij de oplossing ervan. OPEC landen vertonen zowel politiek als energietechnisch een steeds wispelturiger gedrag. Dat zal ertoe leiden dat investeringen van buitenaf gaan teruglopen. Die trend wordt nog sterker door het optreden van overheden, bijvoorbeeld in het Westen. Het is nog steeds de vraag hoe milieuwetgeving er komende jaren gaat uitzien. Problemen in het Midden Oosten in combinatie met onzekerheid op het thuisfront zal de grote oliemaatschappijen ertoe bewegen hun investeringen in de oliemarkt terug te schroeven. Juist vanwege die onderinvesteringen gen zal de olieproductie in 2016 zijn hoogtepunt bereiken met een productie van 90 miljoen vaten per dag en dat is maar 5% hoger dan de productie nu is. Die piek in de productie valt samen met een piek in de prijs van $ 175 per vat. Dat is nodig, aldus de Deutsche, om het karakter van de Amerikaanse olieconsumptie definitief te veranderen en op het spoor van steeds grotere efficiency te zetten. Als de Amerikaanse olieverslaving gebroken kan worden, dan zal de prijs van olie na 2016 geleidelijk gaan dalen.
Consequenties
Zo zou het zomaar kunnen dat in 2030 de prijs van een vat olie op hetzelfde niveau ligt als in 2009 of misschien zelfs lager. Dat heeft grote gevolgen voor de sector zelf. Wat zal nog de waarde zijn van de Canadese teerzanden of allerlei voorraden die heel diep onder de zeespiegel liggen? Die waarde kan wel eens dramatisch afnemen.
Ook raffinaderijen zullen zich moeten aanpassen als de vraag naar olie structureel daalt en de prijs onder druk blijft. Het kan weleens zijn dat de locatie van de raffinaderij belangrijker wordt dan de complexiteit en state of the art ervan. Het zou zomaar kunnen dat raffinaderijen en masse gaan verhuizen naar het Midden Oosten. Het resultaat zal zijn dat internationale handel in ruwe olie fors gaat verminderen, maar dat de handel in olieproducten daarentegen fors gaat groeien. Olieproducten zullen altijd gevraagd blijven.
Let wel, 2016 is morgen en 2020 is overmorgen!
Bronnen:
CNNfn, Why cheap oil is here to stay, 3 december 2009`
The Deutsche Bank, the Peak Oil Market, oktober 2009
The financial times, Deutche: the end is nigh for the Age of Oil, 6 oktober 2009
maandag 7 december 2009
Met of zonder Kopenhagen
Afgelopen week zegende de bisschop van Den Bosch 200 elektrische scooters, die op het punt stonden naar Kopenhagen af te reizen. Kopenhagen moet een succes worden en er zijn meer dan voldoende middelen om het tot een succes te maken. Dat is de boodschap van de scootertocht. Het hele initiatief straalt een kinderlijk naïef geloof uit in de mogelijkheden van politiek en overheden. Het geeft ook aan dat ‘klimaatverandering’ trekken begint te vertonen van een religie.
De kans, dat een conferentie met meer dan 190 deelnemende landen, een succes wordt is gering. Een bijeenkomst van die omvang is te complex, te omvangrijk en te bureaucratisch. Maar is het eigenlijk wel zo belangrijk of Kopenhagen wel of niet een succes wordt?
Kansen en bedreigingen
Wanneer we in Nederland en misschien ook wel in de rest van Europa over belangrijk en noodzakelijke initiatieven praten, dan is er de onmiskenbare neiging om naar de overheid te kijken. Daar verwachten we alle heil van, maar is dat terecht? Kijken we wel de juiste kant op? Volgens Ernst&Young[1] is het beter te kijken naar wat het bedrijfsleven doet en welke initiatieven daar tot ontplooiing komen. Volgens de consultants is het thema klimaatverandering in een jaar tijd opgeklommen van plaats 9 naar plaats 4 op de agenda van ‘de bedrijven’ en dit gevoel voor urgentie gaat zowel op voor de grote internationals als voor het mkb. ‘Klimaatverandering’ is onderdeel geworden van de strategie en het topmanagement zet mogelijke projecten af tegen eventuele politieke besluitvorming.
Natuurlijk zitten er achter deze opstelling van bedrijven meer zakelijke dan morele overwegingen. Volgens A.T. Kearny[2] doen aandelenkoersen van bedrijven die duurzaamheid in hun strategie verweven het gemiddeld 15% beter dan sector. Die betere koers ontwikkeling hangt samen met overheidsbeleid. Wereldwijd hebben overheden het afgelopen jaar fiscale en stimuleringsmaatregelen genomen ter waarde van USD 430 miljard[3]. Overheden stimuleren niet alleen, maar dwingen ook af. Tussen juli 2008 en februari werden wereldwijd meer dan 250 voorschriften van kracht[4]. Uiteindelijk zien we hier een typische staaltje van een ‘stick and carrot’ politiek.
Een eigen dynamiek
De rol van de overheid is er een van het scheppen van voorwaarden. Volgens Goldman Sachs begint dat totaal van maatregelen zijn vruchten af te werpen. Het ogenblik is niet ver weg meer dat de opstelling van een bedrijf ten opzichte van klimaatsverandering van doorslaggevend belang zal zijn voor zijn zakelijke prestaties[5]. De investmentbanker verwacht dat op niet al te lange termijn 60% van de cashflow van CO2 intensieve bedrijven als nutsbedrijven kan overgaan van bedrijven die weinig of niets aan hun CO2 uitstoot doen naar bedrijven die daar driftig in geïnvesteerd hebben.
Maar dan doet Kopenhagen er toch juist toe! Daar moeten toch de juiste beslissingen genomen worden om voor de juiste verhouding tussen ‘stick and carrot policy’ te zorgen? Misschien wel, maar misschien ook niet. Het gaat uiteindelijk om het ‘tipping point’, het omslagpunt, zoals Goldman Sachs het noemt. En het ziet er naar uit dat dit omslagpunt dichtbij is. Ongeacht de uitslag van Kopenhagen stijgen investeringen in ‘renewable energy’ wereldwijd met 50% naar een bedrag van USD 200 miljard[6]. Ongeacht Kopenhagen verdubbelen in de VS in 2010 de uitgaven voor groene energie naar $ 60 miljard en ongeacht Kopenhagen zetten de VS, China en nog een tiental landen hun initiatief door om de komende jaren $ 177 miljard te ‘funden’ voor groene energie. National Grid, het elektriciteitsnetwerk in het Verenigd Koninkrijk laat zijn beleid afhangen van Europese en Britse voorschriften. Kopenhagen zal hier weinig aan veranderen.
Het ziet er derhalve naar uit, dat ‘klimaatsverandering’ een eigen dynamiek aan het ontwikkelen is en op weg is naar de ‘take-off’ fase waardoor het zichzelf in stand kan houden en kan groeien. De technologische vooruitgang versnelt en massaproductie tegen lage kosten komt binnen handbereik.
Is een Kopenhagen dan helemaal niet meer nodig? Dat gaat te ver. Zoals het Internationale Energie Agentschap nog in november liet weten, is er internationaal beleid nodig om bijvoorbeeld de effecten van verwoestijning, lange periodes van droogte en stijging van de zeespiegel tegen te gaan. De klimaattrein heeft echter al de nodige snelheid gekregen en steeds grotere delen van het bedrijfsleven haken aan. En daar moet uiteindelijk de oplossing vandaan komen.
[1] Ernst & Young, The business response to climate change. Choosing the right path, 2009
[2] A.T. Kearny Management Consultants, Green winners-the performance of sustainability focused companies
during the financial crisis, 2009
[3] HSBC Global Research, The green rebound. Clean energy to become an important component of the global
Recovery plan, 2009
[4] Deutsche Bank, Global climate change regulation policy developments. July 2008 – February 2009. February 2009
[5] Goldman Sachs, Change is coming. A framework for climate change- a defining issue of the 21st century. May 2009
[6] Bloomberg, Copenhagen defied by$ 200 billion green investments, 2 december 2009
De kans, dat een conferentie met meer dan 190 deelnemende landen, een succes wordt is gering. Een bijeenkomst van die omvang is te complex, te omvangrijk en te bureaucratisch. Maar is het eigenlijk wel zo belangrijk of Kopenhagen wel of niet een succes wordt?
Kansen en bedreigingen
Wanneer we in Nederland en misschien ook wel in de rest van Europa over belangrijk en noodzakelijke initiatieven praten, dan is er de onmiskenbare neiging om naar de overheid te kijken. Daar verwachten we alle heil van, maar is dat terecht? Kijken we wel de juiste kant op? Volgens Ernst&Young[1] is het beter te kijken naar wat het bedrijfsleven doet en welke initiatieven daar tot ontplooiing komen. Volgens de consultants is het thema klimaatverandering in een jaar tijd opgeklommen van plaats 9 naar plaats 4 op de agenda van ‘de bedrijven’ en dit gevoel voor urgentie gaat zowel op voor de grote internationals als voor het mkb. ‘Klimaatverandering’ is onderdeel geworden van de strategie en het topmanagement zet mogelijke projecten af tegen eventuele politieke besluitvorming.
Natuurlijk zitten er achter deze opstelling van bedrijven meer zakelijke dan morele overwegingen. Volgens A.T. Kearny[2] doen aandelenkoersen van bedrijven die duurzaamheid in hun strategie verweven het gemiddeld 15% beter dan sector. Die betere koers ontwikkeling hangt samen met overheidsbeleid. Wereldwijd hebben overheden het afgelopen jaar fiscale en stimuleringsmaatregelen genomen ter waarde van USD 430 miljard[3]. Overheden stimuleren niet alleen, maar dwingen ook af. Tussen juli 2008 en februari werden wereldwijd meer dan 250 voorschriften van kracht[4]. Uiteindelijk zien we hier een typische staaltje van een ‘stick and carrot’ politiek.
Een eigen dynamiek
De rol van de overheid is er een van het scheppen van voorwaarden. Volgens Goldman Sachs begint dat totaal van maatregelen zijn vruchten af te werpen. Het ogenblik is niet ver weg meer dat de opstelling van een bedrijf ten opzichte van klimaatsverandering van doorslaggevend belang zal zijn voor zijn zakelijke prestaties[5]. De investmentbanker verwacht dat op niet al te lange termijn 60% van de cashflow van CO2 intensieve bedrijven als nutsbedrijven kan overgaan van bedrijven die weinig of niets aan hun CO2 uitstoot doen naar bedrijven die daar driftig in geïnvesteerd hebben.
Maar dan doet Kopenhagen er toch juist toe! Daar moeten toch de juiste beslissingen genomen worden om voor de juiste verhouding tussen ‘stick and carrot policy’ te zorgen? Misschien wel, maar misschien ook niet. Het gaat uiteindelijk om het ‘tipping point’, het omslagpunt, zoals Goldman Sachs het noemt. En het ziet er naar uit dat dit omslagpunt dichtbij is. Ongeacht de uitslag van Kopenhagen stijgen investeringen in ‘renewable energy’ wereldwijd met 50% naar een bedrag van USD 200 miljard[6]. Ongeacht Kopenhagen verdubbelen in de VS in 2010 de uitgaven voor groene energie naar $ 60 miljard en ongeacht Kopenhagen zetten de VS, China en nog een tiental landen hun initiatief door om de komende jaren $ 177 miljard te ‘funden’ voor groene energie. National Grid, het elektriciteitsnetwerk in het Verenigd Koninkrijk laat zijn beleid afhangen van Europese en Britse voorschriften. Kopenhagen zal hier weinig aan veranderen.
Het ziet er derhalve naar uit, dat ‘klimaatsverandering’ een eigen dynamiek aan het ontwikkelen is en op weg is naar de ‘take-off’ fase waardoor het zichzelf in stand kan houden en kan groeien. De technologische vooruitgang versnelt en massaproductie tegen lage kosten komt binnen handbereik.
Is een Kopenhagen dan helemaal niet meer nodig? Dat gaat te ver. Zoals het Internationale Energie Agentschap nog in november liet weten, is er internationaal beleid nodig om bijvoorbeeld de effecten van verwoestijning, lange periodes van droogte en stijging van de zeespiegel tegen te gaan. De klimaattrein heeft echter al de nodige snelheid gekregen en steeds grotere delen van het bedrijfsleven haken aan. En daar moet uiteindelijk de oplossing vandaan komen.
[1] Ernst & Young, The business response to climate change. Choosing the right path, 2009
[2] A.T. Kearny Management Consultants, Green winners-the performance of sustainability focused companies
during the financial crisis, 2009
[3] HSBC Global Research, The green rebound. Clean energy to become an important component of the global
Recovery plan, 2009
[4] Deutsche Bank, Global climate change regulation policy developments. July 2008 – February 2009. February 2009
[5] Goldman Sachs, Change is coming. A framework for climate change- a defining issue of the 21st century. May 2009
[6] Bloomberg, Copenhagen defied by$ 200 billion green investments, 2 december 2009
Abonneren op:
Posts (Atom)
