vrijdag 30 oktober 2009

Een economisch herstel zonder herstel op de arbeidsmarkt

Is economie een wetenschap. Je zou haast gaan denken van niet. Als we de sombere bespiegelingen van het centraal planbureau moeten geloven, dan stijgt de werkloosheid in ons land in de loop van 2010 naar een niveau van 675 000 ofwel bijna 9% van de beroepsbevolking. Een paar maanden geleden beloofde het CPB nog een niveau van werkloosheid van 800.000 ofwel ruim 10% van de beroepsbevolking. Aan het einde van september waren er 398.000 werklozen. In de komende 15 maanden moet de werkloosheid met ruim 20.000 groeien om op het streefgetal van het CPB uit te komen.

Verborgen werkloosheid
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is de werkloosheid in 2009 per maand gemiddeld met 13 000 gestegen. Er wacht ons dus nog een explosieve groei van de werkloosheid. Maar hoe waarschijnlijk is dat? De economie begint wereldwijd steeds meer tekenen van leven te vertonen. Natuurlijk de ontwikkeling van de werkloosheid ijlt na bij die van de economische ontwikkeling. Maar dat is iets anders dan een werkelijke explosie. Waar wringt de schoen? Misschien is het door de wetgeving moeilijker geworden het juiste aantal werklozen in beeld te brengen. Om maar eens een voorbeeld te noemen. Iemand die zijn WW-uitkering verliest valt niet automatisch meer in de bijstand. Als de ongelukkige nog wat spaarcentjes heeft, dan zal hij die eerst moeten opsouperen. Mocht zijn vrouw nog een inkomen genieten, dan moet zij hem onderhouden. En hoe zit het met die honderdduizenden zzp-ers? Figureren zij in de werkloosheidsstatistieken? Het is nog maar de vraag. Kortom, het lijkt erop dat het beeld vertroebeld is en dat het werkelijke niveau werkloosheid momenteel wel eens veel hoger kan liggen. Nederland kent in dat geval evenals zoveel andere landen een forse verborgen werkloosheid.

Een nieuwe trend
De uitzendorganisatie USG speculeert er in zijn vooruitblik op de marktontwikkelingen min of meer op, dat dankzij het uitblijven van een scherpe stijging van de officiële werkloosheid al in het voorjaar van 2010 de vraag naar flexibele arbeid zal toenemen. Is dat een reële bespiegeling of is er sprake van wensdenken? Het laatste kan wel eens zijn het geval zijn. Er zijn trends waarneembaar die een herstel in de vraag naar (flexibele) arbeid kunnen dwarsbomen. De eerste is de groei van de productiviteit. In de VS groeide de productiviteit in het 2de kwartaal en voor het 3de kwartaal zijn de verwachtingen hoog gespannen. In een dergelijke omgeving ligt het niet voor de hand dat de vraag naar arbeid snel opbloeit. Sterker nog, in de VS blijft de werkloosheid onrustbarend snel toenemen. ‘Gelukkig groeit de productiviteit in Europa minder snel, maar toch. In de tweede plaats stelt de voortschrijdende technologische ontwikkeling bedrijven steeds beter in staat de consumentenvraag en het aantal benodigde uren op elkaar af te stemmen. Het voordeel is duidelijk: in een moeilijke economische omgeving is een bedrijf beter dan ooit in staat zijn winstgevendheid overeind te houden ondanks dalende omzetten. Dat is goed voor het bedrijf en voor de beurskoers. Het is veel minder goed voor de werknemers, wier positie onder druk blijft, en het is al helemaal niet goed voor de werkloze op zoek naar een baan. En dan is er nog een derde mogelijke oorzaak dat herstel van de werkgelegenheid maar moeilijk op gang zal komen. Het is niet ondenkbaar dat bedrijven met het oog op een mogelijke depressie hun organisatorische structuur op de schop hebben genomen. De efficiency is daarmee alleen maar toegenomen en de productiviteit blijft onverminderd hoog en derhalve de vraag naar arbeid onverminderd laag.

Somberheid troef
Als we een en ander bij elkaar optellen dan tekent zich een uiterst somber beeld voor de arbeidsmarkt af. Dankzij de grootschalige inbreng van ICT zijn bedrijven wellicht beter dan ooit in staat volatiliteit in de vraag af te wentelen op de werknemer, dus ook de onverwachte uitschieters in de economische cyclus. Als dat een blijvende trend blijkt, dan heeft dat gevolgen voor bedrijven, investeerders, beleidsmakers maar vooral voor de werknemer en het meest nog voor de werkloze. Laten we hopen, dat trends in de VS niet één op één vertaalbaar zijn naar Nederland.
Het is echter niet alleen maar somberheid troef. Toegegeven, deze recessie wijkt af van bijna alle recessies sinds, maar dat kan ook positief uitpakken. Diezelfde technologie, die bedrijven helpt te overleven, heeft vanaf de jaren negentig een ongekende banencreatie mogelijk gemaakt. De explosieve ontwikkeling van internet heeft de stoot gegeven tot nieuwe vormen van bedrijvigheid die vòòr het jaar 2000 niet bestonden. Denk bijvoorbeeld aan de bedrijfjes, die eBay als digitale vestigingsplaats gebruiken. Daarnaast, vanaf 2010 zal het aanbod op de arbeidsmarkt jaarlijks steeds verder afnemen, terwijl de animo bij de nieuwkomers om als zzp-er aan de slag te gaan alleen maar toeneemt. Ook dat is nieuw en veelbelovend.

vrijdag 23 oktober 2009

Plutonomie

Het was me het weekje wel. In Nederland is onder massale belangstelling het imperium van Dirk Scheringa ten grave gedragen. De selfmade man, de parvenu op wollen sokken, heeft het moeten afleggen tegen de krijtstrepen gevestigde orde. Internationaal trokken berichten de aandacht dat de bankiers op Wall Street en in de City weer enorme bonussen gaan opstrijken. Het is ‘business as usual’, alhoewel enkele topmensen van Goldman Sachs zich genoodzaakt zagen publiekelijk uit te leggen dat investmentbankiers niet slechts hebzuchtige gieren zijn, maar wel degelijk een belangrijke bijdrage leveren aan de internationale economie.

Publieke woede
Het lijkt onwaarschijnlijk dat de publieke opinie erg onder de indruk zal zijn van de betogen van de investmentbankiers van Goldman. Het komt me voor dat die bankiers evenmin erg onder de indruk zullen zijn van de publieke woede. Deels is dat toe te schrijven aan de bijna autistische mentaliteit van de bankiers, maar deels kan dat het resultaat zijn van de analyse van deze bankiers van de maatschappij en de economie.
Afgelopen week schreef een columniste van the Financial Times een stuk over de laatste film van Michael Moore, Capitalism: A Love Story. In deze column komt ze met het begrip plutonomie op de proppen. Dit woord is in 2006 geïntroduceerd door een groepje analisten van Citigroup onder leiding van Ajay Kapur. Voor hen is een plutonomie een samenleving waar de economische groei steeds meer afhankelijk wordt van een kleine groep superrijken. Volgens Ajay Kapur is deze groep superrijken steeds beter in staat die economie te controleren. Dat is mede te danken aan de groei van hun vermogen, maar ook aan de wereldwijde groei van hun aantal.

Plutonome samenlevingen
Wat zijn de kenmerken van plutonome samenlevingen of staten? Volgens Kapur gaat het om samenlevingen waar een enorme en nog steeds groeiende inkomensongelijkheid bestaat. Zo heeft de top 1% rijken in de VS de beschikking over meer vermogen dan ongeveer 90% van de bevolking. Voor de crisis beliep de omvang van dat vermogen USD 16 triljoen. De financiële crisis heeft echter forse gaten in dat vermogen geslagen en daarom heeft deze groep in 2008/09 een pas op de plaats moeten maken. In de analyse van Citigroup is een omvangrijke financiele crisis een van de grootste bedreigingen van de positie van deze plutonomen.
Tegenover bedreigingen staan uiteraard ook kansen. Een plutonomie gedijt in een omgeving waar de productiviteit snel groeit dankzij de inzet van nieuwe en daarmee ontwrichtende technologieën, financiele innovatie, een marktgeoriënteerde overheid, een instroom van migranten en een samenleving gebaseerd op wetten, die bijvoorbeeld patenten beschermt. De plutonome maatschappij is ook een complexe maatschappij, waar juist de plutonoom het best in staat is de juiste kansen te onderkennen.
In een plutonome samenleving speelt de ‘gemiddelde consument’ geen rol van betekenis. Het gaat om de plutonoom, om de rijke en de superrijke. Hij en de zijnen spelen een doorslaggevende rol in de groei van de consumptie, niet Jan Modaal, Otto Normalverbraucher of Joe Sixpack. In 2005 was volgens Kapur 20% van de bevolking in de VS verantwoordelijk voor 60% van de totale consumptieve bestedingen. In deze maatschappij bepalen of beïnvloeden de superrijken de wereldwijde financiele stromen. Dat mag ook geen verbazing meer wekken, gelet op boven vermeld vermogen van alleen al de plutonome elite in de VS.

Implicaties
Ajay Kapur begon indertijd zijn onderzoek om de kwaliteit van de advisering aan de beleggende klanten van Citigroup te verbeteren. Hij adviseerde vooral te beleggen in bedrijven die luxe goederen op de markt brengen.
Als we de gedachtegang van Kapur accepteren, dan kan dat het autistisch gedrag van de bovengenoemde investmentbankier in ieder geval ten dele verklaren. Hij deelt de analyse van Citigroup en ziet het als zijn ultieme opdracht de plutonomen op hun wenken te bedienen. Hij laat zich dus weinig gelegen aan de publieke opinie.

Als de theorie van de plutonomie klopt, dan ontwikkelt de maatschappij in het westen zich meer en meer in de richting van een ‘haves en haves not’ maatschappij met als voornaamste slachtoffer de middenklasse, wiens economische positie steeds verder uitgehold zal worden.
In het Westen en zeker in de VS is een politieke reactie opgang gekomen die juist de superrijken op de korrel neemt en hun macht en invloed tracht in te perken. Hoeveel plutonomie kan een democratie verdragen? Of een daadwerkelijk inperken lukt, is een tweede.

Wie het Global Wealth Report 2008 van Merrill Lynch doorbladert, moet tot de conclusie komen dat het zwaartepunt van de plutonomie naar het oosten aan het verschuiven is. Het tempo in de groei van het aantal superrijken in landen als Rusland en China ligt veel hoger dan in de VS. In de EU is de groei van het aantal superrijken het laagst. De trends in de plutonomie zijn een duidelijke indicatie van het verschuiven van het economisch zwaartepunt van het Westen naar het Oosten. Kapur beveelt nog steeds aan in luxe te beleggen, maar voorwaarde is wel, dat de luxe producent winkels heeft in plaatsen als Moskou, Sjanghai en New Delhi.

Tenslotte, als Kapur gelijk heeft en de rol en het gedag van de plutonoom is inderdaad bepalend in de ontwikkelingsgang van de economie, dan ziet het er goed uit voor de VS. In de maand september stegen de bestedingen aan luxe goederen met 20%. De (super)rijke heeft blijkbaar zijn zelfvertrouwen terug en hij zal dat laten zien ook!

zaterdag 17 oktober 2009

De Dow Jones door de grens van 10.000 punten

Woensdag 14 oktober doorbrak de Dow Jones Index voor het eerste in meer dan een jaar de grens van 10.000 punten. Sinds het einde van het eerste kwartaal van 2009 heeft de Dow een stijging laten zien van 55% sinds het dieptepunt op 9 maart 2009. Heeft dit feit nog iets heugelijks? Heeft het nog een economische betekenis? Er valt wel het een en ander aan op te merken, wat in ieder geval een echte juichstemming in de weg staat.

De financials terug in de schijnwerper
Het doorbreken van de grens van 10.000 punten is eerst en vooral een symbool voor het herstel van de financials in de VS. Wat is het geval? The Dow Jones US Financial Sector Index is sinds maart 2009 met maar liefst 135% gestegen. Na een daling van 80% vanaf het hoogste niveau in oktober 2007.
De aanhoudende stijging van de US Financial Sector Index is natuurlijk niet alleen de uitkomst van de wel heel mooie cijfers van J.P Morgan van woensdag 14 oktober. Het is voor een groot deel toe te schrijven aan het gegeven dat veel vooraanstaande banken in de VS inmiddels begonnen zijn de overheidssteun van 2008/2009 terug te betalen. En dat gebeurt veel eerder dan verwacht. Beleggers gaan er maar gemakshalve aan voorbij dat meer dan 30 kleine en middelgrote banken forse achterstanden hebben bij het betalen van hun kwartaal dividend aan het ministerie van Financiën als vergoeding voor de TARP-gelden. Dat is een verdubbeling vergeleken met de betalingsachterstanden in mei van dit jaar. Je kunt de sector daarmee nog niet als ‘echt gezond’ omschrijven!
Een aantal van die verlieslatende financiële instellingen heeft wel van het verbeterende beursklimaat gebruik gemaakt om zijn aandelenkapitaal te versterken. Een onderzoeksbureau,Trim Tabs, heeft becijferd dat over de afgelopen 6 maanden financiële instellingen nieuwe aandelen hebben uitgegeven ter waarde van USD 135 miljard. Koploper is misschien wel Citigroup, dat het aantal uitstaande aandelen verdubbelde van 5,5 miljard naar ruim 11,4 miljard. Over verwatering gesproken.

Voldoende reden voor aanhoudende terughoudendheid
Wat mogen we van de huidige staat van de financiele sector zeggen in combinatie met het beursklimaat. Het eerder genoemde Trim Tabs heeft ook vastgesteld dat na een reeks van elkaar opvolgende emissies de prestaties op de aandelenbeurzen voor een langere periode mager genoemd mogen worden. De brede aandelenmarkt is nu gewaardeerd op 20x de winst 2009E . Het historisch gemiddelde van diezelfde markt is gewaardeerd op 15x de winst. Dat feit is niet vervelend voor al die beleggers die vanaf maart op de aandelenmarkten actief zijn geworden. Het is wel vervelend voor die beleggers die in tweede of in derde instantie de markten weer betreden hebben. Hen wacht schraalhans als keukenmeester. Dat niet alle beleggers een hoofdprijs kunnen incasseren is van alle tijden. Een beetje belegger moet zich daarvan wel bewust zijn.
Er kleeft nog een nadeel aan de renaissance van de sector. Het gewicht van de financials in de totale aandelenmarkten beloopt nu ongeveer 19%. Is dat veel of weinig, is dat normaal of niet normaal? Laten we enkele cijfers op een rij zetten. Aan het begin van 2009 bedroeg het gewicht 13%. In de eerste helft van de jaren negentig, ver voor de kredietbubbels, schommelde het gewicht tussen 7% en 11%. Op het hoogtepunt van de kredietbubbel, in 2006, lag het gewicht van de financiele sector op 22% van het totaal.


Teveel of te weinig
Is die 22% dan teveel en 19% niet? En wat is duur? Banken in de S&P zijn gewaardeerd op 40x de winst van 2009E. Zijn ze daarmee overgewaardeerd? Niet als je meegaat in de verwachting dat de winstgevendheid over 2010 verdubbeld ten opzichte van 2009. Als dat waar blijkt te zijn, dan zal de winst van de banken ongeveer 16% uitmaken van de totale winst van corporate America. Is dat teveel, is dat te weinig? Wie zal het zeggen, edoch financiele bubbels hebben de onaangename onhebbelijkheid aan de vooravond van het barsten eruit te zien als gezonde economische groei. Assets stijgen in prijzen. De kans dat kredietnemers hun schulden aflossen, neemt zodoende fors toe. Iedereen gaat meer spenderen en banken lijken het gelijk aan hun kant te hebben in hun kredietbeleid. Waar hebben we dit deuntje eerder gehoord?
Het doorbreken van de grens van 10.000 punten mag dan een mijlpaal zijn, maar misschien was het beter geweest als de technologiesector of de industrie de drijvende krachten waren.

vrijdag 9 oktober 2009

De eerste klap is een daalder waard

Hè, hè, de kop is er af. Met de presentatie van de cijfers van aluminiumgigant Alcoa gaat traditioneel het cijferseizoen van start. De spanning is groot op de financiële markten, maar ook daar buiten. Hoe zullen de cijfers eruit zien. Gaan ze verrassen of teleurstellen en dan vooral in vergelijking met de uitkomsten over het tweede kwartaal. Die vielen indertijd heel erg mee. Veel meer bedrijven dan verwacht lieten toen een winst zien. De grote ‘maar’ toen was dat de winst geheel op het conto kwam van draconische ingrepen in de kostenstructuur van bedrijven. Dat betekent meestal dat er veel werknemers aan de dijk gezet worden. De verbetering van de winst ging dan ook hand in hand met een scherpe daling van de omzetten. Met andere woorden: de markt was nog steeds zwak. De cijfers over het derde kwartaal moeten niet alleen een verbetering van de winstgevendheid laten zien, maar het liefst ook een stabilisering of een verbetering van de omzet.

Omzetdaling stagneert
De financiële markten reageerden positief op de cijfers van Alcoa. De oorzaak van de tevredenheid school echter niet in een herstel van de omzet. Die halveerde nagenoeg ten opzichte van een jaar eerder, maar liet een verbetering van bijna 9% zien ten op van het voorafgaande 2de kwartaal. Geeft dit reden tot tevredenheid? Amper. De financiële markten reageerden ook minder op de omzetcijfers alswel op het feit dat Alcoa tegen de verwachtingen in een bescheiden winst van $ 39 miljoen liet zien. Dat is mooi, maar wie wat verder kijkt, ziet weinig reden om tevreden te zijn. Het herstel van de winst was vooral toe te schrijven aan enerzijds een herstel in de prijzen, maar vooral in een daling van 20% van het aantal werknemers.
Er is echter weinig grond om aan te nemen dat de prijsstijging zal aanhouden en dat heeft veel te maken met de vraagontwikkeling. Volgens de CEO van Alcoa, heeft het er de schijn van dat de daling in de vraag in een aantal kernmarkten niet langer afneemt. Het bedrijf verwacht daarom dat de daling over heel 2009 geen 7%, maar 6% zal bedragen. Die lichte verbetering was toe te schrijven aan een stabiele vraag naar aluminium uit de hoek van voeding en drank. Bovendien verslechterde de vraag uit de hoek van vliegtuigbouw niet langer. De bouw laat het echter nog volledig afweten. Voorwaar, dat kun je moeilijk een breed gedragen herstel noemen. De grootste dreiging komt echter uit China. Alcoa moet vast stellen dat de vraag uit China terug loopt. Dat heeft weinig of niets te maken met een stagnerende ontwikkeling in dat land, maar is veeleer toe te schrijven aan de opbouw van eigen capaciteit in dat land. Dat duidt erop dat de overcapaciteit in deze sector eerder toe zal nemen dan afnemen.

De arbeidsmarkt blijft een drama
De eerste klap is een daalder waard, zo luidt het gezegde. De kans is echter groot, dat het bij die ene daalder blijft. De hooggespannen verwachtingen mag je enigszins irreëel. In de VS, maar ook in Europa hangt het herstel van de economie nauw samen met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en het consumentenvertrouwen. Beide zijn duidelijk in de mineur. Van een herstel op de arbeidsmarkt lijkt vooralsnog geen sprake. Eerder is het tegendeel waar. De officiële werkloosheid zal uitstijgen boven 10% van de beroepsbevolking. Dat lijkt onafwendbaar. Als er al sprake is van economisch herstel dan is het te zwak en te fragiel om banen te scheppen. Koppel daaraan een aanhoudende onzekerheid op de huizenmarkt en de consument heeft weinig reden om tevreden de portemonnee te trekken. Die consument is trouwens druk doende om zijn schulden af te betalen en om meer te sparen.
Economen binnen en buiten de VS hebben jarenlang geroepen dat de consument in de VS minder moest besteden en meer moest sparen. Soms moet je er echter voor vrezen dat je wensen vervuld worden. Diezelfde economen klagen nu handenwringend dat de spaarzucht van de Amerikaanse consument een spoedig herstel van de economie in de VS, maar ook daar buiten in de weg staat. Aan het begin van deze eeuw zei Nout Wellink, de president van de Nederlandse Bank, dat ‘we’ een monument voor de onbekende Amerikaanse consument moesten oprichten. Zijn consumptiedrang sleepte de wereldeconomie door de toenmalige economische recessie. Voor welke consument gaan we anno nu een monument oprichten?

Wat zou Marx zeggen
De Amerikaanse media maken veel werk van het verslaan van de recessie en de aanhoudende groei van de werkloosheid. Te pas en te onpas komen werklozen opdraven in talkshows. Het valt steeds op, dat het spook van de werkloosheid ook ‘ons soort mensen’ bezoekt. Hoogopgeleiden, succesvolle ondernemers, ze vallen allemaal ten prooi aan de werkloosheid en zien hun inkomsten in een bestek van enkele weken met vele tientallen procenten terug lopen.
Als de 19de eeuwse Duitse filosoof Karl Marx even zou mogen terugkeren, dan zou hij zijn ogen niet geloven. In zijn ‘Verelendungstheorie’ spelen hoogopgeleiden een belangrijke rol. Zij zouden stem en leiding moeten geven aan het proletariaat in zijn strijd met de kapitalisten. Marx was indertijd van mening dat de proletarische revolutie de grootste kans van slagen had in de VS met zijn relatief goed opgeleide beroepsbevolking. Als de Verelendung zou toeslaan, dan konden die goed opgeleide arbeiders de strijd aan gaan. We zijn nu anderhalve eeuw verder. ‘Het kapitalisme’ zet zijn hoogopgeleiden bij tienduizenden tegelijk aan de dijk. De kansen om snel een nieuwe baan te krijgen zijn gering. De uitkeringen zijn kort en laag. Karl Marx zou zich in zijn handen wrijven. Een massale Verelendung is aanstaande. Misschien toch iets om over na te denken!