dinsdag 12 april 2011

We zijn gestart

In de VS opent het cijferseizoen traditioneel met de presentatie van de resultaten van Alcoa. Op het eerste gezicht vielen de uitkomsten mee. De winst per aandeel bedroeg $28 cent en dat was een cent boven verwachting. In dollars bedroeg de winst $ 308 miljoen. De omzet steeg een forse 22% en kwam uit op $5,96 miljard. Voldoende redenen voor tevredenheid, zou je denken. Maar nee, het aandeel Alcoa ging nabeurs met ruim 3% onderuit. De oorzaak? De omzet kwam uit net onder $6 miljard in plaats van net er boven. Sommige beleggers zijn ware rupsjes nooit genoeg. Cijfers moeten perfect zijn en nog liever beter dan perfect.
Dat neemt allemaal weer niet weg, dat resultaten van een bedrijf als Alcoa altijd de moeite waard zijn om nader te bekijken. Het bedrijf is immers een wereldmarktleider als het gaat om de productie van aluminium en in die zin fungeert het bedrijf als een thermometer van de wereldeconomie.
De eerste kwestie die om een antwoord vraagt is die van de ‘tegenvallende’ omzet. Waarom bleef die achter. Was er minder vraag? Nee, het antwoord schuilt dit keer in de valutaverhoudingen. Alcoa is actief in meer dan dertig landen. Het bedrijf rekent af in lokale valuta’s, maar verkoopt zijn aluminium in dollars en die dollar verzwakte het afgelopen kwartaal ten opzichte van een reeks van andere munten. Zo steeg de Canadese dollar bijna 5% in waarde ten opzichte van de dollar, de Braziliaanse reaal steeg 11% in waarde en de Australische dollar deed het 12% beter. Je mag derhalve concluderen, dat puur markttechnisch Alcoa ruimschoots aan de verwachtingen voldeed.
De tweede kwestie is in hoeverre ‘Japan’ en het Midden Oosten van invloed zijn op de cijfers. De productie van aluminium slurpt enorme hoeveelheden energie. De invloed van de olieprijs is echter beperkt op Alcoa. Veel van de smelterijen en ovens zijn de afgelopen jaren overgeplaatst naar bijvoorbeeld IJsland waar energie niet alleen ruim voorradig is maar ook nog goedkoop. Indirect is Alcoa uiteraard weer wel gevoelig voor factoren als “Japan” en het Midden Oosten. De productie van caustische soda kan niet zonder olie. Caustische soda is nodig voor de productie van bauxiet.
Bedrijven als Alcoa werken met smalle winstmarges. Het is steeds weer een strijd tussen kosten en opbrengsten. In die zin is het bedrijf succesvol geweest in het eerste kwartaal. Het bedrijf is erin geslaagd kostenstijgingen in de hand te houden terwijl de vraag naar eindproducten steeg. Als we de Amerikanen mogen geloven blijft de vraag naar hun producten oplopen en gaan de prijzen geleidelijk omhoog. Dat is goed nieuws voor het nog jonge tweede kwartaal. En nu eens kijken of Alcoa meer is dan een eerste zwaluw, want die maakt nog geen zomer.

De auteur is zelfstandig gevestigd analist. Hij schrijft over uiteenlopende onderwerpen die de beleggingswereld raken. Daarnaast geeft hij lezingen en presentaties. De auteur is als partner verbonden aan De Weygerbergen, bureau voor performancemeting en vermogensbegeleiding in Eindhoven, www.Weygerbergen.com. Reacties? cor.wijtvliet@weygerbergen.com.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten