donderdag 9 juli 2009

De prijs van olie

Er is iets eigenaardigs aan de hand met de prijs van olie. Afgelopen week is de prijs van een vat gedaald van pakweg $ 70 naar ongeveer $66. De oorzaak ligt deels in een slecht banenrapport en een sluipende opwaardering van de dollar. Ondanks de recente daling is de prijs van olie in een paar maanden tijd zo goed als verdubbeld. Zijn daar goede redenen voor? Menigeen zal zeggen dat de prijsstijging een weerspiegeling is van het herstel van de wereldeconomie. De daling van afgelopen week is daar een bewijs van: er is twijfel aan de kwaliteit van het herstel. Dat laat onverlet dat de prijs wel erg gestegen is. Het Internationaal Energie Agentschap(IEA) wijst er in zijn ‘Outlook 2009’ op dat de vraag naar olie voor langere tijd zwak zal zijn. Volgens datzelfde IEA zal de vraag tot zeker 2013 ongeveer 88 miljoen vaten per dag bedragen. Die verwachting ligt 7% lager dan die van juli 2008. Voor dit jaar, 2009, voorziet het IEA een daling in de vraag van 3%, ondanks meevallende ontwikkelingen in Zuidoost AziĆ«.
Als er geen vraag is, klopt er dan iets niet aan de aanbodzijde. Heeft bijvoorbeeld de OPEC de kraan wat dichter gedraaid? Dat is niet het geval, als we tenminste waarde mogen hechten aan de woorden van de minister voor Oliezaken van Koeweit, sjeik Ahmed Al- Sabah die afgelopen week nog stelde dat er een overaanbod van olie is. De kans is dan ook nihil dat de OPEC in september zal besluiten de productie nog verder op te voeren.
Is speculatie wellicht de verklaring voor de eigenaardige prijsontwikkeling? In juni van 2008 publiceerde ‘the Center for Energy and Environmental Policy Research’ van Harvard University een korte studie over de prijsontwikkeling van een vat olie in de laatste jaren[1]. De auteur, Richard Eckhaus, probeert na te gaan in hoeverre economische ontwikkelingen een afdoende verklaring kunnen zijn voor de prijsbewegingen. Hij kijkt en weegt factoren als de groeiende vraag uit landen als China en India, de volatiliteit van de dollar, de beperkte opslagcapaciteit en de troebelen in het Midden Oosten. Volgens Eckhaus schieten al die factoren tezamen tekort ter verklaring van de recente heftige prijsstijgingen en prijsdalingen. Uiteindelijk rest nog maar een verklaring en die heet ‘een speculatieve bubbel’.Hij komt tot die uitspraak door het gedrag van de olieprijs te vergelijken met prijsontwikkelingen ten tijde van andere bubbels. Het beste zou zijn dat overheden deze bubbel proberen door te prikken voordat de bubbel barst, zoals de huizenbubbel ook is gebarsten.
Of Eckhaus het gelijk helemaal aan zijn kant heeft, valt nog te bezien. Maar voor wie overweegt posities in olie te nemen, kan het geen kwaad na te denken over diens betoog.
Och, voor wie wil beleggen of investeren, er dienen zich steeds nieuwe mogelijkheden aan. Afgelopen week, bijvoorbeeld, is in de VS een klimaatwet aangenomen. Onderdeel van deze wet is het initiatief om naar Europees voorbeeld een zogeheten cap-and-trade markt voor de CO2 uitstoot in het leven te roepen. De markt voor de handel in CO2 rechten zal volgens de initiatiefnemers in 2020 een omvang van $ 100 miljard bereikt hebben. De zogeheten American clean energy and security act is van toepassing op die sectoren die samen verantwoordelijk zijn voor 85% van de uitstoot van CO2. In 2020 moet de uitstoot 17% lager zijn dan in 2005 en 85% in 2050. Iedere betrokken bedrijfstak krijgt een aantal rechten toebedeeld. Wat ze tekort komen, moeten ze op de markt bijkopen. Bij de verdeling van de rechten valt op dat de oliesector maar mondjesmaat bedeeld is met toegewezen rechten. De bedrijfstak zal het leeuwendeel van zijn benodigde rechten moeten bijkopen op de markt. Volgens de initiatiefnemers is de bedrijfstak daartoe zeer wel in staat zonder dat dat tot fors hogere prijzen moet leiden voor de afnemers. Anders is dat voor de nutssector. Deze sector krijgt ongeveer 85% van de benodigde rechten toegewezen. De democratische initiatiefnemers van de wet willen voorkomen dat de nutsbedrijven de kosten voor het kopen van rechten zullen doorgeven aan de consument. Het mag ook de winstgevendheid van de sector niet noemenswaardig aantasten. De wet mag evenmin de concurrentie verstoren tussen kolen gestookte energiecentrales en die op kernenergie.
Veel partijen zijn ontevreden over de precieze invulling van de wet en over eventuele beperkingen in de verhandelbaarheid van de rechten in de vorm van derivaten. Het onmiskenbare voordeel is dat het Europese initiatief dankzij deze wet nieuw leven krijgt ingeblazen. De kans dat de markt voor de handel in CO2 rechten alsnog een succes wordt, is sinds 26 juni 2009 een stuk groter geworden.
[1] Eckhaus, R.S., the oil price really is a speculative bubble, MIT, June 2008

Geen opmerkingen:

Een reactie posten