De aanhoudende druk op renteniveaus in veel ontwikkelde markten heeft erin geresulteerd dat beleggen in schatkistpapier nog amper lonend is. Is het anno 2011 nog wel aantrekkelijk te beleggen in vastrentende waarden? Of moeten we vrezen dat obligatiemarkten structureel van karakter aan het veranderen zijn?
Rendement onder druk
Bij Goldman Sachs houden ze daar serieus rekening mee. Ze wijzen op drie factoren die de relatie tussen risico en rendement fundamenteel aantasten.
De eerste is de lage rente. Die al sinds 1982 langzaam, maar gestaag aan het dalen. Aan die daling lijkt een einde gekomen. De tweede factor is het steeds verder uiteenlopen van schuldposities van de ontwikkelde landen en die van de Opkomende Landen en de schuldpositie van het internationale bedrijfsleven. De laatste twee zien hun schuldpositie steeds verder verbeteren; die van de eerste verslechtert voorlopig alleen maar. In de derde plaats gaapt er een steeds grotere kloof tussen het groeitempo van de ontwikkelde economieën en die van de Opkomende Landen steeds verder. Een gezonde groei is nodig om de schulden af te betalen. In Europa is er nog maar weinig ruimte om de trage groei te stimuleren. Bezuinigingsdrift dreigt de groei nog verder te vertragen. De Opkomende Markten zijn wel in staat een stimuleringsbeleid te voeren. Het resultaat is, dat zowel in de VS als in Europa het rendement op obligaties onder druk staat, terwijl het duration risico alleen maar toeneemt. De obligatiehouder loopt zo het risico het kind van de rekening te worden.
De uitdaging
Beleggers hebben onder de huidige omstandigheden beperkte mogelijkheden om in te spelen op deze fundamentele veranderingen. De traditionele ‘core’ portefeuille is immers opgebouwd rondom het duration risico, maar is amper of niet gericht op potentieel aantrekkelijkere sectoren als credits of emerging markets debt. De traditionele portfolio is evenmin geëquipeerd om bijvoorbeeld sector-strategieën te ontwikkelen om een betere verhouding te krijgen tussen risico en rendement. Daar moet dus verandering in komen. De vraag is hoe dat kan?
Goldman denkt dat een zogeheten opportunistische portefeuille een oplossing kan bieden. Deze portefeuille moet
@weygerbergen.comlosgekoppeld worden van traditionele benchmarks. Dat geeft de portfoliomanager meer mogelijkheden van handelen. Die manager moet wel in staat zijn de relatieve waarde te bepalen tussen de verschillende internationale obligatiemarkten. Hij moet dan vervolgens ook de vrijheid hebben om te handelen in overeenstemming met de marktmogelijkheden. Dat betekent ook dat hij moet kunnen wisselen tussen een defensieve invulling of een opportunistische invulling, al naar gelang de situatie.
Tenslotte
De nieuwe portfolio is minder afhankelijk van sterke economische groei dan aandelen, maar ook minder gevoelig voor het duration risico zoals de traditionele vastrentende portfolio dat is . Het is daarmee een aanvulling op de traditionele aandelen- en obligatieportefeuilles. Het is minder risicovol dan aandelen en het levert meer rendement dan de traditionele obligatieportefeuille. Het risico neemt wel toe. Daar moet de belegger zich goed van bewust zijn. Hij moet er zich tevens van bewust zijn dat de vermogensbeheerder een behoorlijke vrijheid van handelen nodig heeft. Bij De Weygerbergen denken we dan: vrijheid, oké maar wel in gebondenheid. Vertrouwen is goed, maar controle is beter.
Cor Wijtvliet, partner
www.weygerbergen.com
Cor.Wijtvliet@weygerbergen.com
vrijdag 18 februari 2011
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten